Tanks zijn te horen, er is geen mens op straat

Een rondrit door herbezet Palestijns gebied op de Westelijke Jordaanoever over door tanks kapotgereden wegen. Bewoners en vluchtelingen vertellen hun verhalen.

De gewapende kolonisten bij de toegangspoort tot de joodse nederzetting Pesagot op de Westelijke Jordaanoever willen van geen bezoekers weten. ,,Je wilt naar Ramallah? Neem die weg naar links, en je bent er zo.'' Langs een `by-pass road', speciaal voor kolonisten, was met de Israëlische taxi Pesagot te bereiken, een nederzetting hoog op een bergkam die over de nu door het Israëlische leger bezette Palestijnse stad Ramallah uitziet. Pesagot is in het verleden vaak vanuit Ramallahs oostelijke stadswijk El-Bireh door Palestijnen beschoten, en aan de voet van de bergkam, vlakbij het City Inn hotel, doen zich sinds het begin van de intifadah haast dagelijks schermutselingen voor.

Richting Ramallah geeft een geel bord langs de weg aan dat er eigenlijk alleen militaire voertuigen worden toegelaten. Het wegdek geeft aan dat tanks ervan gebruik maken. Eenmaal in Ramallah is het geluid van de rijdende tanks duidelijk hoorbaar. Er zijn geen mensen op straat te zien.

Binnen bij Mahmoud thuis zijn vijf vrouwen verzameld rond een maaltijd in de keuken. Mahmoud zelf zit met twintig mannen in de woonkamer. Er zijn schoten te horen. Mahmoud zet rustig zijn betoog verder: ,,Wij hoopten dat [de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken] Powell iets kan regelen, en dat er een staakt-het-vuren komt, maar eerlijk gezegd, we verwachten er niet veel van. Powell zegt dat hij zijn bezoek aan Arafat heeft uitgesteld wegens de zelfmoordaanslag van vrijdag in Jeruzalem, maar wij zien dat anders. Hij moet luisteren naar de bevelen en wensen van [de Israëlische premier] Sharon. Hij moet het Israëlische leger meer tijd geven. Zij zijn hier de baas, niet de VS'', zegt Mahmoud. ,,Ze krijgen dus alle tijd om het werk af te maken, en ondertussen vallen ze ook de kleinste dorpen binnen.'' De anderen knikken instemmend. ,,Wat gebeurt er als er morgen een staakt-het-vuren komt, en Powell is weer weg? Wat als er dan opnieuw een bom ontploft in Israël? Wij geloven niet dat er met Sharon een kans bestaat op een politieke oplossing.''

Er komt plots een einde aan het bezoek. Het huis is omsingeld door tientallen Israëlische soldaten. Yunes, een Arabische Israëliër, stond bij zijn taxi voor de deur te wachten. Hij wordt hardhandig tegen de muur gegooid, ze slaan met hun geweer in zijn zij. ,,Wat doe jij hier? Ben je helemaal gek? Je kan toch lezen!'' Ze snauwen hem toe dat hij zijn kofferbak moet opmaken. Het gaat uiteindelijk, de mitrailleurs op de taxi gericht, terug richting Pesagot.

Ook Semiramis, een dorp op een paar kilometer voorbij de controlepost van Kalandia, is nu bezet gebied. Vrijdag een paar uur na de Palestijnse zelfmoordaanslag in Jeruzalem, waarbij zes doden vielen en tientallen gewonden, stormde een kolonne Israelische tanks op richting Ramallah. Ze vielen meteen Semiramis binnen, het eerste Palestijnse dorp dat ze langs de weg naar Ramallah tegenkwamen. De aanval kwam als een totale verrassing. Lange salvo's zwaar machinegeweervuur verstoorden de vredige rust van de witte huizen rond de minaret. Het vuur werd even vanuit Palestijnse posities in het dorp beantwoord. Maar dat gevecht duurde niet lang. Een half uur later waren de gevechten uitgewoed.

