Gewoon `Marwan' of niets-ontziende moordenaar

Marwan Barghouti, die gisteren door Israël werd gearresteerd, was een van die heel weinige Palestijnse topfunctionarissen die je gewoon kon tegenkomen op straat. Geen toeterende colonne van glimmende limousines zoals wanneer Palestijnse onderhandelaars als Sha'ath en Erekat langskomen, en geen intimiderende stierennekken en wapengekletter zoals bij veiligheidschefs als Rajoub en Dahlan. Daar liep de 42-jarige leider van Arafats Fatahbeweging op de Westelijke Jordaanoever dan door Ramallah in zijn spijkerbroek en leren jack. Voor de intifadah anderhalf jaar geleden uitbrak, durfde hij als een van de heel weinige Palestijnse topfunctionarissen de corruptie en incompetentie van Arafats Gezag aan te klagen. Geen wonder dat Barghouti zo populair is. Als gewone Palestijnen het hebben over hun leiders, gebruiken ze achternamen: Arafat, Rajoub, Erekat, Dahlan. Maar Barghouti is gewoon `Marwan'.

De Israëlische regering ziet een heel ander persoon voor zich. Volgens de Israëlische minister van Defensie en leider van de Arbeidspartij Benjamin Ben-Eliezer staat hij aan het hoofd van de ,,meest moorddadige terroristische organisatie, verantwoordelijk voor de meeste aanvallen tegen Israël''. Op documenten die Israël zegt te hebben buitgemaakt in het hoofdkwartier van Arafat in Ramallah, vraagt Barghouti aan Arafat om financiële hulp voor familieleden van Palestijnse `martelaren'.

Barghouti wist dat hij op de lijst stond van Israël, en hield zich sinds de invasie van Ramallah schuil. De hele intifadah al was hij Ramallah niet meer uitgeweest, uit angst door Israël te worden gearresteerd. Een aantal malen voerde Israël al een moordaanslag op hem uit. Deze mislukten, volgens velen bewust. Het was een signaal.

Barghouti's politieke carrière belichaamt als geen ander de ontwikkeling van het Palestijns nationalisme, en in dat opzicht kon zijn arrestatie niet symbolischer. Zoals vrijwel alle Palestijnse politiek actieve jongeren, belandde Barghouti in de jaren zeventig al in een Israëlische gevangenis. In een opiniestuk in de International Herald Tribune (IHT) van januari dit jaar schrijft hij daarover: ,,zes jaar lang was ik een politiek gevangene in een Israëlische gevangenis. Geblinddoekt werd ik opgehangen aan het plafond terwijl een Israëliër met een stok op mijn geslachtsdelen insloeg.''

Na zijn vrijlating werd Barghouthi medio jaren tachtig actief als studentenleider op de universiteit van Bir Zeit nabij Ramallah, totdat hij door de Israëliërs werd verbannen. De autonomieakkoorden van Oslo brachten Barghouti terug naar Ramallah. ,,Sinds 1994 ben ik ervan overtuigd dat Israël zich werkelijk wil terugtrekken, en heb ik mij een onvermoeibaar voorvechter van vrede betoond'', schrijft hij in de IHT. Maar, voegde hij daar in interviews aan toe, die overtuiging dat Israël vrede wil, heeft wel een diepe knauw gekregen toen de vorige premier Barak zijn eindbod deed aan de Palestijnen: een staat bestaande uit vijf kantons waarover Israël de eindcontrole behield. Als dat het maximum is wat Israël ons gunt, aldus Barghouti, dan moeten we vechten: ,,Ik ben geen terrorist, maar ook geen pacifist. Ik ben een gewoon mens van de Palestijnse straat die het recht opeist dat ieder onderdrukt persoon opeist.'' En dat recht is verzet tegen de Israëlische bezetting, zo nodig met militaire middelen. Barghouti sprak zich keer op keer uit tegen aanslagen op Israëlische burgers, ,,onze toekomstige buren''. Maar aanvallen op Israëlische soldaten en joodse kolonisten in de bezette gebieden, dat was legitiem verzet. In het onvermijdelijke proces tegen Barghouti zal Israël nu proberen aan te tonen dat hij ook aanslagen binnen Israël organiseerde.

De algemene verwachting is dat Barghouti's arrestatie de missie van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell zo mogelijk nog verder bemoeilijkt. Als iemand het gezag had om op een zeker moment de losse Palestijnse milities te overtuigen en te verplichten tot een bestand, dan was het Barghouti. De arrestatie bevestigt de overtuiging bij veel Palestijnen dat premier Sharon stap voor stap het Palestijnse Gezag wil verwoesten. Niet alleen om een einde te maken aan de aanslagen, maar vooral om een einde te maken aan het vredesproces zelf, zodat Israël naar eigen inzicht een eindoplossing kan opleggen.