Dood door wachtlijst

Een ingezonden brief in NRC Handelsblad (6 april) meldt: ,,Een 54-jarige man moet zo lang wachten op operatie voor de bij hem geconstateerde longtumor dat hij, op het moment dat hij eindelijk aan de beurt is, niet meer geholpen kan worden en niet lang daarna aan de gevolgen van deze ziekte overlijdt.''

Paars heeft er voor gezorgd dat medisch specialisten in een situatie terechtgekomen zijn waarin ze niet meer eerlijk naar patiënten kunnen zijn. Hoe kun je als medisch specialist een patiënt met de verdenking op longkanker een traject met diagnostiek en behandeling voorspiegelen als je weet dat de uitvoering verre van optimaal zal zijn?

In mijn dagelijkse praktijk is het de laatste jaren regel dat patiënten met longkanker lang moeten wachten op een operatie. Wachttijden van twee maanden zijn geen uitzondering.

Er is een grote discrepantie tussen de diagnostische capaciteit en de chirurgische behandelingsmogelijkheden.

De ziekenhuisleiding moet ervoor zorgen dat deze discrepantie wordt opgeheven. Laat de leiding na adequate maatregelen te nemen, dan komt de medisch specialist in een onmogelijke positie. Enerzijds wil hij graag zoveel mogelijk patiënten helpen, anderzijds weet hij dat het accepteren van nieuwe patiënten leidt tot langere wachttijden, en voor een aantal van hen mogelijk zelfs tot ernstige verslechtering tijdens de wachttijd.

Ik weet hoe beroerd de medisch specialist zich binnen dit dilemma voelt, ik weet wat het betekent uit te moeten leggen dat de OK-capaciteit helaas ontoereikend is. Ik kon niet anders dan machteloos toekijken bij het verdriet van deze patiënt en zijn familie, tot aan de laatste seconde van het leven.

Als de politiek niet in staat is deze situaties te voorkomen, dan zullen nog meer artsen gedemotiveerd afhaken en, nog veel erger, veel meer patiënten sterven door falend overheidsbeleid.