Frank de Grave: tacticus

Frank de Grave is een verwoed schaker en geldt ook als een sterk politiek tacticus. Recentelijk is hij aan het campagneteam van de VVD toegevoegd omdat de partij kelderde in de opiniepeilingen. Toch kreeg juist De Grave de afgelopen dagen kritische geluiden te horen over zijn opereren. Door meteen na het verschijnen van het NIOD-rapport te melden ,,zijn eigen positie te betrekken' bij de conclusie dat de top van de landmacht informatie heeft achtergehouden, maakt de liberale bewindsman zijn eigen speelruimte en die van de VVD wel erg klein.

Zijn ambtsperiode op Defensie begon met de kwestie-Srebrenica en gaat ermee eindigen. Hij zag meteen bij zijn aantreden dat de Defensietop ,,volledig verlamd' was door de aanhoudende affaires in het Srebrenica-dossier. De Grave besloot daarom de Noordhollandse commissaris van de koningin Jos van Kemenade te laten uitzoeken of Defensie informatie achtergehield. Maar dat onderzoek trok met `geen doofpot' de verkeerde conclusie, meldde het NIOD vorige week. De Grave had het onderzoek van Van Kemenade nog wel bedoeld als krachtig ingrijpen bij het ministerie. Nu bleek dat hij de verkeerde informatie had gekregen om de Tweede Kamer te informeren over het drama in de enclave, reden voor hem om openlijk over zijn positie te speculeren.

In het televisieprogramma Kopspijkers werd hij onlangs neergezet als een opgewonden puber met een glasje limonade. Frank de Grave zei tijdens een radio-interview er wel om te kunnen lachen, al liet hij niet na te zeggen dat hij nooit ranja drinkt. Toch kan zijn ministerschap als een redelijk succes worden gekenschetst. De manier waarop hij de eisen van het regeerakkoord in zijn Defensienota realiseerde, imponeerde de Tweede Kamer van links tot rechts. En op het begin en het einde na wist De Grave Defensie uit de publieke en publicitaire vuurlinie te halen. Dat was onder zijn voorgangers Relus ter Beek (PvdA) en Joris Voorhoeve (VVD) wel anders geweest.

Dat de in Nunspeet geboren en in Assen opgegroeide De Grave minister van Defensie kon worden, was een verrassing. Hij was meer een man van de cijfers. Tussen 1990 en 1996 was hij wethouder van Financiën in Amsterdam, daarna twee jaar staatssecretaris van Sociale Zaken. Dat hij pas in 1996 tussentijds, na het aftreden van zijn partijgenoot Linschoten, tot het paarse kabinet toetrad was betrekkelijk laat. Twintig jaar eerder had hij zich namelijk als deelnemer van het zogeheten Des-Indesberaad al een warm pleitbezorger betoond van samenwerking tussen VVD, PvdA en D66.