Tussen tolerantie en discipline

Hij behoort tot de betere scheidsrechters van Nederland. Hij floot tien jaar lang op internationaal niveau. En toch is Roelof Luinge (46) bijna elke week het slachtoffer van hatelijke spreekkoren. Wie is deze zwaargebouwde man met de grijze stekelkop en de schijnbaar zelfverzekerde houding?

`Luinge hoerenjong', scandeerde het Ajax-publiek afgelopen woensdag in de eerste helft van de bekerwedstrijd tegen PSV. De hatelijke spreekkoren verstomden toen de scheidsrechter een strafschop aan de thuisploeg gaf. Hij gaf geen penalty voor duikelingen van de Ajacied Machlas en de PSV'er Ramzi. ,,Ik kan terugzien op een goede wedstrijd. Deze keer had ik het gelijk aan mijn zijde. Gelukkig ben ik niet in die Schwalbes getrapt. Als je twijfelt, moet je niet fluiten'', zegt Roelof Luinge een dag na het duel in de Amsterdam Arena.

Maar hoe zat het nu met de spreekkoren? Had hij zich niet geërgerd aan het weinig vleiende `hoerenjong'? Waren de hatelijkheden geen reden de wedstrijd stil te zetten? ,,Ik heb niet alles gehoord'', reageert het slachtoffer koel. ,,De akoestiek in de Arena is heel slecht. Bovendien ben ik geconcentreerd met de wedstrijd bezig. Ik hoor lang niet alles wat er in het stadion wordt geroepen. En dat is maar beter ook.''

Ruim een week eerder heeft Luinge in een restaurant in zijn woonplaats Bussum uitgelegd waarom hij na een loopbaan van bijna dertig jaar ,,een dikke olifantenhuid'' heeft gekregen. Toch oogt hij slanker dan vanaf de tribune of voor de televisie. Hij heeft een nieuwe vriendin, een nieuwe baan en is zes á zeven kilo afgevallen. De vetrollen zijn onzichtbaar tijdens het Indiase driegangenmenu. ,,Televisie geeft een vertekend beeld. En die shirts van ons zitten heel strak'', verklaart hij het misverstand over zijn gewicht.

Luinge heeft de houding van het voetbalpubliek de afgelopen drie decennnia zien veranderen. Hij spreekt over normen en waarden die vervaagd zijn. Hij is zelf ook toleranter geworden. Als scheidsrechter in het betaalde voetbal en als scout en rapporteur bij amateurwedstrijden volgt hij de ontwikkelingen van nabij. Hij is niet verbaasd dat het aantal scheidsrechters de afgelopen tien jaar is gehalveerd.

,,Elk weekend worden collega's geestelijk verkracht'', weet de ervaringsdeskundige. ,,Ik kreeg bij de amateurs ook veel naar mijn hoofd geslingerd. Maar woorden als `kanker' en `hoerenjong' bestonden toen niet. Ik liet me niet uit het veld slaan. Ik had in die provotijd heel lang haar. Als ze `scheids' riepen, blies ik al op mijn fluit van twee gulden vijftig. Ik wilde ook niet met Jan met de korte achternaam worden aangesproken. Dan gaf ik een vrije schop tegen. Dat moet je nú eens wagen.''

In het betaalde voetbal is de term `klootzak' nog steeds taboe voor Luinge. `Godverdomme' beschouwt hij niet meer als een overtreding. ,,Ik ben immuun voor spreekkoren. Mijn tolerantiegrens is veel ruimer dan vroeger. En toch wil ik discipline op het veld'', voegt hij er met Drentse tongval aan toe.

Luinge is opgegroeid in Eelde. Hij was ,,een steenharde speler'' bij de plaatselijke voetbalclub Actief. Hij bezocht in Groningen ook wel eens thuiswedstrijden van GVAV, waar zijn jeugdheld Tonny van Leeuwen in de jaren zestig een stijlvolle doelman was. Hij mocht bijna nooit mee naar het stadion van zijn dominante vader. Na een fikse huilpartij toonde Luinge senior nog wel eens mededogen. Junior wilde aanvankelijk naar de politieschool. Na bezoek aan huis van een belastingconsulent kwam hij tot inkeer. Met een regelmatige baan bij de fiscus kon hij in de weekenden blijven sporten. In plaats van agent werd hij scheidsrechter. Hij weet niet of we van toeval moeten spreken.

