Staartmees

Ik ken een kleine jongen die, omdat hij de `v' niet kan uitspreken, over `goocheltjes' praat. Die listige verspreking geldt vooral de staartmees, de goochelaar onder de kleine standvogels die hoog in de kruinen van loofbossen leeft. Vaak hoor je ze eerder dan je ze ziet; ze hebben een zilveren, ijl lied. Net getinkel van kristal. De staartmees zoekt zijn voedsel, voornamelijk insecten en spinnen, tussen het schors van bomen en hij priemt ze te voorschijn uit toverhazelaars.

In de grafelijke bossen van Oost-Nederland suizelde een zwerm staartmezen boven me. Het zijn evenwichtskunstenaars die zich met hun sierlijke, lange staart in balans houden. Over het verenkleed, afwisselend zwart-wit, ligt een roze tekening op vleugels en borst. In de volksmond heet de staartmees ook Doodshoofdje: het witte kopje heeft iets van de tekening op een piratenvlag – maar ook iets lieflijks. In februari al bouwt het mezenpaar het nest, een koepelvormig kunstwerk van takjes, bekleed met wel tweeduizend donsveren. Een ware goocheltruc.

freriks@nrc.nl