Geeuwen met de honden

Het begrip loyaliteit wordt vaak gebruikt in beschouwingen en berichten over actuele kwesties, maar bijna nooit vormt het de kern van die verhalen. Meestal wordt het woord en passant genoemd. Daarbij wordt er kennelijk vanuit gegaan dat het voor iedereen duidelijk is wat ermee bedoeld wordt en ook dat zij begrijpen op welke wijze de afwezigheid of aanwezigheid van loyaliteit de beschreven zaak meestal ten nadele heeft beïnvloed. Zo ook waar het gaat over de gebeurtenissen rond Srebrenica. In het Algemeen Dagblad van 12 april j.l. schrijft Redmar Kooistra: ,,De grenzeloze loyaliteit die Voorhoeve ondanks alles opbracht om te voorkomen dat de militaire leiding in diskrediet raakte, werd keer op keer beantwoord met verdere ondergraving van zijn gezag.'' De Volkskrant citeerde een dag daarvoor uit de perssamenvatting van het NIOD-rapport: ,,Voorhoeve wilde bovenop de feiten zitten in plaats van er steeds achteraan te moeten hollen. Hij rekende daarbij op loyaliteit, steun en een goed gevoel voor politieke verhoudingen.''

Grenzeloze loyaliteit en loyaliteit waar op gerekend werd. Misschien is het de meeste mensen volkomen helder wat er in dit soort berichten onder loyaliteit wordt verstaan en hoe zij deze eigenschap moeten plaatsen. Voor mij geldt dat niet. Ik vraag me af wat loyaliteit is. Is het een eigenschap, een (on)deugd, een karaktertrek wellicht? Kun je het voelen, als je loyaal bent en als je het voelt, is dat dan een reden om trots te zijn of beschaamd? De thesaurus van mijn tekstverwerkingsprogramma geeft als synoniemen voor loyaliteit: eerlijkheid, oprechtheid. Op de een of andere manier is dat, dunkt mij, geen bevredigende vertaling. Voorhoeve was grenzeloos eerlijk en oprecht, zou er dan bedoeld worden. Zoiets zeg je toch niet over iemand? En als je de synoniemen invult op de plaats waar loyaliteit in de samenvatting van het NIOD-rapport staat wordt het: Voorhoeve rekende op eerlijkheid. Dat kan geen goed synoniem zijn. Het is voor niemand erg verstandig om daar zomaar op te rekenen. Zo'n fout verwacht ik zelfs van Voorhoeve niet.

Van Dale kan misschien verder helpen. Volgens dit woordenboek betekent loyaliteit behalve oprechtheid en eerlijkheid allereerst getrouwheid aan een verplichting of verbintenis. Loyaal wordt omschreven als trouw aan een verbintenis, zonder achterhoudendheid. In het bijzonder trouw aan het wettig gezag en aan de bestaande regering. Daar kom ik niet zoveel verder mee. Het is alsof loyaliteit niet zoveel meer betekent dan contracten nakomen en je aan de wet houden. Dat kan toch niet het enige zijn? Er zijn toch ook loyaliteitsconflicten? Daarmee wordt vast niet alleen gedoeld op de wens tot contractbreuk of onwettige handelingen.

De enige onderdelen van de omschrijving die inderdaad doen vermoeden dat loyaal zijn toch meer betekent dan dat, zijn `zonder achterhoudendheid' en `trouw'. In die woorden moet de nog altijd raadselachtige kern van het begrip besloten liggen. Zonder achterhoudendheid is, nog altijd volgens het woordenboek, openhartig, niet gesloten, niet terughoudend. Dat `niet terughoudend', geeft als het ware aan dat Voorhoeve bijna niets anders kon dan grenzeloos in zijn loyaliteit zijn. Met die omschrijving ligt grenzeloosheid immers min of meer besloten in het loyaal zijn.

Nu dan het gedeelte trouw. Met wat Van Dale daarover zegt dat komt zo ongeveer neer op je houden aan een aangegane persoonlijke of zedelijke verbintenis kom ik weer niet veel verder. Gelukkig is er altijd nog de filosofie. In zijn Petit traité des grandes vertus, wijdt André Compte-Sponville een hoofdstuk aan trouw als deugd. Trouw wordt daarin onder meer omschreven als een zaak die met het geheugen te maken heeft, een geheugendeugd. Waarom, zo wordt de vraag gesteld, zou ik de belofte die ik gisteren heb afgelegd nakomen, want ik ben vandaag toch niet meer hetzelfde. `Uit trouw' is het antwoord van Compte-Sponville die zich vervolgens op Montaigne beroept. Die beschouwt trouw als de grondslag van je persoonlijke identiteit. Je bent inderdaad niet werkelijk meer dezelfde als gisteren maar je kunt toch uit trouw erkennen dat je dezelfde bent omdat je een bepaald verleden voor je rekening neemt als het jouwe en omdat je in de toekomst de verplichting die je op je hebt genomen altijd als de jouwe wilt beschouwen (vertalers De Haan en Kaas). Dat is nog eens wat. Het NIOD-rapport over Srebrenica krijgt met deze woorden over trouw en verleden wel een heel interessante betekenis. Klaarblijkelijk is het verleden zo ingewikkeld en zijn de mensen van gisteren zo anders dan vandaag dat de betrokkenen bij het Srebrenica-drama een lijvig onderzoeksverslag nodig hebben om het mogelijk te maken geheugendeugdelijk trouw aan zichzelf te zijn. Opstappen zou in dit licht bezien wel zo eerlijk, oprecht, niet terughoudend en uiteindelijk loyaal zijn.

Is daarmee alles over loyaliteit gezegd? Nee. Er bestaat ook nog zoiets als te veel loyaliteit. Met name de psychosociale hulpverlening aan kinderen van oorlogsgetroffenen komt dat veel tegen. Zij die zich bij Centrum '45 aanmelden hebben doorgaans, zo las ik op de website en weet ik uit ervaring, een extreme loyaliteit met hun ouders. Ze ontzien de ouders, ondersteunen ze, plaatsen ze op een voetstuk, blijven zich voor hen verantwoordelijk voelen en kunnen zich daarom moeilijk losmaken of vermijden om die reden alle contact met hen. Dit alles schijnt ook nog eens funest voor de relaties (loyaliteiten) die deze mensen aangaan met anderen dan hun ouders.

Gevaarlijke boel. Vooral wanneer loyaliteiten conflicteren zoals beschreven wordt in de samenvatting van het NIOD-rapport: Voorhoeve rekende op goede informatie en loyaliteit van de landmacht, ,,de top van de Koninklijke Landmacht had een andere prioriteit'' (loyaliteit?): ,,het imago van Dutchbat''. Voorhoeve stond daardoor ,,voortdurend onder vuur'' (hoe ongelukkig is de gekozen metafoor van de auteurs) en wist dat het debriefingsrapport ,,niet deugde'' maar ,,met onmiddellijke erkenning dat het rapport niet goed was zou hij de Koninklijke Landmacht desavoueren en dat wilde hij niet''. Uit loyaliteit?

Honden geeuwen als ze in een loyaliteitsconflict raken. Dat geldt kennelijk ook voor humanitaire `dogs of war'. Maar waar loyaliteit klinkt, blijkt opperste waakzaamheid geboden. Conclusie: nooit geeuwen met loyale honden. Zeker niet in een safe area.