Wij Palestijnen eisen veiligheid

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, moet meer willen dan een staakt-het-vuren, want legitiem verzet tegen een onwettige bezetting is niet te stoppen, meent Rashid I. Khalidi.

Volgens commentatoren in Washington die niets van de Arabische wereld weten, is de `Arabische straat' muisstil. Maar die `straat' is nog nooit zo kwaad geweest over alles wat de Palestijnen wordt aangedaan. Minstens vijf mensen zijn tot nog toe omgekomen bij gewelddadige betogingen in Bahrein, Jordanië, Tunesië en andere landen. Afgelopen weekeinde marcheerden een miljoen mensen door Rabat – de grootste demonstratie uit de Marokkaanse geschiedenis. In Jemen, Libanon, Syrië, de Verenigde Arabische Emiraten en zelfs in Saoedi-Arabië, waar betogingen streng verboden zijn, hebben grote boze marsen plaatsgevonden.

Als de Verenigde Staten hieraan niet snel serieuze aandacht besteden, dreigt er groot gevaar voor hun essentiële belangen en voor bevriende regimes overal in de Arabische wereld. Colin Powell zou zich moeten inzetten voor de Israëlische belangen op lange termijn, niet voor de blinde politiek van de huidige regering. Het is niet in het belang van het Israëlische volk om vast te houden aan bezetting en nederzettingen. Het is niet in het belang van de Verenigde Staten om Israël daartoe in staat te stellen, want op een dag wordt Amerika verantwoordelijk gehouden voor de daden van Israël en voor de Amerikaanse wapens waarmee deze daden worden verricht.

Bovendien is het niet mogelijk om geweld te onderdrukken met oneindig meer geweld of om de Israëliërs veiligheid te bieden door onveiligheid te scheppen voor de Palestijnen. Die strategie mislukt al vijfendertig jaar.

Er kan nooit veiligheid bestaan voor onwettige bezetting en nederzettingen. Het is volslagen onzin te verwachten dat de één of andere collaborateur die zal verschaffen. Als de Verenigde Staten – terecht – veiligheid voor de bevolking van Israël willen, dan moeten ze Israël zeggen dat veiligheid alleen kan bestaan aan zijn eigen kant van een onderling overeengekomen, gegarandeerde internationale grens tussen twee soevereine staten, Palestina en Israël.

Powell moet van de Palestijnen niet verlangen wat ze niet kunnen geven, of wat niet ook van Israël wordt verlangd. Dat ze zelfmoordaanslagen of andere aanvallen op burgers veroordelen, dat ze proberen die de kop in te drukken, dat ze zich inzetten voor een vreedzame oplossing van het conflict, zijn allemaal redelijke eisen. Maar het is onjuist om te verlangen dat de Palestijnen hun volk in bedwang houden terwijl de nederzettingen zich uitbreiden, terwijl meer burgers omkomen door de bezetting, en terwijl er geen gegarandeerde en aan duidelijke termijnen gebonden politieke uitkomst is. Niemand kan legitiem verzet tegenhouden tegen een onwettige bezetting waarvan het einde niet in zicht is.

Powell moet roeien met de riemen die hij heeft – en dat betekent een Israëlische regering die geen maat kent, en een zwakke Palestijnse Autoriteit.

Iedereen weet wat de basis zou moeten zijn voor een oplossing van dit geschil. Dat is niet de potsierlijke Zwitserse-kaaskaart die Ehud Barak in Camp David op tafel legde. Het zijn eerder de voorstellen van president Bill Clinton van december 2000 (onder voorbehoud door beide partijen aanvaard), zoals die begin 2001 zijn bijgesteld in Taba, en het vredesplan van de Arabische top in Beiroet.

President George W. Bush heeft gelijk: het is fout om een topontmoeting te houden voordat de grote lijnen van een regeling zijn afgesproken en de belangrijkste details zijn uitgewerkt. Powell moet zich richten op het begin van dat proces: Amerikaanse steun uitspreken voor een duidelijke koppeling tussen de snelle beëindiging van de bezetting, de terugdraaiing van nederzettingen en de vorming van een Palestijnse staat, en de gegarandeerde veiligheid van Palestina en Israël binnen erkende, wederzijds aanvaarde, grenzen.

Als Powell alleen maar weer mikt op een staakt-het-vuren, zonder te streven naar een oplossing van de werkelijke oorzaken van het geschil, dan zal zijn onvermijdelijke mislukking alles alleen maar erger maken.

Rashid I. Khalidi is directeur van het Center for International Studies aan de Universiteit van Chicago en is adviseur geweest van Palestijnse onderhandelaars.

© LAT-WP Newsservice