De oplossingen van Jos van Kemenade

Een mensenleven in het openbaar bestuur, commissies die zijn naam dragen. Tot het rapport van het Nederlands instituut voor oorlogsdocu- mentatie was de reputatie van Jos van Kemenade onbezoedeld.

Hoe vaak zie je nou dat een politicus live wordt beschuldigd van bedrog? Woensdag overkwam het Jos van Kemenade, net afgezwaaid als commissaris van de koningin in Noord-Holland, net door Hare Majesteit benoemd tot Minister van Staat, en ineens voor de camera van Nova geconfronteerd met de beschuldiging dat hij in 1998 als voorzitter van een commissie de conclusies van een onderzoek al had getrokken terwijl het onderzoek nog gaande was. Het ging daarbij om de vraag of de landmacht de minister van Defensie wel van betrouwbare en volledige informatie had voorzien over de gang van zaken voor, tijdens en na de val van de Bosnische enclave Srebrenica.

,,Halverwege zijn onderzoek'', zo bleken twee anonieme bronnen uit Van Kemenades commissie tegenover Nova te hebben verklaard, legde de voorzitter een concept op tafel ,,waarin de conclusie van zijn onderzoek al vaststond: er is geen sprake van een doofpot bij het ministerie van Defensie''.

Van Kemenade was in de uitzending eerst uit het veld geslagen. ,,Dat is niet zo'', stamelde hij. En de bewering dat drie van zijn onderzoekers destijds tegen zijn manier van doen zouden hebben geprotesteerd, wees hij van de hand met de suggestie: ,,U zou daarover professor Verhey moeten spreken'', die in deze commissie Van Kemenades naaste medewerker was.

Journalisten die dit probeerden, konden prof. Verhey niet aan de telefoon krijgen. Zijn secretaresse meldde dat de Maastrichtse hoogleraar staats- en bestuursrecht geen mededelingen wenst te doen over de commissie-Van Kemenade. Ook de andere leden van de commissie treden niet naar buiten.

,,Ik snap dat wel'', zegt Jos van Kemenade gelaten, thuis in Haarlem, als hij van die weigering hoort. ,,Ik zou het best plezierig vinden als vier naaste medewerkers van toen gezamenlijk een verklaring aflegden, maar ik snap dat zij de publiciteit vrezen.''

Zo staat Van Kemenade er alleen voor in de storm die over hem is losgebroken – en die ook de positie van minister De Grave (Defensie) en het hele kabinet-Kok in gevaar heeft gebracht.

Dertig jaar belangrijke functies in het openbaar bestuur, en veel, heel veel (onderzoeks)commissies waaraan hij leiding gaf. Wie naar Van Kemenade informeert hoort lovende trefwoorden als integer, onafhankelijk, intellectueel, gezaghebbend. En `bestuurlijk', of `regentesk', soms als compliment bedoeld, soms ook als kritiek.

Geen wonder dat VVD-minister Frank de Grave in 1998, enkele dagen na zijn benoeming op Defensie, de PvdA'er Van Kemenade benaderde, omdat er voortdurend nieuwe en pijnlijke onthullingen bleven komen over de gang van zaken omtrent de val van de enclave Srebrenica, waarbij ruim zevenduizend moslims door de Bosnische Serviërs zijn vermoord. De commissaris van de koningin accepteerde de opdracht na een ,,dringend beroep'' van premier Wim Kok, zegt hijzelf. De Grave wilde weten of er ,,feiten of mededelingen in verband met de gang van zaken rond de val van de enclave Srebrenica zijn achtergehouden of onzorgvuldig zijn behandeld dan wel het proces van waarheidsvinding daaromtrent op enigerlei wijze is belemmerd of beperkt''.

Van Kemenade deed het onderzoek alleen, met ambtelijke ondersteuning van zes mensen: drie ambtenaren van het ministerie van Justitie, de chef-kabinet van de commissaris van Noord-Holland en twee mensen van het Centrum Arbeidsverhoudingen (CAOP).

