UIT EEN KAMER IS DE PERSOONLIJKHEID VAN DE BEWONER TE `LEZEN'

Uit een kamer spreekt ook een persoonlijkheid. Openheid, extraversie en zorgvuldigheid van een kamerbewoner zijn drie persoonlijkheidseigenschappen die redelijk goed zijn in te schatten op grond van alleen zijn kantoor- of studentenkamer. Het openstaan voor nieuwe ervaringen kan zelfs beter door een kamerbeoordelaar dan door een goede kennis worden ingeschat. Kenmerken als inschikkelijkheid (agreeableness) en emotionele stabiliteit konden niet worden `afgelezen'. Dit blijkt uit een onderzoek waarbij in totaal 94 kantoorkamers en 83 studentenkamers werden bezocht door telkens twee `naïeve' observatoren die zonder nadere instructies hun indruk van de persoonlijkheid van de (afwezige) bewoner moesten geven.

Om de betrouwbaarheid van die indruk te kunnen meten deden de kantoormensen en de studenten een persoonlijkheidstest, terwijl bekenden een inschatting van hun persoonlijkheid gaven. Om te weten welke objecten en factoren in de kamers van belang waren, werden de kamers ook bezocht door andere `objectieve' observatoren die heel gericht een veertigtal kenmerken scoorden, van de geur die er hing en de `volheid' tot hoeveelheid boeken en tijdschriften en de mate van organisatie van het schrijfmateriaal. Al deze factoren werden vervolgens statistisch met elkaar in verband gebracht, waaruit onder meer bleek dat het oordeel van de naïeve observatoren soms samenhing met verkeerde indicatoren (Journal of Personality and Social Psychology maart). De studentenkamers leverden een beter zicht op de persoonlijkheid dan de kantoorkamers, maar de onderzoekers, onder leiding van Samuel Gosling van de Universiteit van Texas in Austin, verbaasde dat weinig. Ten slotte is de studententijd vaak een periode waarin naar identiteit gezocht wordt en in een kantoormilieu heersen strengere decoratieconventies. Verder waren de `naïeve'observatoren zèlf studenten en daardoor allicht beter in staat een studentenkamer te `lezen' dan een kantoorruimte.

Het oordeel van de `naïeve' beoordelaars over de openheid van de bewoner van een studenten kamer hing nauw samen met de hoeveelheid boeken en tijdschriften en de variëteit daarin. Ook de mate van decoratie, rommeligheid, volheid en `eigenaardigheid' (distinctive) woog zwaar. Maar uit de objectieve correlaties bleken alleen de variëteit van de boeken en tijdschriften en de `eigenaardigheid' van de kamer daadwerkelijk met de persoonlijkheidscore samen te hangen. In de kantoren speelden meer factoren een rol, maar de meeste ten onrechte, zoals de variatie in de kennelijk soms aanwezige cd-collectie en de mate van kleurgebruik. Opmerkelijk is dat een frisse geur in een kantoor daadwerkelijk samenhangt met de persoonlijkheid van de gebruiker, maar dit werd niet opgemerkt door de naïeve observatoren.

Geldige aanwijzingen voor extraversie bleken in studentenkamers de mate waarin het schrijfmateriaal was georganiseerd en het lawaai in het huis. In kantoren waren dat de `warmte' (vs koude), de `uitnodigendheid', en de mate waarin de tijdschriften georganiseerd zijn. Zorgvuldigheid was in studentenkamers af te lezen aan de georganiseerdheid, de netheid, (het gebrek aan) rommeligheid, de leegheid, de `moderniteit' en de organisatiegraad van de cd- en boekencollecties. In kantoren was de zorgvuldigheid ook af te lezen aan de schoonheid (geen viezigheid) en aan de homogene cd- en boekencollectie. Het enige feitelijk verband tussen de kantoorkamer en de inschikkelijkheid van de bewoner werd gevonden in de hoeveelheid verkeer in de omgeving.

Het onderzoeksonderwerp is overigens niet helemaal nieuw. De onderzoekers schrijven dat het Amerikaanse leger in 1942 potentiële uit te zenden spionnen mede selecteerde op grond van de bezittingen die zij in hun slaapkamer hadden liggen.