`In vier jaar is ons land in tweeën gespleten'

De Hongaarse premier Orbán dreigt de verkiezingen te verliezen. Zaterdag mobiliseerde hij zijn aanhang: tussen 400.000 (zeggen waarnemers) en 2 miljoen betogers (zeggen de organisatoren) kwamen zaterdag opdagen.

,,We zijn hier met ons twee miljoenen en de televisie zendt vanaf dit moment rechtstreeks uit!'' roept een anonieme stem uit een gigantische geluidsinstallatie. Een donderend applaus rolt over het statige Kossuth-plein voor het Hongaarse parlement. Honderdduizenden mensen staan samengepakt onder een zee van Hongaarse vlaggen. Gezinnen met kinderen, ouderen en vooral heel veel studenten en scholieren.

Een week geleden waren ze net niet massaal genoeg om de conservatieve regering van Viktor Orbán aan een overwinning te helpen in de eerste ronde van de parlementsverkiezingen. Deze zaterdag geven ze gehoor aan de oproep van de in het nauw gedreven Orbán om de straat op te gaan en de waarden van vier jaar burgerregering te verdedigen. Zondag 21 april is de beslissende verkiezingsronde.

,,Woede is een slechte raadgever. Ik vraag jullie om te herinneren, niet om boos te zijn.'' De jeugdige premier slaat een gematigde toon aan. Meteen na de eerste ronde sprak hij van een `stalen strijd' tegen links. Hij waarschuwde tegen de dreiging van het ,,internationale grootkapitaal'' dat op de steun van links zou kunnen rekenen.

Voor de honderdduizenden op het Kossuth-plein neemt Orbán wat gas terug maar de boodschap blijft hetzelfde. ,,Hongaren zijn niet racistisch. Hongaren willen alleen Hongaren zijn binnen Europa.'' Zonder de steun van de boeren kan Hongarije volgens Orbán niet ,,voorkomen dat de landbouwgronden in handen van buitenlanders vallen''. Ook het grootkapitaal komt weer om de hoek kijken: ,,In onze wereld is geen plaats meer voor industriëlen en groot geld dat zich verkleedt als een sociale partij. We moeten niet vergeten dat Hongarije een republiek is en niet een BV.''

Een jonge meubelmaker is met zijn vriendinnetje uit het noorden van het land naar de hoofdstad gereisd ,,om zich Hongaar te voelen''. ,,Hongarije is altijd een christelijk bolwerk geweest. We zijn door Europa vaak in de steek gelaten. We begrijpen nu dat we het zelf moeten doen. We moeten onszelf redden door Hongaars te zijn én christelijk.'' Drie studenten willen de rechts-conservatieve regering verdedigen tegen de electorale overmacht van links. ,,Wij leven nog in de schaduw van de Kádár-periode. De socialisten proberen de kiezers te lokken met worst, brood en mooie woorden. Maar het gaat om meer. Er zijn andere waarden.''

Dan duikt onder de zee van wapperende Hongaarse vlaggen een dissident op: ,,Mag ik ook wat zeggen? Ik ben het hier namelijk helemaal niet mee eens.'' Het is een schuchtere jongeman met blauwe ogen achter een ijzeren brilletje. ,,Ik ben ook Hongaar, maar ik voel me hier eigenlijk vreemdeling. Ik vind dat dit te ver gaat. De argumenten zijn alleen maar emotioneel. Alsof de socialisten van nu nog steeds de oude communisten zijn. Ik geloof daar niets van.'' Eerst zegt hij aarzelend dat hij niet bang is voor de mensenmassa die als één man achter de rechtse leider lijkt te staan. ,,Niet bang, alleen een beetje treurig.''

De oppositie doet niet mee aan het straatspektakel. Socialisten en links-liberalen staan op winst in de tweede ronde en proberen zich te distantiëren van de populistische stijl van rechts. Ze laten op zondag een tegengeluid horen vanuit het beroemde koffiehuis Gerbeaud. Binnen drinken de leiders van de socialisten en de links-liberalen een kopje koffie. Buiten volgen een stuk of duizend mensen hun gesprek via luidsprekers.

,,De oppositie gaat niet de straat op maar is wel groter'', zegt Sándor Pintér. Hij staat met zijn dochter Emese buiten te luisteren. Volgens vader en dochter Pintér is Orbán vanaf het begin van zijn premierschap op confrontatie uit geweest. ,,In vier jaar tijd is onze samenleving in tweeën gespleten. Zij zien in iedereen vijanden.''

Orbán heeft zijn aanhangers opgeroepen kokardes te dragen met de Hongaarse driekleur. Normaal gesproken dragen de Hongaren deze kokardes rond 15 maart als de opstand van 1848 tegen de Habsburgse macht wordt herdacht. In de aanloop naar de verkiezingen heeft de kokarde een nieuwe betekenis gekregen, vertelt Emese Pintér. ,,In de metro zit iedereen naar elkaar te kijken. Mensen die wel kokardes dragen maken nare opmerkingen over mensen die geen kokardes dragen en andersom.''

Op de universiteit heerst een zelfde sfeer, beaamt Viktor, student aan de Business School. ,,Mensen kijken elkaar scheef aan.'' Hij denkt dat het PR-apparaat van Orbán feilloos werkt en dat de kiezers zich gemakkelijk laten manipuleren. De televisie, die zaterdag de toespraak van Orbán op het plein integraal uitzond, wijdt zondag slechts enkele minuten aan het geluid van de oppositie uit het koffiehuis Gerbeaud.