Zorg moet minder nota's produceren

Wachtlijsten en ander ongemak kunnen niet alleen aan externe oorzaken geweten worden. Organisaties moeten zelf ook eens orde op zaken stellen en desnoods burgerlijk ongehoorzaam worden, meent Jaap Fransman.

Praten (en klagen) over het functioneren van de gezondheidszorg is bijna een gezelschapsspel geworden waarbij ook de werkers in de zorg zich bepaald niet onbetuigd laten. Lange wachtlijsten. Personeel is burn- out. De problemen en onvrede van klanten, patiënten en medewerkers stapelen zich op. Den Haag doet te weinig, er komen steeds meer regeltjes en richtlijnen en er is per definitie te weinig geld. Rapporten waarin problemen worden aangekaart, nopen tot meer onderzoek. De werkvloer voelt zich niet gehoord door het management, terwijl dat management toch ontzettend zijn best doet. De schuld van al die problemen ligt bij een ander of in ieder geval buiten onszelf.

Het wordt tijd dat de werkers in de gezondheidszorg de hand in eigen boezem steken, in plaats van steeds de buitenwacht de schuld te geven voor de vele problemen.

Daarbij is het in de eerste plaats van belang om nog eens te zien waarvoor een instelling eigenlijk op aarde is en wat de kernactiviteit is. Als die vraag ter sprake komt, blijkt dat wij het met ons allen wel erg gecompliceerd maken. Dit gebeurt op allerhande terreinen. In het onderwijs bezwijken scholen onder regels en steeds veranderende beleidstaakwijzigingen. In de (gezondheids)zorg is het stelsel zo ingewikkeld dat de interpretatie van regels een jarenlange studie vergt en velen er een dagtaak aan hebben om al die ingewikkelde regels te doorgronden. De bureaucratisering heeft overal toegeslagen – binnen de zorg, in het onderwijs, bij de politie. Professionals worden met zaken geconfronteerd die veraf staan van hun eigenlijke werk. De door de overheden, subsidiegevers en/of management bedachte regels zijn, zacht gezegd, niet altijd ondersteunend bij de uitoefening van hun taken. Dan zijn er verder allerlei organisaties, koepels, onderzoeksinstellingen en wat dies meer zij die zich met van alles en nog wat bezighouden. Belangenbehartiging, beleids-en/of werkontwikkeling, onderzoek – zaken waarbij, op de keper beschouwd, de relatie met het directe werk dikwijls ver te zoeken is. Sterker, het genereert vaak extra overleg, nieuwe vragen en nieuw beleid terwijl het oude beleid nog niet eens behoorlijk is ingevoerd, laat staan geëvalueerd is op bijvoorbeeld doelmatigheid. Vaak ook wordt de oplossing van interne managementproblemen gezocht in projecten of activiteiten die buiten de organisatie liggen. Dit gaat altijd gepaard met veel overleg en veel papier terwijl het praktische effect voor het werk (de klant, de patiënt enz.) niet opweegt tegen alle inspanning en de extra kosten die er mee gemoeid zijn.

Een andere trend is de aandacht voor het buitenland. Het is al langere tijd binnen de zorg mode om projecten in het buitenland op te zetten, terwijl in eigen land de zaken nog niet op orde zijn. Dit verzet voor betrokkenen mogelijk de zinnen maar aan het rendement voor de directe zorg in eigen land kan ernstig getwijfeld worden, terwijl het geld dat ermee gemoeid is beter dichterbij bij huis kan worden besteed.

Als organisaties intern beter orde op zaken (durven) stellen, en gebruikmaken van wat al bestaat in plaats van steeds weer iets nieuws te creëren, zou met aanzienlijk minder geld en inspanningen meer resultaat worden bereikt. Ook zou dan wellicht een einde komen aan het geklaag over allerhande zaken die de uitoefening van ons werk belemmmeren. Om dat te bereiken is in de eerste plaats een zekere mate van burgerlijke ongehoorzaamheid nodig. Binnen organisaties zou men meer durf moeten hebben om op constructieve wijze aan hogere echelons duidelijk te maken dat bepaalde bureaucratie of regelgeving te weinig bijdraagt aan de dagelijkse werkzaamheden, laat staan aan het werkplezier.

Hetzelfde geldt voor de leiding van organisaties. Zij zouden in voorkomende gevallen aan overheden, subsidiegevers en koepels duidelijk moeten maken dat regelgeving of bepaalde voorstellen contraproductief werken. Vinden zij geen gehoor, dan moeten ze desnoods openlijk ongehoorzaam durven zijn. Aldus kunnen machteloosheid en frustraties worden afgeschud, wat op alle niveaus kan bijdragen tot een dynamischer en uiteindelijk betere zorg.

Jaap Fransman is algemeen directeur van stichting Hulp voor Onbehuisden HVO-Querido in Amsterdam.