Zes weken later kwam Van Kemenade met zijn rapport Omtrent Srebrenica. De conclusie was: `er is bij Defensie geen doofpot', zoals hij letterlijk zei bij de presentatie op 28 september 1998. In één adem constateerde hij dat de informatie van de landmacht over Srebrenica sinds juli 1995 vaak warrig, gebrekkig, verbrokkeld, te laat en amateuristisch was geweest. Zijn opdrachtgever haalde opgelucht adem. ,,Met de suggestie dat Defensie de waarheidsvinding zou belemmeren, zou ik niet kunnen functioneren'', zei De Grave destijds.

In het vorige week verschenen rapport Srebrenica, een `veilig' gebied van het Nederlands instituut voor oorlogsdocumentatie (NIOD) kreeg Van Kemenade veel kritiek. Hij zou tijdens de gesprekken met betrokkenen niet hebben doorgevraagd zodra die aangaven dat vanuit de landmacht wel degelijk doelbewust informatie aan de politiek top was onthouden. ,,Het lijkt erop dat hij de noodzaak om op korte termijn orde op zaken te stellen heeft laten prevaleren boven waarheidsvinding'', aldus het NIOD.

In 1998 suste het rapport van Van Kemenade de gemoederen. De positie van De Grave en die van zijn ministerie was niet meer in het geding. Maar er was ook kritiek. Van Kemenade zou te snel tot conclusies zijn gekomen die voor het ministerie `niet ongunstig waren'. Ook de stelligheid waarmee hij zijn onderzoeksresultaten presenteerde voedde bij sommigen de achterdocht. Vrij snel na de publicatie van zijn rapport kwamen er weer nieuwe onthullingen en meldden zich ook de anonieme medewerkers met hun kritiek.

NIOD-directeur Blom licht desgevraagd toe: ,,In een zeer vroeg stadium van het onderzoek door de commissie-Van Kemenade heeft de voorzitter in het team gevraagd: `Hebben we voor ogen wat het beeld is?' Dat beeld is daarop vastgesteld en de commissie is langs die lijn doorgestoomd.''

,,Voor een onderzoeker is het normaal dat je onderweg alvast op papier zet wat je weet'', zegt Van Kemenade in zijn studeerkamer in Haarlem, waar het giftige deel III van het NIOD-rapport bovenop de andere boeken ligt. ,,Dat je weet welke richting het uitgaat, welke vragen je nog moet stellen en aan wie.''

Van Kemenade stoort zich aan de anonimiteit van de beschuldiger en zegt dat het NIOD hem de kritiek had moeten voorleggen. Hij herinnert zich een gesprek van anderhalf uur met NIODonderzoeker Van Uye ,,niet als een confrontatie''. NIOD-directeur Blom zegt dat in het gesprek wel degelijk, ,,zo niet expliciet, dan toch impliciet'', is ingegaan op de beschuldiging die Van Kemenades medewerker had geuit.

Een andere beschuldiging van deze anonymus is dat in de commissie-Van Kemenade is geopperd het eindrapport uit te stellen. ,,Maar daarvan wilde Van Kemenade niets weten'', volgens het NIOD. Blom snapt dat wel, volgens hem is snelheid een bepalend element geweest in het onderzoek van Van Kemenade. In het NIOD-rapport staat: ,,Er was immers een crisissfeer op het ministerie die zo snel mogelijk beëindigd moest worden.''

Van Kemenade bevestigt nu dat hij ,,natuurlijk'' tijdsdruk voelde, al stelde de opdracht geen termijn. ,,Als de minister vraagt `deugt mijn ambtenarenapparaat', kun je er geen half jaar over doen, dan is die vraag niet relevant meer.''

Volgens het NIOD vroeg Van Kemenade niet dóór. ,,Met elke brief die naar de Kamer werd gezonden, werd de geloofwaardigheid van het debriefingsrapport en daarmee van de minister ondermijnd'', zegt bijvoorbeeld J. de Winter, directeur algemene beleidszaken op Defensie, tegen de commissie-Van Kemenade in augustus 1998. Het gaat dan over de eerste ondervraging van de Dutchbatters, door de landmacht, bij hun terugkeer in Nederland. ,,Waarom was dit allemaal niet meegedeeld? Dat was natuurlijk politiek erg schadelijk.'' Ondervrager Verhey vindt dat antwoord kennelijk afdoende, want hij zegt dan: ,,Nog even terug naar het najaar 1995.''

