Elvis Costello promoot vooral nieuwe cd

Een beetje lef kan Elvis Costello niet ontzegd worden. Als er de laatste tien jaar al sprake was van nieuwe fans, dan kennen ze hem van de Charles Aznavour-cover She, de duetplaat met Burt Bacharach of het `klassieke' gekweel met het Brodsky Quartet. Costello kwam om weer eens ouderwets te rocken, en boog zich als het zelfbenoemde alter ego Little Hands of Concrete over zijn batterij gitaarpedalen voor de bijbehorende tremolo- en fuzzgeluiden. Begeleidingsband The Imposters zijn gewoon de vertrouwde Attractions zonder bassist Bruce Thomas, die uit de gratie ligt sinds hij in zijn boek The Big Wheel iets lelijks over zijn oude baas schreef. Vervanger Dave Faragher deed het goed, maar het mooist was het natuurlijk om Pete Thomas zijn bekende houthakkersstijl op het drumstel te zien botvieren en Steve Nieve achter het jengelende stoomorgel tekeer te zien gaan.

In een uitverkocht Paradiso leek zich een reünie van het new-wavepubliek van de jaargang 1978 af te spelen. Er zijn maar drie platen waarop ik goede rockmuziek maakte, leek Costello te willen zeggen met de repertoirekeuze: de allereerste Attractions-elpee's This Years Model en Armed Forces de nieuwe, gisteren verschenen cd When I Was Cruel. ,,Oh I just don't know where to begin'' zong hij met de geknepen stem die perfect gemaakt is om boven een rammelende elektrische gitaar uit te knerpen. Costello wist donders goed waar hij wilde beginnen en eindigen. Op cruciale momenten werden de publieksfavorieten Accidents will happen en I don't want to go to Chelsea ingezet, als zoethoudertje voor de vele nieuwe nummers tijdens het korte en krachtige optreden.

Het welwillende publiek had er nog geen boodschap aan dat 45 en Tear off your own head de beste rocknummers van de nieuwe cd zijn. Ze kwamen om Costello in zijn oude vorm te horen, en dat viel niet mee bij de gekunstelde spraakwaterval When I was cruel no. 2 waarin Costello zelf de sampler bediende, of het ingetogen Tart dat het vooral moeste hebben van de slimme tekst. Pas aan het eind kwam de sfeer een beetje op gang, toen er voldoende nieuw repertoire was vertolkt en er een zucht van herkenning door de zaal ging bij de soulpastiche You belong to me en de punksong Pump it up. Zelfs de toegiften werden gebruikt om de aandacht te vestigen op onbeproefde nummers, met de theatraal gesproken tekst van Episode of blonde als zinloze poging om aansluiting te vinden bij een rappubliek dat er niet was. Het wachten was op slotnummer I want you, het bitterzoete liefdesdrama dat een open doekje scoorde bij het allang niet meer onverwachte, maar toch weer mooi gespeelde crescendo.

Niemand had van Elvis Costello verwacht dat hij een voorspelbare greatest hits-how zou geven. Daarvoor heeft hij een te grote artistieke drive, en mist hij de noodzaak om net als Neil Young of Bryan Ferry zijn oude band bij elkaar te roepen voor een herhalingsoefening.

Toch vielen de dynamische momenten vaak samen met die lekkere oude nummers, en mogen Costello en zijn Imposters/Attractions op elk moment en tot op hoge leeftijd terugkomen om daar nog eens een hele avond mee te vullen. Nu leek het te veel op de televisie-opname van een documentaire over de muziek van de nieuwe cd.

Concert: Elvis Costello & The Imposters. Gehoord: 15/4 Paradiso, Amsterdam.