,,Mijn vader was jeugdvoorzitter die spelregelavonden organiseerde. Ik moest op mijn zeventiende wegens ziekte van een ander totaal onverwacht een wedstrijdje fluiten. Na afloop kwam de leider van de tegenpartij op me afgestapt. Hij floot toen bij de top van de amateurs. Hij kon niet geloven dat het mijn eerste wedstrijd was. Ik had het fluiten in de vingers. Na flink doordrammen van mijn vader ben ik op de cursus gegaan. Toen ging het heel snel. Ik ben nu geknipt voor deze job. Ik heb een goeie conditie, een evenwichtig karakter en een sterke persoonlijkheid.''

Zijn vader is twaalf jaar zijn begeleider geweest en heeft hem mentaal zó sterk gemaakt. ,,In de auto terug naar huis'', vertelt Luinge, ,,pakte hij zijn boekje waarin hij had opgeschreven wat ik goed en fout had gedaan. Hij was streng voor me. Hij heeft helaas niet meegemaakt dat ik aan de top ging fluiten. Hij hanteerde tot in de bestuurskamer het wij-gevoel. Jacques d'Ancona (oud-scheidsrechter, red.) heeft mij daar nog voor gewaarschuwd. Ik moest zorgen dat ik onder zijn vleugels vandaan kwam, hoewel ik nooit een papkindje ben geweest.''

Roelof Luinge noemt zichzelf een Bourgondisch type en toont deze avond zijn voorliefde voor lekker eten en drinken. Als scheidsrechter kruipt hij in de huid van de autoritaire regelaar. ,,Ik kan streng kijken en geef natuurlijk wel eens een gele of rode kaart. Mijn mimiek kan tegen mij werken. Als ik een speler op zijn donder geef, kan ik ik heel boos kijken. Ach, arbitreren is geen populaire job. Een scheidsrechter krijgt nooit een fanclub. De mensen zijn positief of negatief over mijn manier van fluiten. Ik sta bekend als consequent. Ik ben heel eerlijk in het veld.''

De onvriendelijkheden in de stadions lijken hem niet te deren. Met zichtbaar plezier vertelt hij over zijn ontmoetingen in de trein of in cafés met supporters van bijvoorbeeld Ajax en FC Utrecht. ,,Ik word gauw herkend. Dat heeft positieve en negatieve kanten. De supporters zijn partijdig. Ze worden heel boos als ze denken dat ik hun club benadeel. Dan ben ik natuurlijk de pispaal. Maar ik voel geen haatgevoelens. Ik heb me ook nog nooit bedreigd gevoeld. Oké, mijn auto is wel eens bekrast. Misschien is mijn lengte wel een voordeel. In het amateurvoetbal heb ik daar zeker baat gehad. Ik heb uitstraling.''

Zijn zware postuur heeft ook een keerzijde. Luinge loopt altijd met de borst vooruit en zijn vermeende arrogantie wekt bij sommige voetballers weinig sympathie. ,,Ik kom zelfverzekerd over. Dat zal het zijn. Maar mijn vriendin weet dat Roelof anders in elkaar steekt. Op het veld ben ik niet snel voor rede vatbaar. Na afloop van een wedstrijd kan ik voor de camera gerust een fout toegegeven. Ik heb meer dan zeshonderd wedstrijden gefloten en natuurlijk niet allemaal foutloos.''

Luinge leest kranten en draait de videobeelden van een gefloten wedstrijd af. Toch is hij verbaasd en geïrriteerd over de negatieve berichten. ,,Journalisten die mij een omstreden arbiter noemen, weten niet waar ze over schrijven. Ze kennen vaak niet eens de spelregels. Ze onderschatten hun macht. De media kunnen een scheidsrechter maken en breken. De mensen geloven wat ze schrijven. Maar ik laat me nooit beïnvloeden door mensen van buitenaf. Ik ga mijn eigen weg. Shitkranten en shitprogramma's hoeven bij mij niet aan te kloppen voor een interview.''