Ja, zegt Van Kemenade nu. ,,Dat kan ik me herinneren, want ik zat naast hem. Maar we hebben niet bewust niet doorgevraagd. Wij hebben de vragen gesteld waarvan wij vonden dat ze gesteld moesten worden.''

Op zijn beurt neemt Van Kemenade het NIOD de maat. ,,De top van de Koninklijke Landmacht zou bewust informatie hebben achtergehouden over de val van Srebrenica. Een harde beschuldiging en ik vind het bewijs van het NIOD voor die conclusie niet sterk. Als ik deel uitmaakte van de landmachttop, zou ik naar de rechter stappen.''

Van Kemenade pleit voor een parlementaire enquête. ,,Ik wil de kritiek van het NIOD weerleggen. En ik wil ook wel eens zien of die generaals iets anders verklaren als ze hun vingers in de lucht moeten steken en onder ede verklaren.'' Een enquêtecommissie zou alleen beschikken over het rapport Omtrent Srebrenica, ,,want alle informatie waarover de commissie beschikte, is vernietigd'', aldus Van Kemenade. ,,Het ging tenslotte om de conclusie.''

Bij alle waardering voor zijn lange staat van dienst waren er uit het bestuurlijk verleden van Van Kemenade toch verschillende mensen die woensdag met een blik van herkenning naar de tv keken. Patrick Poelman, fractievoorzitter van D66 in Provinciale Staten van Noord-Holland, zegt: ,,Alvast conclusies presenteren terwijl de commissie nog doorwerkt, ja, Jos van Kemenade is tot zoiets in staat. Hij denkt zo snel, hij weet soms zelf al precies hoe iets zit en dan is hij een bulldozer.'' Waarbij hij aantekent niet te twijfelen aan de integriteit van Van Kemenade.

Statenlid Dogan Gök (GroenLinks) zegt in deze kwestie ook niet aan 's mans goede trouw te twijfelen, al heeft hij hem als commissaris van de koningin meer dan eens op een leugentje betrapt. ,,Dat is een debatteertruc van hem: verwijzen naar een rapport of een wetsvoorstel. Als je dan later gaat kijken, staat het er helemaal niet of is het volkomen uit zijn verband gerukt.''

Ach trucs, trucs, zegt Van Kemenade als hij dit hoort, ,,in het debat moet je tot het uiterste gaan''. Gök, afgestudeerd filosoof, herkent de sofist in Van Kemenade: ton èttoo logon kreittoo poiein, zoals Socrates zei, recht praten wat krom is. ,,Het ging de sofisten om het winnen van het debat, niet om de inhoud, niet om de – nou ja – de waarheidsvinding.''

Oud-minister, oud-burgemeester, PvdA-senator Ed van Thijn, die al dertig jaar ,,met Van Kemenade om mij heen'' leeft, was wel verbaasd: ,,Ik ken Jos als een integere, degelijke, onafhankelijke denker. Een beetje regentesk zelfs, in de zin van wie maakt me wat.''

,,Ik viel van mijn stoel toen ik hem woensdag zag'', zegt Bart Tromp, PvdA-lid en hoogleraar te Leiden. Tromp nam zo'n twaalf jaar geleden plaats in een commissie-Van Kemenade. Die moest de PvdA doorlichten. De partij verloor in de jaren tachtig steeds meer aanhang en een zware partijcommissie moest haar weer Een partij om te kiezen maken, zoals het uiteindelijke rapport zou heten. Tromp zei in december 1991, een half jaar na het verschijnen van het rapport tegen deze krant: ,,Het probleem was dat Van Kemenade de conclusies al klaar had liggen toen de discussie nog moest beginnen.'' Tromp nu: ,,Dat is een patroon in zijn hele bestuurlijk leven. En toen we destijds zeiden: we moeten ons rapport uitstellen, zei Van Kemenade: dat kan niet, ik heb net een interview gegeven aan de partijkrant waarin ik zeg dat we volgende week klaar zijn.''

Saskia Stuiveling, nu president van de Algemene Rekenkamer, toen lid van de PvdA-commissie, vraagt zich af: ,,Moet je een bestuurder wel in de rol van onderzoeker aanstellen?'' Daarbij merkt ze op hoe Van Kemenade functioneerde in de PvdA-commissie: ,,Als je onbevangen bent, kun je de werkelijkheid analytisch bekijken. Als je bevangen bent, kijk je niet alleen naar de werkelijkheid, maar houd je ook steeds de defensieve lijn in de gaten. Ik zag bij Jos een voor ons onzichtbare maar niet te overschrijden lijn. Het was geen kwestie van een verborgen agenda, hij wilde gewoon die lijn niet over. Daarbij had hij veel oog voor de positie van Wim Kok als partijleider.''

Het oliemannetje van Kok, zo heeft Lennart Booij, ex-kandidaat voor het voorzitterschap van de PvdA, Van Kemenade wel horen noemen. Booij vindt hem een echte PvdA-regent, voor wie een probleem er alleen is om op te lossen; als de ene variant niet ,,speelbaar'' is – zoals Van Kemenade het zelf formuleert – is er altijd wel een andere variant die tot hetzelfde resultaat leidt. Booij: ,,Centraal staat steeds de vraag: hoe krijgen we het erdóór. En zo zie je ook hoe steeds dezelfde mensen in commissies worden benoemd om zaken te plooien.''

Zo werd Van Kemenade voorzitter van de commissie voor de `joodse tegoeden' in 1997. Ook een kwestie die het kabinet in verlegenheid bracht. Premier Kok aarzelde om excuus en genoegdoening te geven aan de joodse gemeenschap voor hiaten in het rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog. In drie jaar tijd werd een verzameling rapporten gemaakt waarop, vooral uit joodse kring, kritiek kwam. Het bedrag dat Van Kemenade als gebaar wilde laten uitkeren, 150 miljoen gulden, was veel lager dan waarop de gemeenschap meende recht te hebben. ,,In het uiteindelijke rapport was niet alleen het bedrag met 100 miljoen gulden verhoogd, maar werd ineens ook iets gezegd over de verantwoordelijkheid van de regeringen. Dat is gesjoemel'', aldus R. Naftaniël, een voorman van de joodse gemeenschap, Ondanks dergelijke zwaktes zegt hij erbij: ,,In het dikke rapport zit ook veel goed onderzoek met harde informatie. Maar Van Kemenade leek bovenal geïnteresseerd in het vinden van een bestuurlijke oplossing.''

Het zijn dit soort aantijgingen waardoor de gepensioneerde Van Kemenade een onderzoeksopdracht zoals Omtrent Srebrenica niet meer zal aanvaarden. ,,Ik pas ervoor'', zegt hij. ,,Dat soort vuurtrekkende onderzoeken zijn slecht voor mijn gezondheid.''

Vijf dagen voor de publicatie van het NIOD-rapport werd Van Kemenade door Hare Majesteit benoemd tot Minister van Staat. ,,Een week eerder was ik door de premier gepolst of ik daar voor voelde'', zegt Van Kemenade. ,,En nu duiken berichten op dat ik deze eretitel niet verdien omdat er kritiek is op mijn rapport? Belachelijk. En Lubbers dan? en Van Mierlo?'' (Ook de oud-CDA-premier en de oud-minister van Buitenlandse Zaken en D66-voorman zijn Minister van Staat, red.) ,,Over hun benoeming is nooit discussie geweest en zíj waren destijds verantwoordelijk voor de uitzending van Dutchbat.'' Kok zei vrijdag dat, ook als hij op dat moment de conclusies van het NIOD had gekend, het kabinet Van Kemenade nog de eretitel had gegund.

Achteraf, zegt Van Kemenade, denkt hij wel: had ik het maar niet gedaan. In de toespraak die hij hield ter gelegenheid van zijn afscheid als commissaris van de koningin, vandaag drie weken geleden, lijkt hij al iets te hebben voorvoeld. Hij zei: ,,Ik ben een bevoorrecht mens omdat ik kan terugtreden uit een openbare functie op een moment dat in de afgelopen jaren de drijfjacht op de bestuurders sterk is toegenomen. (...) Een klimaat met een hoog zuurgehalte waarin het ongezond werken is omdat het wantrouwen de grondtoon is en de schandpaal voortdurend gereed staat.''

mmv Karel Berkhout