Getralied

's Morgens wacht de weduwe Stien in bed op de Thuiszorg. 's Middags zit ze gewassen en gekleed voor het raam naast het portiek. 's Avonds zit ze daar nog steeds en kijkt tv.

Vroeger konden de buren haar door het venster een hand geven. ,,Dag Stien, hoe gaat het?'' Maar sinds ze beroofd is, zitten er tralies tussen de sponning. Ook haar hersens zitten nu tussen tralies. Dat komt door de tranquillizers.

Toen na de kat ook de hond doodging, raakte Stien haar greep op het leven kwijt. Ze rende op blote voeten de straat op, stond met ongekamde haren in nachtpon op de brug en sloeg zulke liederlijke taal uit dat mannen kleurden tot in hun overhemd. De buurt greep in en Stien werd opgenomen.

Na twee jaar kwam ze terug. Onherkenbaar. Ze was wanstaltig uitgedijd, haar gang traag en onzeker, het haar spierwit en haar humeur zo gelijkmatig, dat het geprogrammeerd leek. Je kunt geen gesprek meer met haar voeren en lachen doet ze ook niet meer. Als iemand vraagt hoe ze het maakt, kijkt ze secondenlang tot ze het gezicht van de vrager herkent en besloten heeft dat het betrouwbaar is. Dan antwoordt ze traag met een robotachtige stem: ,,Goeoeoed...'' Haar monotone stem geeft niet aan wanneer het eind van een woord of zin eraan komt, zodat je blijft wachten op meer. ,,Heb je nog boodschappen nodig, Stien?'' ,,Neeee...'' Weer een antwoord met een open einde. ,,Zal ik een ijsje voor je meebrengen?'' ,,Jaaaa...'' ,,Aardbeien of vanille?'' ,,Jaaaa...''

Tot ze een week geleden ineens iets uit zichzelf zei: ,,Mijn neeeef komt... dinsdag... ik heb geen familie... alleen mijn neef... uit Canada... hij komt naar Amsterdam... naar mij... hij neemt foto's van vroeger mee...''

Dinsdag zien de buren inderdaad een man van middelbare leeftijd naast Stien voor het raam zitten. Op het pluchen tafelkleed liggen tientallen foto's. ,,Dus dat is je neef?'' Als neef tussen de tralies door omslachtig aan de buren begint uit te leggen van wie hij een zoon is, krijgt Stien een vijandige blik in haar ogen. De tralies om haar hersens zijn even geslecht; de buren begrijpen dat ze door moeten lopen. En waarachtig, Stien lacht. Triomfantelijk. Neef komt tenslotte voor haar.