JOEY RAMONE (1952-2001)

Net als zwanen zingen popmusici hun bijzonderste lied kort voor hun dood. In een serie over de laatste, veelbetekenende nummers van te vroeg gestorven sterren vandaag Joey Ramone, die vandaag precies 1 jaar geleden overleed.

Joey Ramone, de zanger van de New-Yorkse punkgroep The Ramones, werd nooit ouder. In de jaren negentig zag hij er nog precies zo uit als in de jaren zeventig. Zijn gezicht ging nog steeds grotendeels schuil achter een flinke bos donker haar en net als twee decennia eerder ging hij altijd gehuld in een afgeragde spijkerbroek, T-shirt en een leren jack.

De andere drie Ramones (Johnny, Marky, Dee Dee en later J.C. Ramone) waren al net zo onveranderlijk. Alle Ramones waren standaardmannetjes en dus gemakkelijk vervangbaar. Zo wist elke fan dat de bassist Dee Dee Ramone omstreeks 1990 was vervangen door C.J. Romane, maar dit had niets veranderd aan The Ramones. Ook C.J. was een mannetje in spijkerbroek en T-shirt en speelde de archetypische Ramones-rock net zo hard en snel als Dee Dee.

The Ramones speelden al punk voor het woord als aanduiding van een muzieksoort werd uitgevonden. Ze hadden al een plaat met rudimentaire drie-akkoordenmuziek gemaakt toen de beroemdste Engelse punkgroep, The Sex Pistols, in 1976 debuteerde. Het verhaal gaat dat de geestelijke vader van The Sex Pistols, Malcolm MacLaren, midden jaren zeventig The Ramones in de New-Yorkse club CGGB's zag spelen en toen precies wist wat voor muziek zijn geesteskind moest spelen: Ramones-muziek.

Wat Malcolm MacLaren in de jaren zeventig zag in New York, week nauwelijks af van wat ruim twintig jaar in het Amsterdamse Paradiso was te zien. In iets meer dan een uur ragden ze er een stuk of dertig nummers doorheen. Elk nummer werd voorafgegaan door het aftellen: ,,one, two, three, four.' Joey Ramone stond te zingen met één been ver naar voren en de microfoonstandaard in schuine positie en Johnny en C.J. (of Dee Dee) Ramone bespeelden hun overdreven laaghangende slag- en basgitaar wijdbeens. Er verscheen een figuur op het podium met een punthoofdmasker die afkomstig leek uit Freaks, de favoriete film van The Ramones. Het punthoofd had een spandoek bij zich met de tekst: `Gabba Gabba Hey!'

Het enige teken van mogelijke ouderdom was dat Joey Ramone in de jaren negentig het tempo van de andere Ramones soms niet leek te kunnen bijbenen en moest volstaan met een soort samenvatting van de tekst. Zijn woorden waren kreten geworden. Maar fans interpreteerden dit maar niet als slijtage, maar als efficiency. Duidelijk zingen en articuleren was tenslotte helemaal niet nodig, want alle fans, die overigens bijna allemaal van het mannelijke geslacht waren, kenden de teksten van nummers als `Blitzkrieg Bop' en `Bonzo Goes To Bitburg' toch wel uit het hoofd.

The Ramones waren stripfiguren. Groot was dan ook de schok toen The Ramones eind jaren negentig ophielden te bestaan. Stripfiguren gaan tenslotte niet met pensioen. Nog groter was de verbijstering, toen Joey Ramone een ongeneeslijke vorm van kanker bleek te hebben. Stripfiguren gaan niet dood.

Maar al was Joey Ramone dan ziek, dit was net zomin als voor andere zwanenzangers als Lee Brilleaux en Ian Dury reden om op te houden met werken. In het laatste jaar van zijn leven nam Joey Ramone nog zijn enige solo-cd op: `Don't Worry About Me'. De cd verscheen een paar maanden geleden, bijna een jaar na zijn dood op 15 april 2001.

`Don't Worry About Me' verschilt niet wezenlijk van de oude Ramones-platen. Hooguit klinkt de cd iets beschaafder en gepolijster dan wat Joey Ramone eerder met de Ramones had gemaakt.

De titel `Don't Worry About Me' lijkt op het eerste gezicht een oproep uit het hiernamaals aan Ramones-fans om zich geen zorgen te maken over het lot van Joey Ramone. Maar bij beluistering blijkt het titelnummer, dat de cd afsluit, een lied over een altijd klagend en liegend meisje dat de ikfiguur gaat verlaten: ,,Now I'm sittin' here sad and blue/ Thinking 'bout all that we been through/ I gotta get away.'

`Don't Worry About Me' is een droevig besluit van een cd die vrolijk begint met een cover van `What A Wonderful World', een nummer uit 1967 dat vooral bekend is geworden in de uitvoering van Louis Armstrong. ,,I see trees of green, red roses too/ I see them bloom for me and you/ And I say to myself, what a wonderful world', zingt Joey Ramone in opgewekt punktempo. Maar wie door dit nummer denkt dat Joey Ramone in zijn laatste levensjaar plotseling is gaan inzien hoe mooi deze wereld eigenlijk is, vergist zich. In de tien nummers die volgen geeft hij een even grimmig beeld van de wereld als voor zijn dodelijke ziekte. In `Venting' heeft Joey Ramone het over `a sick fucking world with a violent affliction' en in `Mr Punchy' laat hij weten dat iedereen op zijn eigen manier verknipt is. In `Stop Thinking About It' zingt hij: ,,Ahh nothing lasts forever/ And nothing stays the same/ Feeling

numb all over and totally deranged/ When you finally make your mind up/ I'll be buried in my grave.'

Maar al is de wereld dan vol waanzin, verveling en dood, toch hangt Joey Ramone aan het leven, zo blijkt uit het nummer `I Got Knocked Down (But I'll Get Up)'. In dit lied, dat als zijn echte zwanenzang moet worden beschouwd, schetst hij op een typische Ramoniaanse wijze hoe zij zich in het ziekenhuis voelt. ,,Sitting in a hospital bed', zo zingt hij eerst vier keer om daar wanhopig aan toe te voegen: ,,I, I want my life/ It really sucks.' Hij is gefrusteerd, zingt hij ook nog, en er zit niets anders op dan de tv uit te zetten en vergetelheid brengende drugs te nemen. Aan het eind van het lied toont hij zich nog even optimistisch en strijdbaar: ,,I got knocked down, but I'll get up'. Maar ten slotte zingt hij alleen nog maar: ,,I got knocked down.' Er is geen hoop meer.

Op www.nrc.nl/dossiers zijn eerdere Zwanenzangen te lezen. O.a. Gram Parsons, Patsy Cline, Janis Joplin en Johnny Ace.