Weinig op schrift

Dat er in Srebrenica in de bevelsstructuur fouten zijn gemaakt, staat ook in het rapport van de VN en de Franse onderzoekscommissie als een paal boven water. Niemand wil echter zo ver gaan die fouten aan individuen toe te rekenen.

Rapport Verenigde Naties, 15 november 1999:

Op grond van gesprekken die zijn gehouden in het kader van dit rapport is vast komen te staan dat de commandant van de VN-vredesmacht (Bernard Janvier, red.) in juni 1995 drie ontmoetingen heeft gehad met generaal Mladic. Het belangrijkste doel van deze besprekingen was het openhouden van een communicatiekanaal met het Bosnisch-Servische leger (...) Uit het onderzoek ter voorbereiding van dit rapport zijn geen feiten naar voren gekomen die er op wijzen dat de commandant van de VN-vredesmacht een overeenkomst heeft gesloten met generaal Mladic over het vrijlaten van de gijzelaars of het inzetten van luchtwapens tegen de Serviërs.

Op 3 juni, daags nadat het Bosnisch-Servische leger observatiepost Echo had ingenomen, ventileerde de bevelhebber van Dutchbat (Thom Karremans, red.) zijn frustraties tegenover zijn superieuren. Hij schreef: ,,Dutchbat is niet in staat om enige actie te ondernemen of te reageren op de verslechterende situatie (...) na meer dan drie maanden gegijzeld te zijn door het Bosnisch-Servische leger moet er iets gebeuren''.

Alle VN-functionarissen die voor dit rapport gesproken zijn, hebben verklaard dat ze noch door de NAVO noch door de nationale regeringen zijn voorzien van informatie die kon wijzen op een dreigende aanval van het Bosnisch-Servische leger op Srebrenica.

Op 8 juli hield de VN-top een bijeenkomst in Genève. Op geen enkel moment is tijdens dat overleg discussie geweest over de aanval die het Bosnisch-Servische leger op dat moment uitvoerde op Srebrenica. Ook werd niet de taxatie gemaakt dat de Serviërs van plan zouden zijn de enclaves in te nemen.

(...) Sommige bronnen (...) hebben aangegeven dat Dutchbat op de ochtend van 10 juli vroeg om luchtsteun omdat de Serviërs geen gehoor gaven aan de waarschuwingen. Dit verzoek, indien het gedaan is, werd niet goedgekeurd. Het is niet mogelijk gebleken na te gaan op welk niveau het verzoek is afgewezen, als dat is gebeurd. Het verzoek is niet schriftelijk vastgelegd en diverse sleutelfunctionarissen in de hogere regionen van de commandostructuur kunnen zich niet herinneren dat ze op dat moment een dergelijk verzoek hebben ontvangen.

(...) Het blijft onduidelijk waarom de functionarissen van UNPROFOR (op 11 juli, red.) ervan uitgingen dat er automatisch luchtaanvallen van de NAVO zouden komen. Relevante instructies lijken telefonisch te hebben plaatsgevonden, zonder dat daar schriftelijke aantekeningen van zijn gemaakt.

Srebrenica viel om circa half drie 'smiddags 11 juli. Tot op dat moment waren zeker drie (wellicht vijf) verzoeken van Dutchbat voor luchtsteun afgewezen, op verschillende niveaus binnen de commandostructuur. Dutchbat zelf had geen enkel direct schot afgevuurd op de naderende Servische troepen.

In het debriefingrapport van Dutchbat valt te lezen dat twee Dutchbat-soldaten (...) op 14 juli tussen de 500 en 700 lichamen langs de weg zagen liggen. Maar hetzelfde rapport vermeldt dat twee andere leden van Dutchbat, die in hetzelfde voertuig zaten, slechts een paar lijken zagen. Er is geen schriftelijk bewijs gevonden dat Dutchbat deze observaties, op 14 juli of daags erna, heeft doorgegeven aan de bevelhebbers van UNPROFOR.