Je moet het niet te gek maken

Moet vredesbeweger Mient-Jan Faber zelf opstappen?

Bij Barend en Witteman zag ik de secretaris van het Interkerkelijk Vredesberaad niet worstelen. Er was ook niemand die het hem vroeg. En dat is toch wat de christelijk geïnspireerde kijker graag ziet, een geestelijk leider die in zware gewetensnood verkeert. Een religieuze Hamlet, maar dan een die alle comfort heeft en pas een gebaar maakt als het te laat is voor een écht offer. Zodat je als kijker bevestigd wordt in je mening: ik heb er alles voor over, zolang ik mijn zetel maar niet hoef te verlaten.

Neem dan liever iemand als Pronk, die een maandje voordat zijn kabinet demissionair is worstelt met de vraag of hij moet aftreden over iets wat zich zeven jaar geleden heeft voorgedaan, zodat hij schone handen krijgt. Net op tijd voor de volgende kabinetsformatie. En die hoopt dat zijn collega's het ook doen, zodat hij tussentijds als demissionair minister kan blijven zitten.

Iemand die zich voor de camera helemaal geeft, zwaar de wenkbrauwen fronst, zijn ogen en mond in bochten wringt, zodat wij met hem kunnen meeleven. Zoals ook de kijker regelmatig worstelt met de vraag: Zal ik mijn hele inkomen overmaken naar de Postcodeloterij? Of wordt het 15 euro? Oké, we maken het af op 16,50. Dan blijft er geld over voor vakantie.

We moeten het ook weer niet te gek maken.

Dat is ethische politiek.

,,Pronk heeft voortdurend geworsteld afgelopen jaren'', legde Faber uit, de mate van opoffering op de gram precies aanduidend met zijn mooie lange wijsvinger op zijn duim. ,,Hij heeft die hele lange wachttijd tot het NIOD-rapport proberen te doorbreken met het maken van opmerkingen.'' Maar hij werd tot de orde geroepen hè, want het kabinet moest nog jaren blijven zitten. En Pronk ook.

,,En de emotie is authentiek?'', vroeg Paul Witteman nog voor alle zekerheid nadat hij Pronk voor de zoveelste keer had vertoond, boos en verscheurd voor de NOS-verslaggever, prachtig met de rode, zijden stropdas op zijn schouder gewaaid, zodat we weten dat bij hem de inhoud voor de vorm gaat. ,,Het is nooit goed'', zei hij dramatisch. Hamlet-zin.

De emotie is authentiek, vond Faber. En daar gaat het om. Hevige emoties als troost voor de slachtoffers van Srebrenica. Pronk laadt al onze schuld op zich.

Maar Faber heeft geen last van heftige emoties. Geen spoortje van zelfonderzoek. Daar heb ik begrip voor, want het vredesberaad kent geen demissionaire perioden en formaties. Je moet het niet te gek maken. Tegenover hem zat de gewezen generaal-majoor Van Vuuren die almaar wees op ,,het doldrieste, totaal onverantwoorde besluit'' om zonder voorwaarden vooraf naar het onverdedigbare Srebrenica te gaan. Hij was beleefd, want hij zei er niet bij dat juist Faber een groot pleitbezorger was geweest voor ,,veilige havens'' als Srebrenica, uitvalsbasis voor het eerlijke en oprechte moslimleger dat daar andere moslimburgers die veel eerder hadden willen vertrekken gevangenhield. Faber doet geen moeite om zijn eigen rol indertijd in de herinnering te roepen. Gezegend zijn de mensen met een slecht geheugen, want zij kunnen hun leven lang oprecht zijn. Faber heeft niets te betwijfelen, niets te verbergen.

Hij schudde geërgerd nee tegen Van Vuuren. Nee, het was geen doldriest besluit. De militairen hadden de moslims moeten beschermen. En toen minister Pronk in het IKV-rapportje zijn eigen ministeriële notulen had gelezen over de ,,lotsverbondenheid'' van de ministerraad met de moslimburgers indertijd, kreeg hij een heftige aanval van gewetenswroeging. Niemand had dat bevel ,,lotsverbondenheid'' doorgegeven aan de militairen. Ze wilden het in de bunker niet te gek maken, die avond. Ook commandant Karremans wilde dat niet. Hadden ze toen maar gedaan wat Faber nu adviseert. Ook Pronk beseft dat.

Kan dat wel, zo'n christelijk vredesleider die altijd gelijk heeft? Een messias zonder worsteling, zonder belijdenissen, zonder schuldbesef? Dat kan, want iemand moet ons wijzen op onze tekortkomingen, als vastberaden evangelist voor minister Pronk. Hij die zonder zonden is, werpe de eerste steen.