IJshockeyers zoeken naar uitgang doolhof

Met een nederlaag (2-4) tegen Kazachstan begon de Nederlandse ijshockey- ploeg gisteren aan het WK voor B-landen. ,,Toch zijn we op de goede weg.''

Geef Jan de Greef een zak geld en de voorzitter van de Nederlandse ijshockeybond (NIJB) verricht een wonder. Jazeker, hij meent het. ,,Organiseren wij over twee jaar een WK dat in niets zal onderdoen voor het succesvolle toernooi dat Duitsland vorig jaar heeft neergezet.''

Overtuigingskracht kan de voorman van de noodlijdende sport met puck en stick niet worden ontzegd. Maar de realiteit is weerbarstiger, beseft De Greef. Het Nederlandse ijshockey, met amper 3.500 beoefenaars een van de kleinere sporten, zit al jaren gevangen in een vicieuze cirkel. ,,Geen prestaties=geen aandacht=geen geld=geen prestaties'', zo schetst de NIJB-voorzitter het sombere beeld van een bond, die de uitgang van het doolhof maar niet lijkt te kunnen vinden.

Te klagen heeft De Greef evenwel niet vandaag. ,,Trots als een haan'' is hij, want de nationale ploeg weet de schade in de openingswedstrijd van het WK voor B-landen (Divisie I, Groep A) in Eindhoven binnen de perken te houden. Tegen het sterker geachte Kazachstan stellen de Aziaten pas in de slotfase orde op zaken (2-4), nadat Nederland in het begin van de derde periode zowaar even zicht heeft gehad op de gelijkmaker. De Greef heeft vrede met de nederlaag. ,,Dit biedt perspectief voor de rest van het toernooi.''

Dat toernooi krijgt voor Nederland vandaag (maandag) een vervolg tegen een van de kanshebbers op de eindzege: Frankrijk. Woensdag wacht Wit-Rusland, een andere favoriet voor promotie naar de zestien landen tellende eredivisie van het internationale ijshockey. Te vrezen valt dat de verrassende nummer vier van het olympisch toernooi in Salt Lake City het ploegje van bondscoach Manfred Wolf onder de voet zal lopen. Tegen de twee overgebleven en op papier `mindere' tegenstanders, Kroatië (donderdag) en nieuwkomer Zuid-Korea (zaterdag), moet lijfsbehoud worden veiliggesteld.

Dat is wel het minste waarop De Greef rekent in ,,een toernooi dat voor de Nederlandse ijshockeyfamilie hopelijk een volgende stap is in de ontwikkeling van deze prachtsport'', zoals de voorzitter van het organisatiecomité het gisteren verwoordde tijdens de openingsceremonie. Twijfelen aan het welslagen van die missie doet hij niet. ,,Want wat iedereen ook mag zeggen en denken: toch zijn wij goed bezig. Neem bijvoorbeeld al die jonge gasten die vandaag op het ijs zijn verschenen.''

Pardon? Belangrijkste steunpilaar is nog altijd een speler die vorige maand zijn 39ste verjaardag vierde en inmiddels is gestopt als clubspeler: Dave Livingston, tegen Kazachstan uitgeroepen tot `meest waardevolle speler'. Samen met twee andere dertigers, aanvoerder Tommie Hartogs (32) en Christophe Brand (36), vormt de geboren Amerikaan de eerste aanvalslijn. De Greef, zuchtend: ,,We kunnen Dave helaas nog niet missen.''

Was het maar zo, meent de voorzitter die twee jaar geleden, bij zijn afscheid als preses van Tilburg, gewaagde taal sprak. Zesentwintig jaar na Nederlands eerste en enige olympische optreden in Lake Placid zou de nationale ploeg bij de Winterspelen van Turijn (2006) weer moeten én kunnen meestrijden temidden van de wereldtop. De Greef had zijn gloedvolle betoog amper afgerond of hij vond ,,op het bondsbureau echter een paar oude lijken in de kast''. Hoeveel de schuldenlast onder zijn voorgangers was opgelopen, wil hij niet kwijt. ,,Hou het maar op enkele tonnen.''

Feit was in elk geval dat een deel van de ambitieuze beleidsnota De Uitdaging Aanvaard meteen door de papierversnipperaar kon. Zo sneuvelde het plan om een innige samenwerking met ijshockeygrootmacht Finland te beginnen. Bovenop die teleurstelling kwam het echec met kabelexploitant UPC, die wegens financiële problemen al na een paar weken weer stopte met het uitzenden van beelden van de naar exposure snakkende Nederlandse competitie.

Bij gebrek aan tv-minuten blijft het volgens De Greef daarom vooralsnog zoeken naar een hoofdsponsor, en is de NIJB grotendeels aangewezen op giften van de internationale federatie. Die blijkt gevoelig voor de smeekbeden. Op het ijs mag Nederland dan weinig tot niets voorstellen, in de bestuurskamers ,,tellen we wel degelijk mee'', zegt De Greef met gepaste trots. Niet voor niets is de NIJB al weer voor de vijfde keer gastheer van een WK, benadrukt hij.

Het subsidiegeld steekt `ontwikkelingsland' Nederland vooral in wat De Greef als zijn stokpaardje beschouwt: de jeugd. Drie ijshockeyscholen (Groningen, Nijmegen en Tilburg) telt Nederland inmiddels. Zoveel vorderingen maken de jeugdteams dat De Greef de toekomst zonnig tegemoet ziet. ,,Al komt `Turijn' vermoedelijk toch te vroeg.''