Henze's Bassarids spectaculair, vuig en overdonderend

Ter afsluiting van een vijfdelig retrospectief op het oeuvre van de Duitse componist Hans Werner Henze (1926) presenteerde de Matinee op de Vrije Zaterdag dit weekend in aanwezigheid van de componist de Nederlandse première van diens spectaculaire opera The Bassarids (1965). Het libretto van W.H. Auden en Chester Kallman is een Engelstalige bewerking van het toneelstuk De bacchanten van Euripides (407 v. Chr.), dat in juni door ZT Hollandia wordt gespeeld in het Holland Festival.

Wie Dionysische extase versus Apollinische onthouding navoelbaar wil verklanken, moet beide polen in zichzelf verenigen. Henze (75) noemt magie, pathos, clownerie en extase als ingrediënten van zijn muziek. In zijn Derde symfonie wordt Apollo aangeroepen, een sensuele klank typeert eigenlijk ál Henzes werken. En The Bassarids - met bedwelmende koorscènes én pinnig verzet tegen de bacchantische uitwassen – versterkt slechts de indruk dat die strijd tussen roes en ratio Henze wezenseigen is.

The Bassarids geldt als de opera waarmee Henze een nieuwe fase in zijn muziektheatraal oeuvre ontsloot. Anders dan eerdere opera's is The Bassarids onder één spanningsboog doorgecomponeerd. Er klinkt een aantal aria's en het één bedrijf tellende geheel valt uiteen in een soort symfonische vierdeligheid.Maar eerst en vooral is The Bassarids een overdonderende en exuberante opera,waarin geen muzikaal middel wordt geschuwd om libido en ratio zo theatraal mogelijk te extrapoleren.

Dirigent Markus Stenz is een specialist in het oeuvre van Henze. Hij leidde eerder bij het Concertgebouworkest, Residentie Orkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest met veel succes diens zware, neo-expressionistische Zevende symfonie en bleek zaterdag de ideale dirigent voor deze veeleisende opera. De bekoringen van een Bacchantische levensstijl werden door het Radio Filharmonisch Orkest Holland bepleit met oortuitend orgiastisch geraas, beukende pauken, tetterend koper en feilloze ritmische precisie – met totaal ruim tien weglopers als gevolg. Maar ook zwevende breekbaarheid en vertwijfeling hebben een plaats in The Bassarids, zoals mede hoorbaar werd in de roezig bedwelmde koorscènes, fantastisch gezongen door het Groot Omroepkoor.

Ook solistisch bleek de opera in alle geledingen sterk bezet. Bijzonder overtuigend was Matinee-debutant Mark Holland als Koning Pentheus, die zijn verscheurdheid tussen veroordeling van en fascinatie voor het Dionysische bekoopt met onthoofding door zijn tante Autonoe (Juliana Gondek). De legendarische Anja Silja – in mei bij De Nederlandse Opera te zien als Gräfin Geschwitz in Lulu van Alban Berg – bleek niet alleen vocaal, maar ook theatraal perfect getypecast als Pentheus' gefrustreerd feeksige moeder Agave, bij wie achter elke noot de hysterie op de loer lag. Sterke rollen waren er verder van onder anderen Matinee-coryfee David Wilson-Johnson (Cadmus) en Elizabeth Laurence, die indruk maakte als een krachtige voedster.

Volgend jaar wijdt de Matinee opnieuw een retrospectief aan een componist die, voorbijgaand aan het naoorlogse avantgardisme, een eigen weg koos en nu aan waardering wint. Na Henze is dan de beurt aan Benjamin Britten, wiens werk in verband wordt gebracht met zijn fascinatie voor exotische muziekculturen.

Concert: The Basssarids van H.W. Henze door Radio Filharmonisch Orkest Holland, Groot Omroepkoor o.l.v.Markus Stenz m.m.v. Robert Chafin (Dionysus), Mark Holland (Pentheus). David Wilson-Johnson (Cadmus), Anja Silja (Agave) e.a. Gehoord: 13/4 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 16/4, 20.52 uur.