Wedergeboorte

In de week dat de voorzitter van Roda JC zich in het kogelvrije vest moest hijsen alvorens zijn aanhang toe te spreken, werd voetbal toch nog een feest. Honderd kilometer verderop weliswaar, in De Kuip – niet altijd een oase van ongetemde vreugde, maar nu wel.

Het was een ouderwetse avond vol primitief geluk. Zoals vroeger de zondag voor het klootjesvolk was: bidden, zingen, hossen, hijsen en daaroverheen tranen van geluk. `Hand in hand kameraden'. Niet de unieke prestatie van Feyenoord was overweldigend, de euforie van het legioen sloeg alles. Die totalitaire zegezang, die tomeloze dronkenschap in de vreugde, die wervelende verbroedering in het onverwachte succes. Geen zweem van cynisme, geen spoor van intellectuele reserve, geen kruimel ongemak

De Wedergeboorte Feyenoord

In de uren na de kwalificatie groeide het exploot uit tot een soort landsbelang. Zelfs in de uithoeken van de polder weerklonken flarden van een hymne-achtige ode aan roodwit. Feyenoord werd een beetje `gans het volk'

Het zal PSV niet overkomen

Het succes wordt Feyenoord gegund, zij het als intermezzo, ook door de anti-legioenen. De algemene sympathie voor de Rotterdammers heeft wellicht te maken met een precaire hang naar hernationalisatie. Zoetebier, Paauwe, Van Wonderen, Bosvelt, Van Persie, Van Hooijdonk: ons kent ons. Over Kezman en Vogel, Mido en Machlas ligt toch meer de sluier van geleende autoriteit. Dat scheelt in de volksgunst. Al werd Romario als schouwgarnituur ook in de koelhuizen van Noord-Scharwoude gekoesterd, maar dat was nog in de jaren tachtig

Het karaktervoetbal van de Rotterdammers als archetype is niet onbelangrijk voor een mogelijke verklaring van Feyenoords' plebisciet. In het geploeter-tot-de-dood van Bosvelt en Van Hooijdonk ontstaan oude tijden. Dat is andere koek dan de mietjes van Srebrenica. In De Kuip hebben we het nog over zeldzame miljonairs voor wie er meer is tussen winnen en verliezen dan een Rolex en een Porsche. Althans, in de furie van hun spel ligt een non-material absolutisme. Zoals je dat vroeger bij Wim Rijsbergen zag

Het allermooiste van die historische donderdagavond was de hevige, niet eens gearticuleerde ontroering van trainer Bert van Marwijk. Het was de ontroering van een provinciaal in de grote stad die niet wist wat hem overkwam. In de totale afwezigheid van enige borstklopperij onderging Van Marwijk de kwalificatie als een gijzelaar. Niet geoefend in de vocabulaire van roem en historiciteit – eerder sprakeloos. Hij huilde niet, maar veel scheelde het niet: de blauwe ogen glinsterden in het halogeenlicht van stadion en camera's

Niet eens een half jaar geleden was Van Marwijk voor de media ten dode opgeschreven als coach van Feyenoord. Zijn ontslag heette een kwestie van timing te zijn. Nog één verloren wedstrijd en hij kon zich in Limburg gaan verdiepen in de aspergeteelt. Bert liet de speculaties vrolijk hun gang gaan, bleef hoffelijk in de communicatie, riep in tegenstelling tot Co Adriaanse geen rare teksten over karaktermoord en intentieproces. Bert bleef Bert: een wereldse monnik met talent voor eenzaamheid. En ere aan wie ere toekomt: Jorien van den Herik liet zich ook niet gek maken door de religieuze visioenen van professor Rutten. `Hand in hand kameraden'

Straks, op 8 mei, komen twintigduizend Duitsers naar De Kuip. Misschien is dat wel het ergste wat Feyenoord kan overkomen. Niet dat de club geïnfecteerd is met moffenhaat, maar zal het legioen een eventueel verlies kunnen dragen met de grandeur van een tot landsbelang verheven gezelschap? Of wordt de Coolsingel een tweede Jenin? Bert van Marwijk zal ook nu weer zeggen: ik treed niet in een intentieproces; ik negeer de speculatie; de wedstrijd moet nog gespeeld worden. Deze coach gelooft in het goede in de mens

Ik niet

Maar wie weet heeft professor Rutten niet voor niets gebeden en groeit er in deze laatste weken van april een totaal on-Nederlands besef: een beetje geluk is ook al mooi. Feyenoord in de finale, meer moet dat niet zijn. Gemeten aan de status van het hedendaagse Nederlandse voetbal mag er dan al sprake zijn van een godsgeschenk. Het is niet omdat Bert van Marwijk een monnik in het geluk is dat geluk vanzelfsprekend wordt. Tenslotte: is Rotterdam niet een stad om te lijden?