Soms is hij het roerend eens met de kritiek op zijn manier van fluiten. Zoals bij de interland Polen-Italië van een jaar of vijf geleden. ,,De slechtste wedstrijd in mijn carrière'', zegt hij met een brok in de keel. ,,Ik was die ochtend op uitnodiging naar het concentratiekamp Auschwitz geweest. Ik kwam steenkapot terug in mijn hotel. Ik heb snel een lunch genomen en zeker een uur op mijn kamer zitten janken. 's Avonds was ik nog niet hersteld. Ik was met mijn hoofd niet bij die wedstrijd. Er werd geschopt en gedouwd en Roelof deed niks. Ik heb toen mijn lesje wel geleerd.''

Hij vertelt over zijn vader die in de Tweede Wereldoorlog op de Afsluitdijk heeft gevochten. Hij herinnert zich zijn aanwezigheid bij de Maccabi Spelen in Israël. ,,Als ik gaskamers zie, waarom zou ik me dan druk maken over kleine dingen? Vergeleken met de oorlog in Israël stelt topsport minder voor. Als ik heb afgefloten, is een wedstrijd al weer geschiedenis.''

Hij heeft naar eigen zeggen ,,een klein hartje'' en noemt zichzelf ,,een gevoelsmens''. Op paaszondag beleefde hij emotionele momenten bij de risicowedstrijd Haarlem-Telstar in de eerste divisie. Supporters van de thuisploeg maakten oerwoudgeluiden bij balcontact van een donkere speler van de bezoekende club. Vervolgens werd reservespeler Levant van Telstar voor ,,moordenaar'' uitgemaakt. Hij had een half jaar eerder een verkeersongeluk met dodelijke afloop veroorzaakt. Luinge legde het spel eerst stil, liet vervolgens de omroeper de fans tot zwijgen brengen om daarna bij terugkerend wangedrag de wedstrijd te staken.

,,Ik was voor de wedstrijd al van slag door de minuut stilte voor het overleden kindje van Brian Tevreden'', vertelt de vader van twee volwassen dochters. ,,Als ik er aan terugdenk, word ik er nog koud van. Ik was na afloop flink uit mijn hum. Mijn assistenten hebben mij toen mee uit eten genomen. Ze zagen dat ik in de kleedkamer van slag was. Tekenend voor de vriendschappelijke band bij de arbitrage.

,,Ik sta onder mijn collega's trouwens hoog aangeschreven. Iedereen wil wel bij mij vlaggen. Met de meeste spelers kan ik ook goed door de bocht. Laatst stuurde ik Petrovic van RKC met een rode kaart van het veld. Hij reageerde heel boos, maar na afloop kwam hij in de bestuurskamer een glaasje met me drinken en zijn excuses aanbieden. Die jongen heeft een sterke persoonlijkheid, daar houd ik van.''

Zelfverzekerd of niet, nog steeds heeft Luinge baat bij een mental coach die hem binnen en buiten de lijnen tot steun is. Eerst zijn vader, toen zijn vriend Louis en sinds een jaar zijn vriendin. Zij begeleidt hem bij elke wedstrijd. ,,Corry is mijn uitlaatklep. Zij weet precies wanneer ik privéproblemen heb. Zij laat mij in de spiegel kijken. Ik speel een wedstrijd altijd twee keer na. Ik heb er gelukkig nooit van gedroomd. Alleen bij mijn eerste klassieker een jaar of tien geleden bij Ajax tegen PSV in het Olympisch Stadion was ik heel vroeg wakker. En bij mijn debuut in het betaald voetbal, NAC-VVV in 1984, liepen voor aanvang de rillingen over mijn lijf.''

Luinge heeft het voetballeven leren relativeren, hoewel hij beseft dat de financiële belangen steeds groter worden. ,,Vroeger zei men: `kom niet aan mijn poen'. Tegenwoordig is iedereen die tegen een bal kan trappen al bijna miljonair. Wij verdienen een schijntje vergeleken met een topvoetballer. Toch worden wij door de spelers voor vol aangezien. In de elitegroep krijg ik 2.650 gulden per wedstrijd. De helft gaat naar de belasting. In 1984 kreeg ik nog 225 gulden per wedstrijd. Ik fluit tegenwoordig dertig wedstrijden per seizoen. Dus heb ik geen reden tot klagen. Ik fluit niet voor het geld. Ze kunnen me 's nacht wakker maken voor een wedstrijd. Ik heb ook nog een fulltime baan bij de belasting. En ik geef lezingen voor business-clubs. Machtig mooi, man.''