Appels en euro's

Tellen! Hij vraagt ons de kiwi's te tellen! Ik kijk naar de rijen bomen voor me, tien in totaal en elke rij zeker een halve kilometer lang. Vijf kilometer kiwi's, terwijl ik nog moe ben van het onderscheid leren maken tussen een appel en een appel. Want bij Bill groeien aan elke boom minstens twee verschillende rassen. Experimenteren, daar houdt hij van, en de appels plukt Bill alleen als er een bestelling is. Niet verkocht wordt niet geoogst.

Voor vandaag luidt de bestelling 30 kilogram Gala-appels. Daarom moet, voordat we naar de kiwi's gaan, eerst de kist met Gala's vol. Ze zijn al net zo rond en rood als de andere rassen aan dezelfde boom. En terwijl ik boven op de ladder geconcentreerd mijn best sta te doen, vraagt Bill beneden me de oren van het hoofd: hoe zit dat nu met de euro, Duisenberg die ken ik toch en kom ik nu uit Holland of uit The Netherlands?

Hij doet mij aan iemand denken: zijn nieuwsgierigheid, zijn manier van werken en die grote bril op zijn neus, dat lange postuur. Hoe oud zal hij zijn? Een jaar of zestig?

Bill kijkt om zich heen, een beetje verward en onrustig en graait dan in zijn beide broekzakken. Is hij iets kwijt? Ja, zijn zakdoek. Ik wijs naar de baseballpet op zijn hoofd. Tussen plukken grijs haar steekt een lichtblauw puntje stof uit. Ach ja, natuurlijk, en hij trekt de doek onder zijn pet vandaan en veegt de druppels van zijn voorhoofd. Het is pas vroeg in de ochtend, nog lekker koel, maar hij staat te zweten alsof zijn oogst op het punt staat te mislukken.

Het is tijd om kiwi's te gaan tellen, zodat Bill een idee krijgt hoe groot straks de opbrengst zal zijn. Zeshonderd kiwi's. Tien minuten later heeft hij alweer iets beters bedacht: alle vruchten plukken die misvormd of te klein zijn en die op de grond gooien. Ik knik begrijpend. Zo blijven de mooiste kiwi's hangen als kerstballen in de boom. Ze krijgen twee maanden tijd om te rijpen.

Ja, ik heb het helemaal door hoe het werkt in Bills boomgaard. Alleen wil ik graag weten hoe lang hij al fruitteler is. Vijftien jaar. Daarvóór is hij aan de hogeschool in Nelson scheikundeleraar geweest. Scheikundeleraar? Nu weet ik het, aan wie hij me doet denken. Aan Ti-ta-tovenaar.