Oefening in staatsrechtelijke zuiverheid

Na het NIOD-rapport over Srebrenica vragen verschillende ministers zich af of ze kunnen aanblijven.

"Ik houd mij aan de afspraak dat alleen premier Kok het woord voert inzake het NIOD-rapport", zegt een bewindsman in de wandelgangen van het VVD-congres dit weekeinde, en beent weg. De leden van het kabinet-Kok hebben, op hun vergadering vrijdag, tot grote zwijgzaamheid besloten, om speculaties over de politieke afhandeling van 'Srebrenica' te voorkomen. Veel geholpen heeft het niet: er ging dit weekeinde nauwelijks een actualiteitenprogramma voorbij of over een aftreden van Kok II, of afzonderlijke ministers werd gespeculeerd.

Ten aanzien van politieke consequenties op grond van de bevindingen van het NIOD zijn er in de Haagse politiek twee geheel gescheiden sporen. Het ene betreft de verantwoordelijkheden die verband houden met de politieke en militaire omgang met het zenden van Nederlandse troepen naar Srebrenica en de gang van zaken tijdens en na de verovering van deze enclave. Het andere de onder hoge militairen bestaande neiging om ook tijdens de zittingsperiode van het huidige kabinet, die in 1998 begon, details die een onwelgevallig licht wierpen op het optreden van de Nederlandse militairen onder het tapijt te vegen.

Deze tweede zaak is voor minister De Grave (Defensie) aanleiding om zich te beraden over de vraag of hij moet aftreden. Wanneer immers wordt gesteld dat hoge militairen hem jarenlang voor het lapje hebben gehouden inzake de nasleep van 'Srebrenica', wekt dat twijfels aan de kwaliteit van andere informatie die zij hem hebben verstrekt. De Grave heeft jarenlang in de Tweede Kamer standpunten verdedigd die mede op gegevens van de legertop waren gebaseerd.

De Graves oefening in staatsrechtelijke zuiverheid is temeer opmerkelijk, daar hemzelf in dezen weinig blaam lijkt te treffen. Al spoedig na zijn aantreden als minister in 1998 viel het hem op dat de nasleep van 'Srebrenica' tot een 'verlamming' op zijn departement had geleid. Hij stelde een paar dagen na aankomst de commissie-van Kemenade in, die later concludeerde dat er op het departement geen 'doofpot' was ten aanzien van 'Srebrenica'. Iedereen ten departemente, de minister incluis, kon weer verder. Het probleem is alleen dat het NIOD-rapport stelt dat de conclusies van de commissie-van Kemenade ondeugdelijk zijn geweest, en de doofpot wel degelijk aanwezig. De Grave heeft nog niet gezegd of hij deze conclusies deelt. En evenmin of hij meent dat met maatregelen tegen landmacht-chef Van Baal, of anderen, het euvel kan worden verholpen. [Vervolg KABINET: pagina 3]

KABINET

Sneeuwbaleffect dreigt

[Vervolg van pagina 1] Los van deze kwestie is er de vraag of bepaalde ministers of zelfs het hele kabinet zouden moeten aftreden als boetedoening voor een algemeen `falen van de politiek'. Minister Pronk (VROM) vindt van wèl, maar De Grave bijvoorbeeld voelt daar weinig voor: ,,ik moet er wel op wijzen dat ik ten tijde van de val van Srebrenica in Amsterdam wethouder van financiën was', verklaarde hij woensdag.

Ook premier Kok heeft laten merken weinig te voelen voor een collectieve boetedoening. ,,Ik kan iedereen recht in de ogen kijken ``, verklaarde Kok, afgezien van Pronk de enige politicus die voor de gehele duur van `Srebrenica' deel uitmaakte van het kabinet - bij de eerste besluitvorming over uitzending van Nederlandse troepen in `93 als vice-premier en na `94 als premier. Kok heeft in deze zaak voor zichzelf een krachtige verdedigingswal opgeworpen: het verwijt van een verkeerde, slechts ethisch gemotiveerde beslissing tot uitzending naar Srebrenica verwerpt Kok (,,niets doen was geen optie'). Over een NIOD-verwijt aan zijn adres, gebrek aan `regie' ten tijde van de Nederlandse aanwezigheid in Srebrenica, heeft de premier zich nog niet uitgelaten.

Wél is duidelijk geworden dat de premier weinig affiniteit voelt met de benadering van Pronk, die zichzelf graag voorstelt als een politicus uit een andere tijd, waarin `de politiek' een hoger ethisch gehalte had. ,,Ik ben een Uyliaan', verklaarde Pronk nog vorig jaar, verwijzend naar zijn deelname aan het kabinet Den Uyl.

Vanuit Koks standpunt is Pronks dreigende eenmansactie temeer ongewenst, daar een `sneeuwbaleffect' op de loer ligt: welke minister zou immers de schijn willen wekken minder ethisch gehalte te hebben dan die van VROM?

VVD-leider Dijkstal, Kamerlid ten tijde van de uitzending van Dutchbat naar Srebrenica, heeft erop gewezen dat een schuld van `de politiek' zich praktisch gesproken niet laat delgen door aftreden van ministers of het kabinet. Als er al sprake zou moeten zijn van politieke harakiri, dan ook door de Kamer die in 1994, de VVD incluis, heeft ingestemd met de uitzending.

HOOFDARTIKEL: pagina 7

WWW.NRC.NL: dossier Srebrenica