Fransman Jean Dubé wint 6de Lisztconcours

De zesde editie van het internaal Franz Liszt Pianoconcours kenmerkte zich door een verrassend verloop. De befaamde school van Imola die in 1989 en 1996 zeldzame talenten leverde als Enrico Pace en Igor Roma, liet verstek gaan. De enige Imolese kandidaat sneuvelde al in de voorronde. Verrassend goed daarentegen bleven de in Parijs opgeleide deelnemers op de been. Naast de gebruikelijke numerieke overmacht aan Oost-Europeanen en Aziaten, excelleerden liefst drie leerlingen van Jacques Rouvier in de halve finale, en drongen twee daarvan door tot de laatste drie.

Mevrouw mr. A.H. Brouwer-Korf, burgemeester van Utrecht, reikte zaterdagnacht in Muziekcentrum Vredenburg de hoofdprijs van 15.000 euro uit aan de twintigjarige Canadees Jean Dubé, de tweede van 5.000 euro ging naar de Russische in Groningen afstuderende Ilona Timtsjenko, de derde (2500 euro) was bestemd voor de zeventienjarige Fransman Giancarlo Crespeau. Alledrie kozen in de finale voor Liszts Tweede pianoconcert in A al was bij de 38 deelnemenden uit zeventien landen het Eerste pianoconcert in Es veruit favoriet. Duivelse, engelachtige, humoristische en pompeuze elementen wisselden elkaar bij Liszt lang niet alleen in de concerten af. In de Oost-Europese bijdragen echter overheerste echter niet zozeer diaboliek als wel een ouderwets soort pathos. Maar Timtsjenko kon laten horen wat de Russische traditie in de beste zin te bieden heeft: zij speelde ernstig doorleefd maar ook elegant en timbre-gevoelig. Toch zou ze in Liszts Valse de Faust wel wat van Crespeau's flair hebben kunnen gebruiken. Crespeau was de benjamin van het concours, en betoonde zich nog niet echt klaar voor het grote werk; hij dartelde als een jonge hond door en over de noten heen.

Olivier Besnard schat ik veel hoger in. In de voorronden speelde hij zelfverzekerd en glashelder, maar in de halve finale viel hij terug door onverklaarbaar onrustig spel. Die misslagen kostten hem de finaleplaats. Ook beviel mij de Kazachstaanse Sofia Guliak, die katachtige souplesse paarde aan een meer dan schitterende handtechniek. Helaas verviel zij qua tempo in uitersten, waardoor de verplichte Sonate in b verbrokkelde, en aan spankracht verloor. Een doorgaande lijn toonde daarentegen de Japanner Matsaka Takada, die zonder zichtbare inspanning de Dante Sonate aan de Sonate vooraf liet gaan, en de twee helslastige stukken zo vlotweg aan elkaar koppelde. Van alle kandidaten is Takada technisch superieur.

Het is opmerkelijk dat de jury, anders dan in 1999, de timmeraars uit de finale heeft geweerd. In feite betekende dit een eerbetoon aan het Liszt-spel vanuit de traditie. Alle Rouvier-leerlingen situeren Liszt dichter bij Beethoven dan bij Wagner. De `klassieke' Liszt van Jean Dubé heeft, met reeds meer concoursen op zijn naam, gewonnen in een glashelder en rotsvast musiceren, dat hooguit soms iets te koel en afstandelijk klonk.

Het type waarbij de gebroken snaren als misplaatste trofeeën om de oren wapperden bleef ons dit jaar gelukkig bespaard.

Zesde Internationaal Franz Liszt Pianoconcours 2002. Gehoord: 2 t/m 10-4, Muziekcentrum Utrecht. Recital van deelnemers Dubé, Timtsjenko en Crespeau: 16/4 (Eindhoven), 17/4 (Maastricht), 18/4 (Groningen) en 19/4 (Enschede) en 21/4 (Den Haag).

Gerectificeerd

Jean Dubé

In het artikel Fransman Jean Dubé wint 6de Lisztconcours (15 april, pagina 8) wordt de winnaar een twintigjarige Canadees genoemd. Dubé is 21 jaar oud en een tot Fransman genaturaliseerde Canadees.