Massale staking verlamt openbare leven in Italië

Een algemene staking, de eerste in twintig jaar, verlamt vandaag het openbare leven in Italië. De gezamenlijke vakbonden hebben de Italianen opgeroepen het werk een dag neer te leggen. Zij protesteren tegen de wijziging van een uit 1970 daterende arbeidswet, die het voor werkgevers makkelijker zal maken personeel te ontslaan en aan te trekken.

Vliegtuigen blijven aan de grond, het openbaar vervoer rijdt niet en veerboten varen niet uit. Scholen, banken, postkantoren en fabrieken zullen gesloten blijven, noodhulp en zorgvoorzieningen zijn tot een minimum beperkt, de televisie zendt niet uit.

,,Er zullen miljoenen mensen de straat opgaan om de regering op andere gedachten te brengen'', heeft Sergio Cofferati gisteren gezegd, de leider van CGIL, de grootste en meest linkse vakbond van het land.

De krachtmeting wordt een test voor de rechts-liberale regering van premier Silvio Berlusconi, die met een reeks hervormingen de Italiaanse economie flexibel en meer concurrerend wil maken.

Waarschijnlijk zal een kwart van de werkende bevolking het werk neerleggen. Het voortouw namen gisteren journalisten en drukkers bij de uitgeverijen die 24 uur in staking gingen. Daardoor zullen de Italianen het vandaag zonder papieren kranten en kranten op internet moeten stellen.

De meeste economen vinden het regeringsvoorstel mild en menen dat Italië, dat een van de hoogste werkloosheidcijfers in de Europese Unie heeft, behoefte heeft aan een veel flexibeler arbeidsmarkt om de concurrentie met de overige Europese landen vol te kunnen houden.

Het sociale conflict gaat maar om een heel klein deel van de sociale hervormingen, om artikel 18 van de arbeidswet, een artikel dat door de vakbonden heilig is verklaard en dat de regering nu wil schrappen. Volgens de vakbonden is artikel 18 de hoeksteen van de rechten van de Italiaanse werknemer.

Artikel 18 bepaalt dat bedrijven met meer dan vijftien werknemers verplicht zijn om iedere werknemer die ,,zonder gegronde reden'' maar met toestemming van de rechter is ontslagen, weer in dienst te nemen. Een bepaling die een tijdrovende en kostbare procedure impliceert en het de werkgever bijna ommogelijk zou maken personeel te ontslaan.

Een strijdbare Berlusconi wil hoe dan ook zijn hervormingen doorzetten. Hij zou daarbij zijn hoop hebben gevestigd op de gematigde vakbonden. Om die vakbonden te pacificeren stelt de regering ook een nieuw systeem van werkloosheidsuitkeringen voor, waarvoor zij 1,5 miljard euro wil uittrekken.

Veel te weinig, zegt de CGIL, de grootste vakbond, daartoe is minstens 10 miljard euro nodig, geld dat de armlastige Italiaanse staat niet heeft.

Berlusconi wil van wijken niet weten. ,,De staking zal een deel van het land stilzetten, maar zij zal niet onze vastberadenheid stoppen het land te moderniseren'', zei Berlusconi tijdens een bijeenkomst van de werkgevers afgelopen weekeinde.

De drie grootste vakbonden, het linkse CGIL, het katholieke CISL en het centrumrechtse UIL, die de staking hebben uitgeroepen, hebben samen meer dan elf miljoen leden.

Het sociale conflict is ook een krachtmeting tussen Cofferati en Berluconi. In maart wist de vakbondsleider, die in de media steeds meer wordt afgeschilderd als de echte leider van de overigens tot op het bot verdeelde politieke oppositie, één miljoen demonstranten in de straten van Rome op de been te brengen. Al was dat protest toen ook gericht tegen de moord op de links-liberale adviseur van de regering-Berlusconi, de topeconoom Marco Biagi, een moord die werd opgeëist door een splintergroep van de Rode Brigades, de links-extremistische terreurbeweging uit de jaren zeventig. Biagi wordt beschouwd als de architect van Berlusconi's hervorming van de arbeidswet.

Veel Italianen beschouwen de stakingsdag als een vakantiedag en brengen die door op het land of aan zee.