Ruwe en ruige rock van Spencer

Goede rock & roll moet oprecht, opruiend en opwindend zijn, vindt Jon Spencer. Een waarheid als een koe voor de muziek van Little Richard tot The Cramps en van Elvis tot The Strokes. De vraag is alleen hoe Spencer zijn eigen Blues Explosion ziet in de loop van de rockhistorie. Om te beginnen maakt hij het zichzelf moeilijk door in triobezetting zonder basgitaar te spelen, waardoor zijn muziek per definitie niet de sonische impact heeft van de klassieke rockbezetting. Bovendien staan melodieën niet hoog op zijn agenda, zodat het na tien jaar en zes cd's een bijna onmogelijke opgave is een liedje van de Jon Spencer Blues Explosion na te fluiten.

Dat neemt niet weg dat ze zo hip zijn als een rockgroep in het dance-tijdperk kan zijn, na een achtergrond die meer raakvlakken heeft met de New Yorkse kunstmuziek van Sonic Youth dan met de gospel en blues waar Spencer zo graag mee dweept. Paradiso was gisteren uitverkocht voor een avond verantwoord avant-gardistisch rocken. Voorprogramma The Yeah Yeah Yeahs paste in die sfeer: eveneens een basloos trio, met een zangeres die het hysterische nichtje van Siouxsie van de Banshees had kunnen zijn. Haar verlegenheid compenseerde ze door in haar knalroze baljurk met de rug naar het publiek een enorme keel op te zetten, omlijst door een aanhoudende drumroffel en de fuzzgitaar van een jongen met een uitbundig getoupeerd kapsel.

Bij de Blues Explosion ging het er op het eerste gezicht ruig aan toe, nu Jon Spencer zijn scherpe imago van rock & roll-dandy heeft ingeruild voor een vetkuif met bakkebaarden. Het nieuwe album Plastic Fang staat in het teken van weerwolven en ander horrortuig. Spencers rockabilly-achtige gewoonte om een beverige galmstem op te zetten kwam goed van pas in de zware en donkere muziekstijl die de groep zich heeft aangemeten. Met nummers die vrijwel allemaal in hetzelfde mid-tempo werden ingezet op twee schelle, vervormde gitaren en luguber bonkende drums, werd het een monotoon optreden. Het opvallendst waren Spencers aankondigingen: variaties op het rockabilly-cliché `Baybeeeh!' of `Let me hear you say yeah!' Het publiek deed er halfslachtig aan mee, maar de beoogde wisselwerking bleef uit.

Gedenkwaardige momenten lieten tot het laatst op zich wachten, toen zich na een uur in het pompeuze She said en het smekende Killer wolf iets van een melodie aftekende. Niet de muziek, maar de pose is bij de Jon Spencer Blues Explosion alleszaligmakend. Ze stonden er cool bij en de gitaarriffs werden ruw en onbewogen uit de mouw geschud. Mooi voor de reeds bekeerde fans, maar teleurstellend voor wie werkelijk opwindende rock & roll had verwacht. Daar komen bij de echte helden toch meestal betere liedjes bij kijken.

Concert: Jon Spencer Blues Explosion. Gehoord: 14/4 Paradiso, Amsterdam.