Schuld in VN-cultuur

Dat er in Srebrenica in de bevelsstructuur fouten zijn gemaakt, staat ook in het rapport van de VN en de Franse onderzoekscommissie als een paal boven water. Niemand wil echter zo ver gaan die fouten aan individuen toe te rekenen.

Verslag Franse onderzoekscommissie, 29 november 2001:

Generaal Janvier stond zeker aan het hoofd van de militaire arm van de VN in het voormalige Joegoslavië. Maar ten eerste was hij niet de enige die operationele verantwoordelijkheden uitoefende, en ten tweede moet men in een hiërarchisch systeem dat zo zwaar is als de structuur van de VN, rekening houden met alle schakels in de keten.

Bovendien zou het op grond van het multinationale karakter van de vredesmacht naïef zijn te geloven dat er één commandoketen bestond van uitsluitend VN-functionarissen. De leden van de onderzoekscommissie hebben kunnen vaststellen dat nationale commandoketens systematisch ingrepen en hun invloed lieten gelden – volledig onofficieel, maar het gebeurde wel degelijk.

(...) De onderzoekscommissie constateert bovendien de verbazingwekkende afwezigheid van twee Britse officieren op het cruciale moment, generaal Rubert Smith, commandant van UNPROFOR, en de verbindingsofficier met de NAVO gedetacheerd bij generaal Janvier. (...) Bovenaan de commandoketen van de Verenigde Naties moeten we het falen noemen van de heer Yasushi Akashi, zoals vrijwel eenstemmig vastgesteld door de getuigen die de commissie heeft gehoord.

De VN mogen slechts een instrument zijn van de lidstaten, maar op het moment dat de organisatie tussenbeide komt in het voormalige Joegoslavië hebben vijftig jaar ervaring geleid tot ingebakken gewoontes, gedrag, en kort gezegd een specifieke institutionele cultuur. Alle nationale contingenten ter plekke waren getroffen door de bijzonder uitgesproken cultuur van de VN-structuren, die zelfs in geval van legitieme verdediging (...) geobsedeerd waren door één gebod: neutraal blijven, vooral niet de indruk wekken te kiezen voor de ene of de andere partij in het conflict.

Niet alleen heeft het Nederlandse contingent in Srebrenica nooit kunnen anticiperen op de acties van de Serviërs, maar, door het onbegrip over wat er gebeurde, liep het steeds achter de gebeurtenissen aan. Die discrepantie tussen de feiten en hun waarneming ervan, werkte door in alle stadia van de commandoketen en des te meer naarmate de afstand tot het slagveld groter werd. (...) Hoewel de Franse militairen niet onder invloed stonden van de cultuur dat er onder de eigen manschappen geen doden mogen vallen (,,la culture de zero mort''), waren zij geobsedeerd door de bescherming van hun mannen, wat normaal is, ten koste van de bescherming van de burgerbevolking, wat een probleem oplevert.