Honderden tanks en andere pantservoertuigen staan klaar bij de gevangenis van Majidu, ten noorden van Jenin, vlakbij het dorp Salim op de Groene Lijn. Er staan tien tv-ploegen te wachten op toestemming om naar Jenin te gaan. Officieel is Jenin afgesloten, en nu lijkt er ook via omwegen of te voet geen doorkomen aan. Jenin wordt door de Israëlische regering al geruime tijd beschouwd als de stad van de zelfmoordbommen. De stad zelf en vooral het vluchtelingenkamp zijn daarom de laatste twee weken bijzonder hard aangepakt. Een officiële woordvoerder heeft gezegd ,,te hopen dat dat terroristennest, deze bommenindustrie nu eindelijk getemd is.''

De meeste dorpen langs de vijftien kilometer lange weg van Salim naar Jenin zijn gisteren door het leger bezet en er patrouilleren tanks en troepen door de velden en boomgaarden. Deze morgen kreeg een groepje journalisten van het leger een begeleide rondgang in de stad en het vluchtelingenkamp en daar blijft het wat Jenin betreft bij, aldus een woordvoerster van het leger: ,,Jullie moeten hun beelden maar gebruiken, je ziet onmiddelijk dat al die geruchten over een bloedbad volkomen uit de lucht gegrepen zijn. De oorlog is hier nog in volle gang, en we zouden niet willen dat een van jullie in het kamp door een Palestijnse booby trap de lucht in vliegt.'' Maar afgezien van Jenin, Yasser Arafats hoofdkwartier in Ramallah en de Geboortekerk in Bethlehem, is nu het gebied voor de pers vrijgegeven, zegt ze. Wie in Ramallah, Nablus of Bethlehem wil gaan kijken, moet eerst even telefonisch laten weten dat hij dat op eigen risico wil doen, zegt ze.

Vanuit Salim, uit het zicht van de tanks, gaat het te voet naar een Palestijnse wagen die vanuit Rumaneh tegemoet is gestuurd. De lokale bevolking volgt de toestand op de voet en weet precies tot waar de tanks opgerukt zijn. In de school van Rumaneh zitten een paar honderd vluchtelingen uit het vluchtelingenkamp van Jenin. Sommigen hebben verhalen hoe zij door de Israëlische soldaten als menselijke schild zijn gebruikt bij de straatgevechten in het kamp.

Isaam Makhlul is een Arabisch parlementslid. Hij zit in het Israëlische parlement namens het Democratisch front voor Vrede en Gelijkheid. ,,Ik ben hierheen gegaan om zo dicht mogelijk in de buurt van het bloedbad te zijn, en de mensen te helpen. De waarheid moet aan het licht komen. Wij denken dat er tot duizend doden zijn gevallen in Jenin. Het is nu aan de Israëlische regering om te bewijzen dat er geen bloedbad is aangericht. Hoe kunnen ze nu ook nog de lijken van hun slachtoffers proberen te stelen. Ze doen alles om de gruwelijke waarheid te verbergen, en beweren dat het een fabeltje is, dat wij het bloedbad verzinnen. Maar wij zullen geen steen onaangeroerd laten van hun massagraven'', aldus Mahlul.

Ondanks de nieuwe Israëlische instructies is Nablus via Tubas niet binnen te komen. Bij de controlepost heeft aandringen geen enkele zin. Dan maar proberen langs de by-pass road over Huwara. Het is pikdonker, er is geen maan te bekennen, en Nablus, al decennia lang een haard van verzet, duikt plots met duizenden lichtjes op uit het duister. De stad staat bekend als `Jebel al-Nar', de berg van vuur. Er is ook hier tot vorige week zwaar slag geleverd, vooral in en rond de kasbah, het historische hart van de stad. De Palestijnse strijders die zich in het doolhof van de kasbah hadden verschanst zijn ondertussen verslagen, gedood of gevangen genomen.

Maar ook in Nablus duurt de oorlog voort. Een hele rit door de stad strandt op een wegversperring. Tanks trekken de stad in. Het prikkeldraad dat over de weg uitgerold ligt en de machinegeweren maken duidelijk dat ook hier nog geen toegang verleend wordt aan pottenkijkers.