Melkert liegt en Fortuyn zit ernaast

In het verkiezingsdebat vrijdag tussen de lijsttrekkers Fortuyn en Melkert, in het programma Netwerk, laaiden de emoties op toen de gemiddelde omvang van scholen ter sprake kwam. Melkert zette zijn opponent het mes op de keel en vroeg naar cijfers. Fortuyn aarzelde, noemde het getal duizend. De PvdA-voorman maakte van dit moment van onzekerheid handig gebruik. Een school in het voortgezet onderwijs heeft volgens hem gemiddeld driehonderd leerlingen. Triomfantelijk incasseerde hij zijn punt. Een dag later roemden de commentatoren in de kranten het lef van Fortuyn en de dossierkennis van Melkert, een gelijkspel. Leuk zo'n verlies en winstrekening, maar het leidt wel tot misverstanden. Kleine scholen bestaan namelijk allang niet meer. Driehonderd leerlingen is onbetaalbaar, komt niet voor en is zeker geen gemiddelde. Met dossierkennis heeft dit getal dan ook niks te maken. In gewoon Nederlands: Melkert liegt. Fortuyn spreekt overigens evenmin de waarheid. Net als D66 en VVD-coryfee Wiegel loopt hij te hoop tegen schaalvergroting en bureaucratisering. Maar dit gebeurt oppervlakkig en intuïtief. Leraren en ouders hebben inderdaad belang bij een overzichtelijke leeromgeving voor het kind. Toch worden hun wensen al twintig jaar genegeerd. Scholen zijn niet vanzelf groot geworden. Ze werden daartoe gedwongen door de ministers Deetman (CDA), Ritzen (PvdA) en Hermans (VVD). Dit gebeurde met volledige steun van coalitiegenoten en oppositie. Zonder analyse van dit proces zijn oplossingen vrijblijvend.

Fortuyn, Wiegel, D66 en al die anderen; ze hebben inhoudelijk gelijk. Klein is beter voor leerlingen en leraren. Helaas is schaalgrootte hun zaak niet. Het lijkt wel of hedendaagse politici de verhouding tussen centrale en decentrale verantwoordelijkheden niet kennen. CDA-lijsttrekker Balkenende laat in de krant zetten dat hij scholen ruimte wil geven het studiehuis af te schaffen, terwijl die ruimte er is. Veruit de meeste scholen maken daarvan ook gebruik en verzorgen klassikaal onderwijs. Even later roept VVD'er Fransen dat hij invoering van de tweede fase aan de school over wil laten. Raar, want het programma is net ingevoerd en bijgesteld. Bovendien zou zijn voortstel betekenen dat de ene leerling met zes vakken zijn havo-diploma haalt, terwijl een ander er vijftien moet doen. Voor het hoger onderwijs is dit onacceptabel. Ook vakbonden zijn in de war. Als nieuwe leraren het na korte tijd voor gezien houden, pleit de Algemene Onderwijsbond voor een landelijke werktijdmaatregel. Het is deze bond die met elk bestuur een decentrale CAO afsluit, waarin dit zich perfect laat regelen.

Ton van Haperen is leraar en lerarenopleider.