Landen moeten vaker arbitrage zoeken

Politieke leiders kunnen vaker arbitrage overwegen ter beslechting van moeilijk oplosbare internationale geschillen, meent Tjaco T. van den Hout. Recente successen geven deze vorm van conflictbeslechting meer glans.

De afgelopen maanden heeft achter gesloten deuren bij het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag een belangrijke geschillenbeslechting plaatsgehad over het grensconflict tussen Eritrea en Ethiopië (NRC Handelsblad, 12 en 15 april). De arbitrage gebeurde op basis van de bepalingen van het Vredesverdrag van december 2000. Ze verliep op verzoek van beide partijen en dankzij strakke aansturing onder uitzonderlijke tijdsdruk. Zaterdag is een bindende uitspraak gedaan in een gesloten zitting van de Grenscommissie in de kantoren van het Permanente Hof.

Het vonnis kan zich voegen bij de vele andere uitspraken uitgevaardigd door tribunalen en commissies onder auspiciën van het Permanente Hof van Arbitrage – een meer dan honderd jaar oude organisatie, gevestigd in het Vredespaleis in Den Haag. Dat illustreert op indringende wijze de bijzondere waarde van ad hoc-arbitrage als beslechtingsmechanisme voor internationale geschillen. ,,De succesvolle afloop van het vredesproces op basis van een juridische beslechting van het geschil zal ten voorbeeld staan voor de rest van het Afrikaanse continent, en de gehele internationale gemeenschap'', aldus een gezamenlijke verklaring van Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, en Amara Essy, secretaris-generaal van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid.

Gewapende conflicten, gewelddadigheden, represailleacties en verhoogde militaire paraatheid langs betwiste grenzen in Afrika, het Midden-Oosten, Zuid-Azië en elders geven aan dat wij in een onvoorspelbare en instabiele wereld leven. Het vinden van een vreedzame oplossing voor slepende conflicten vraagt om een actieve betrokkenheid en niet aflatende inspanning van alle betrokkenen. Bemiddelaars zijn zich echter niet altijd volledig bewust van de uitgebreide scala van mogelijkheden die zij daarbij tot hun beschikking hebben.

Eén beproefde methode om complexe geschillen op te lossen is om bepaalde lastige elementen ervan uit de onderhandelingen te tillen en aan een `derde partij' ter beslechting voor te leggen. Wanneer bij het geschil in kwestie beginselen en regels van volkenrecht in het geding zijn (en dat is meestal het geval) zijn judiciële geschillenbeslechting en arbitrage de aangewezen opties. Beide mechanismen van geschillenbeslechting worden erkend in het Handvest van de Verenigde Naties.

Uitspraken van arbitragetribunalen en -commissies zijn, net als uitspraken van het Internationale Gerechtshof, onherroepelijk en bindend voor partijen. Overigens is voor arbitrage wèl overeenstemming vereist tussen partijen bij het geschil. De flexibiliteit, snelheid, vertrouwelijkheid en de mate waarin partijen de procesvorm kunnen bepalen, zijn echter belangrijke factoren voor zowel de aantrekkelijkheid als het succes van arbitrage.

Enkele eerdere hoogoplopende geschillen tussen buurlanden werden reeds middels arbitrage beslecht. Zoals dat tussen Eritrea en Jemen inzake de soevereiniteit over bepaalde eilanden in de Rode Zee en de daarmee samenhangende maritieme grensafbakening. De regeringen van beide landen besloten uiteindelijk tot arbitrage (die zich grotendeels in Den Haag afspeelde) en de uitkomst van de zaak, in december 1999, werd verwelkomd door de VN-Veiligheidsraad. Daarmee kwam immers een einde aan de vijandelijkheden tussen de twee landen en werd verdere escalatie van het conflict voorkomen.

Internationale arbitrage kan waardevol zijn in velerlei opzicht en niet alleen ter oplossing van een geschil (of reeks van geschillen) als zodanig. Zo werden de spanningen tussen Iran en de Verenigde Staten – weliswaar nog steeds niet verdwenen – in belangrijke mate verminderd toen in 1981 de twee landen een arbitragetribunaal (ook in Den Haag) oprichtten. Dit tribunaal, dat met name financiële claims behandelt voorkomend uit het gijzelingsdrama in Teheran en de daarmee samenhangende bevriezing van de bilaterale betrekkingen, is nog steeds een belangrijk communicatiemiddel tussen de beide landen.

Veel landen worstelen met de langlopende geschillen met buurlanden. De aanhoudende groei van de wereldbevolking en de economische ontwikkeling, inclusief industriële expansie en de daarmee gepaard gaande behoefte aan energie, leggen een steeds groter beslag op land, water en andere natuurlijke hulpbronnen – factoren, die mogelijkerwijs aan zo'n geschil ten grondslag kunnen liggen.

Sommige van dergelijke geschillen kunnen voor betrokken regeringen ook aanleiding zijn tot het innemen van standpunten die in eigen land worden opgeklopt tot een cause célèbre, waardoor ze nog nog onverzoenlijker worden. In Europa is regionale integratie inmiddels een belangrijke `drijfveer' geworden voor de regeringen van de landen die lidmaatschapsaanvragen voor de Europese Unie hebben lopen, om hun langslepende geschillen met buurlanden in de preaccessiefase definitief op te lossen. Juist voor dit soort geschillen biedt een `exit-strategie' vaak uitkomst, waarbij geschillenbeslechting door een `derde partij', zoals een arbitragetribunaal of -commissie, zou moeten worden overwogen. De snelheid waarmee arbitrage kan worden geïnitieerd en vervolgens uitspraak over het geschil kan worden gedaan, zal in zulke gevallen een voor de betrokken partijen niet te veronachtzamen voordeel zijn.

Mr. Tjaco T. van den Hout is secretaris-generaal van het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag.