Danstaal Forsythe te complex voor publiek

Een avond met choreografiën van choreograaf William Forsythe zet de ogen en de hersenen maximaal aan het werk. De danstaal die deze gigant onder de hedendaagse choreografen gebruikt, is weliswaar glashelder, maar van een dermate complexe virtuositeit dat de beelden en gedachten die ze oproepen nauwelijks binnen het tijdbestek van een voorstelling op hun plaats kunnen vallen. Bovendien plaatst hij die chaotisch aandoende bewegingslawine vaak in een entourage die ook al complex is, en is de begeleidende muziek van Thom Williams zeker niet strelend.

Forsythe's Ballett Frankfurt is na bijna tien jaar weer te gast in het Amsterdamse Muziektheater en weer wordt het publiek op het verkeerde been gezet. Het zaallicht is nog aan als het doek opgaat. Repeterende muziek klinkt, wordt afgebroken, begint opnieuw en wordt weer afgebroken. Dat herhaalt zich enkele malen. De verwachte hevig geagiteerde dansfrases blijven uit. De zes dansers komen op, staan doodstil in een wijd uitgespreide rij. Tussen hen in zitten achter een tafel vier ook alweer onbeweeglijke figuren. Dan, als een ijlere muziek opklinkt, zie je hoe binnen de lichamen van de zes dansers kleine verschuivingen plaatsvinden. Steeds weer verkrampen en vervormen de lijven. Bijna onmerkbaar verplaatsen de zes zich individueel in een rechte lijn voor- en achterwaarts. De vier achter de tafel spreken korte zinnen uit, breken ze af, veranderen de volgorde, wisselen van woorden. Dit werk, 7 to 10 Passages, boeit door de getoonde onmacht om een greep te krijgen op logica en harmonie terwijl ieder lichaamsdeel zijn eigen impulsen wil volgen en zijn eigen autonomie bevecht.

Forsythe schept analytische dans om het wezen van dans te doorgronden. Daar gaat het ook om in zijn vrij recente The room as it was. Opgebouwd uit schijnbaar willekeurig gerangschikte fragmenten zien we ook hierin lichamen zich naar tien kanten tegelijk bewegen. Ledematen gaan de strijd met elkaar aan om de richting te bepalen waarin ze willen gaan. Een heup wil naar rechts, een schouder naar links, een messcherp priemende voet naar voren, terwijl de romp golvend wil draaien. In korte duetten wordt de aanraking van de één, de bewegingsmotivatie voor de ander. Het gebeurt allemaal snel, zo snel dat je de acties nauwelijks meer kunt volgen en soms niet meer kunt zien welk been bij welk lichaam hoort.

Zoals zo vaak verwerkt en bewerkt Forsythe oudere werken tot nieuwe creaties. Zo ook bij de wereldpremière zondagavond van Double/single waarin twee bedden op het toneel staan opgesteld; een element uit Kammer, Kammer uit 2000. Een daarvan biedt de onstabiele basis voor weer zo'n flitsende, complexe en kronkelende choreografie waarin de dansers zich als door wespen gestoken verplaatsen. Het andere bed blijft vrijwel ongebruikt. Slechts een heel enkele keer wordt het even aangeraakt. Ook hier schuurt de actie tegen een naar harmonie hunkerende ziel.

Een ware uitsmijter vormt One flat thing, reproduced. De dansers glijden, springen, hurken, liggen tussen, onder en op twintig tafels. Het tempo is hoog, de muziek pulserend. Het is een krioelende, chaotische massa waarbinnen zo nu en dan plotseling een overzichtelijk patroon ontstaat. De dansers verrichten wonderen in concentratie, precisie en fysieke controle en laten je verdoofd en duizelig achter. Fantastisch dat zo'n prikkelend ontregelend fenomeen als Forsythe bestaat. Het houdt je alert. Het dwingt je tot een andere manier van kijken, maar je bent toch blij dat er ook nog een andere dans is.

Voorstelling: Ballett Frankfurt met 7 to 10 Passages, One flat thing, reproduced, The room as it was, Double/single. Choreografie: William Forsythe. Muziek: Thom Willems. Gezien 14/4 Muziektheater Amsterdam. Aldaar 16 en 17/4. Inl. 020-625 5455 of www.gastprogrammering.nl.