Filmfonds wil succes met geld belonen

Het Nederlands Fonds voor de Film gaat, naar voorbeeld van andere Europese landen, een zogeheten recettebonus invoeren. Goedbezochte films krijgen dan een extra beloning.

Dit is in de Nieuwsbrief van het Fonds bekendgemaakt. Het systeem, waarvan de details na de zomer bekend worden, houdt in dat de producent van een film die een hoge recette in de Nederlandse bioscopen genereert, daarvoor beloond zal worden met een vast bedrag. Die bonus dient besteed te worden aan de scenario-ontwikkeling bij een volgend project.

De omvang van de bonus is nog niet bekend, maar voorlopig is een totaal bedrag van 318.000 euro per jaar beschikbaar, zijnde de begrotingspost voor `meerjarige projectontwikkeling'. Uit die post wilde het Filmfonds succesvolle productiehuizen meer continuïteit gaan bieden, maar het bleek niet eenvoudig een procedure te ontwikkelen om de begunstigde productiemaatschappijen te selecteren.

Filmfondsdirecteur T. Berbers zegt overigens nog met de staatssecretaris van Cultuur in overleg te zullen treden over de omvang van de bonus en het totaal beschikbare bedrag. Berbers herroept het eerder door hem in de pers gemelde bedrag van 100.000 euro per bonus. ,,Dat zou kunnen, maar het zou ook een heel ander bedrag kunnen worden.'' In ieder geval wil Berbers geen bonus met een open einde, dat met elk verkocht bioscoopkaartje het beschikbare bedrag verhoogt. ,,Dat is een groot risico, zoals onlangs in Zweden bleek, waar een enkele bioscoophit de hele pot opmaakte.'' Wel bepleit hij een aanvullende bonus voor artistieke prestaties, zoals voor de film met de meeste buitenlandse festivalvertoningen volgens een puntenstelsel, of voor een veelbelovend jong productiehuis.

In een reactie liet producent S. Maltha, die als een van de producenten van Costa! dit jaar geprofiteerd zou hebben van de recettebonus, weten het idee een goede eerste stap te vinden, mits de bedragen veel hoger worden. ,,Wat mij betreft mag de cv-regeling [fiscale faciliteiten voor filmproducties, red.] afgeschaft worden, want die is niet effectief meer, mits er een fatsoenlijk bonussysteem voor in de plaats komt.'

De Federatie Filmbelangen, het lobby-orgaan van het filmbedrijf, gaat het overheidsbeleid - dus ook het Filmfonds - in een onderzoek doorlichten. Voorzitter B. Beumer zegt in eerste instantie niet te voelen voor een bonus met een absoluut bedrag. Ook ziet hij liever niet dat subsidiegeld gebruikt wordt om commercieel succes te belonen. Er zou naar zijn idee een soort heffing op elk bioscoopkaartje moeten komen, zodat de consument de bonus betaalt. Dan zou het Filmfonds zich kunnen concentreren op het stimuleren van de filmcultuur, en niet de filmindustrie. Ook belangenorganisaties van filmmakers, zoals het Dutch Directors Guild (DDG) uitten al zorgen over de ondersteuning van niet-commerciële producties.