Cero Tolerancia

,,Cero Tolerancia''. Het zijn woorden die de Colombiaanse onafhankelijke presidentskandidaat Álvaro Uribe Velez de afgelopen maanden regelmatig in de mond nam. Het zijn woorden die volgens peilingen 51 procent van de kiezers, moe van een jarenlange burgeroorlog en onsuccesvolle vredesonderhandelingen tussen linkse rebellen en de regering, graag hoort. Maar het zijn ook woorden die er voor zorgen dat Uribe inmiddels tot drie maal toe is ontsnapt aan een aanslag op zijn leven. De verkiezingen zijn op 26 mei.

Nog afgelopen zondag ontkwam de gedoodverfde toekomstige president ter nauwernood aan een aanslag toen een bom ontplofte in de stad Barranquilla op het moment dat Uribes' verkiezingskaravaan langskwam. Drie mensen werden gedood en zeker vijftien anderen raakten gewond.

De aanslag wordt toegeschreven aan de Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC), met wie het regeringsleger al bijna veertig jaar strijd voert, een strijd die naar schatting 3.500 levens kostte. FARC zit waarschijnlijk ook achter de ontvoering van presidentskandidate Ingrid Bentancourt in februari. Zij is nog steeds niet vrijgelaten.

Uribe belooft zijn kiezers een intensieve oorlog tegen de linkse rebellen zodat ,,heel Columbia weer veilig de straat op kan.'' Sinds president Andrés Pastrana half februari het slepende vredesproces met FARC afbrak, is Uribe snel geklommen in de peilingen.

De harde oorlogstaal van de 49-jarige jurist is mede ingegeven door de moord op zijn vader in 1983. Uribe sr., een rijke landeigenaar, werd bij een mislukte ontvoering vermoord, vermoedelijk door FARC-rebellen. Uribe jr. heeft nooit begrepen waarom de regering bleef onderhandelen met de rebellen, en hen zelfs een eigen gebied toekende.

Al in 1997, toen Uribe gouverneur was in de provincie Antioquia, voerde hij hevige strijd tegen FARC. Uribe, die in Oxford en op Harvard studeerde en onder meer burgemeester van de stad Medellín was, richtte in Antioquia onder meer de burgerwacht Convivir ('Samenwerken') op. Een van zijn plannen is het bewapenen van gewone burgers, zodat deze eigenhandig tegen rebellen en drugshandelaren kunnen optreden.

Dat plan heeft bij mensenrechtenorganisaties, maar ook bij de andere presidentskandidaten tot kritiek geleid. Horacio Serpa van de Liberale Partij, die volgens de peilingen 29 procent van de stemmen krijgt, beschuldigt Uribe ervan sympathie voor rechtse paramilitairen te hebben. De gevreesde doodseskaders zouden tevens de Colombianen dwingen op Uribe te stemmen. Uribe ontkent iets met hen te maken te hebben.

Uribe laat zich niet afschrikken door de aanslagen op zijn leven. Zijn running mate Francisco Santos, een voormalig journalist en vredesactivist, meldde dat campagne voeren en angst niet samengaan. ,,Natuurlijk zijn Álvaro's en mijn leven in gevaar wanneer we op campagne zijn, want het is bijna onmogelijk geen contact met de mensen te hebben. Je wordt omsingeld, omhelsd en je wordt door mensen gekust.''

President Pastrana heeft gisteren de kandidaten, uit angst voor een herhaling van de verkiezingen van 1990 toen vier kandidaten werden vermoord, aangeboden hun campagne verder via de televisie te voeren, een aanbod dat Uribe dankbaar heeft aangenomen.

www.alvarouribevelez.com.co: programma Uribe