Seksueel genot is goddelijk

In de Verenigde Staten is enorme opschudding ontstaan over pedofilie onder rooms-katholieke priesters en de manier waarop de kerk dit verborgen heeft gehouden. Het celibaat is de bron van alle ellende, vindt James Carroll.

Hoe komt het dat het schandaal over seksueel misbruik in katholieke kring zo hoog oploopt?

Een onthutsende reeks beschuldigde priesters. Een volledig gebrek aan verantwoordelijkheid bij bisschoppen. Zorg in elke parochie. Aan de positieve kant is er onder katholieken een verrassend sterke eensgezindheid over brede hervormingen ontstaan. Aan de negatieve kant dreigt de obsessieve berichtgeving het karakter van een heksenjacht te krijgen, doordat in krantenkoppen de scheidslijn tussen echte boeven en vagelijk beschuldigden vervaagt.

De schaduw van argwaan die over het hele priesterdom hangt is niet eerlijk, maar wel heeft het schandaal ook, en vooral onder katholieken, een diepe scepsis aan het licht gebracht over het priesterlijke celibaat. En dat roept weer vragen op over de gesteldheid van de seksuele fantasie van de katholieke kerk zelf.

Onwillekeurig denk ik terug aan mijn eigen ervaring in dezen. Van mijn 20ste tot mijn 30ste was ik zelf celibatair, als seminarist en als priester. Ik was 31 toen ik ontslag nam als pastor aan Boston University en dispensatie aanvroeg van mijn priesterwijding. De gelofte van gehoorzaamheid was een probleem, en ook mijn alternatieve roeping tot het schrijversleven, maar vooral nam ik afscheid van het priesterschap omdat ik niet in staat was het celibaat naar behoren te beleven – als geestelijk pad dat tot God leidde.

De pluspunten van de celibataire leefwijze waren me duidelijk. Het leven in een gemeenschap van energieke, toegewijde mannen had wel iets weg van een permanent lidmaatschap van een intellectueel uitdagende werkgroep, alsof je in een sterke sportploeg zat. Een beslissend element van die band, en ook van ons priesterschap, leek de gezamenlijke opoffering dat we ons 's nachts alleen op onze kamer terugtrokken. Het elan van de priesterlijke broederschap sterkte ons – en getuigde naar we meenden van iets hogers. Toch kon ik me nooit onttrekken aan een vaag besef van de grote beperking van dat leven en bespeurde ik bij mezelf en mijn broers in toenemende mate meer innerlijke strijd dan mysterie, meer narcisme dan grootmoedigheid.

Ik kon pas werkelijk bevatten wat ik miste, toen ik het vond.

De verarming van de hedendaagse taal inzake seksualiteit bemoeilijkt om precies te zeggen wat ik bedoel, alsof het probleem met het celibaat een kwestie van hormonen is, maar wat ik de laatste vijfentwintig jaar als echtgenoot en vader ben gaan inzien is dat seksuele verbondenheid, de wederkerigheid van het huwelijk en de creativiteit van het ouderschap fundamentele bronnen van verbondenheid met God zijn. Liefdevolle seksualiteit leert iets over heiligheid wat eenvoudig door geen enkele andere ervaring te bereiken is.

Het is onzinnig dat zo'n oerwaarheid als een verrassing voor mij kwam. De heiligheid van de seksualiteit is natuurlijk een uitgangspunt van het bijbelse geloof, zij het niet van het neoplatonische christendom. Het is het thema van het Hooglied, en Genesis bevestigt dat mensen `naar het beeld Gods' zijn, juist als `man en vrouw'.

Maar het bijzondere van seksualiteit is dat ze weigert zich te laten vergeestelijken – een blijvende herinnering aan het gegeven dat de glorie van de schepping juist het lichamelijke is. Maar de abstracte kennis van deze waarheid is niets vergeleken bij de waarachtige ervaring ervan, die werd belemmerd door de nadruk dat seksueel verlangen vooral een kwestie van zonde was. Jansenisten in de katholieke traditie, calvinisten in de protestantse – het christendom is maar al te tweeslachtig over de seksualiteit. Het katholicisme bevestigde het hoogstens in de marge van het kerkelijke denken en leven. Waarom is anders het overweldigende merendeel van de gecanoniseerde heiligen maagd? Wat de positieve kanten van het celibaat ook zijn of ooit zijn geweest, op dit moment is de diepste betekenis die van het meest ingrijpende voorbeeld ter wereld van de verwerping van de menselijke seksualiteit, en dat is de bron van de instinctieve scepsis die in de huidige crisis zo breed naar voren komt.

Dit duistere onderwerp is nog verder vertroebeld doordat het Vaticaan onlangs heeft verklaard dat homoseksualiteit onder katholieke priesters de kwaal is die moet worden genezen, terwijl de kerk juist een probleem heeft met seksualiteit als zodanig, homoseksueel én heteroseksueel. Wie de schuld van de huidige crisis schuift op priesters die toevallig homoseksueel zijn, zoekt een zondebok en geeft zijn zegen aan een heksenjacht. Aldus wordt de aandacht afgeleid van de veel bredere kwaal en de fundamentele verandering die nodig is.

Evenmin als de gemiddelde pastoor, dragen homoseksuelen de schuld van een corrupte, vrouwvijandige, zelfbeschermende kerkelijke elite. De oneerlijkheid van het Vaticaan in alles wat met seksualiteit te maken heeft – geen geboorteregeling, geen condooms voor aidspreventie, etc. – wordt nu ten volle door katholieken beseft. Seksueel totalitarisme heeft als ordenend principe van dit instituut geen kans van slagen meer.

Nog veel belangrijker is dat een liefdevolle seksuele band en alles wat die met zich meebrengt, heilig is. Het lichaam is goddelijk. Wederkerige zinnelijkheid is een sacrament. Lichamelijke uiting is heilig. Genot is goddelijk. Dat is wat de kerk eindelijk moet bevestigen, zonder tweeslachtigheid en uit het midden van het katholieke leven in plaats van uit de marge.

Of, om het anders te stellen: het moet katholieke priesters vrij staan om te trouwen. Punt uit.

James Carroll is ex-priester en schrijver.