De vedette

Er is iets mis met de stem van Johan Museeuw. De man met de machtigste dijen van het peloton zet Parijs-Roubaix naar zijn hand en piept, eenmaal voor de microfoon, het lied van de huismus die op het punt staat het nest te verlaten. Je verwacht een stem uit de dijen, maar het geluid vindt zijn oorsprong in een toegeknepen strottenhoofd. En wat hij zegt lijkt in toenemende mate wartaal. Ik kan er in elk geval geen touw meer aan vastknopen.

Wanneer stopt Johan Museeuw met wielrennen? Als het aan hem had gelegen, was hij er twintig jaar geleden al mee gestopt. De man kondigt bij willekeurige gelegenheid zijn afscheid aan. Men spreekt er van dat de man een spelletje met de media speelt, maar ik houd het er op dat zijn achterwerk vergroeid is met het zadel. Er zal een knap chirurg aan te pas moeten komen om hem succesvol te scheiden van zijn fiets.

Museeuw heeft in dat opzicht wel iets weg van Joop Zoetemelk. Ook niet te scheiden van het zadel. Joop maakte er nooit een geheim van dat de fiets zijn leven was, dat er na de fiets niets restte dan een zwart gat. De fiets, dat was Joops eerste en laatste liefde. De fiets, dat was niets minder dan een prothese zonder welke het leven onleefbaar zou zijn. Klaarkomen deed je op de fiets.

Komt Museeuw klaar op de fiets? Museeuw lijkt me eerder iemand die de fiets haat als de pest. Alsof hij er per ongeluk op terecht is gekomen. Alsof hij niet fietst voor zichzelf, maar voor iemand anders. Alsof de kracht die hij genereert zijn oorsprong vindt in het diepste verdriet dat voor hemzelf nog onbekend is.

Gelukkig lagen de keien zondagmiddag nat. Parijs-Roubaix zonder nattigheid is als een kind zonder vlieger. Gelukkig was de wind koud. De koers kan me niet wreed genoeg zijn. Ik lag op de bank, een pot thee binnen handbereik. Bier drinken tijdens Parijs-Roubaix doe ik niet. Ik kijk niet voor mijn vermaak.

Ik luisterde naar Mart en Jean, die bijzonder op dreef waren dankzij het gure klimaat. Jean kwam weer met een van de historische wetenswaardigheden waar ik geen genoeg van kan krijgen. Ooit hadden de bewoners van het vale Noord-Franse land geprotesteerd tegen deze wedstrijd. Hun armoe werd al te nadrukkelijk voor de wereld in beeld gebracht. Maar de koers woog zwaarder dan zulk futiel protest.

Wat zou Parijs-Roubaix zijn zonder de arbeidershuisjes in de dorpen? Wat zou Museeuw zijn zonder dit maatschappelijk onverantwoorde landschap? Verdriet en wielrennen vormen een voortreffelijk paar. De vedette van zondagmiddag was niet Museeuw maar Parijs-Roubaix.