Ranzigheid

In het artikel met de titel `Genoeg van de ranzigheid' (Z, 6 april) beschrijft Maarten Huygen de stand van zaken bij de Nederlandse commerciële en publieke televisie. Voor iemand die dagelijks voor zijn beroep naar televisie kijkt staat in het artikel een opmerkelijke veronderstelling of conclusie: namelijk dat de commerciële televisie fatsoenlijker wordt en de publieke televisie commerciëler.

Het fatsoenlijker worden van commerciële televisie zal door iedereen worden toegejuicht. Maar hier geldt: eerst zien, dan geloven. Het programma `Temptation Island' bij V8, waarin de ooit zo fatsoenlijke Ton van Roijen de partnertrouw van koppels op een tropisch eiland op de proef zal stellen, moge wellicht weinig blote borsten bevatten, ranzig is het natuurlijk wel.

Dat geldt in onze ogen ook voor een programma als `The Fear Factor', ook zo'n nieuw programma op één van de drie netten van Fons van Westerloo. En voorlopig kan seks nog volop worden bekeken op RTL5. Kortom, de toekomst moet nog uitwijzen of de ranzigheid van de commerciële zenders verdwijnt. Voorlopig heeft de pr-machine van Fons van Westerloo haar effect niet gemist.

Dat de Publieke Omroep commerciëler wordt, is een conclusie die Huygen helaas niet onderbouwt. Wat wij in elk geval kunnen vaststellen is dat het aandeel reclame op de publieke zenders (6,5 procent van de zendtijd tegen 15 procent op de commerciële netten) de laatste jaren niet is toegenomen, en dat de regels voor sponsoring – mede als gevolg van onze eigen wensen – strenger zijn geworden. Twee feiten die eerder het tégendeel van Huygens conclusie bewijzen.

Huygen doelt met het ,,commerciëler worden'' mogelijk op het programma-aanbod bij de Publieke Omroep en noemt in dat verband enkele titels. Als het totaalaanbod van de Publieke Omroep alleen maar uit `Lingo', de `Postcodeloterij Show' en nog wat van die titels zou bestaan, heeft Huygen een punt. Er mag echter niet worden vergeten dat de Publieke Omroep in Nederland een brede mix aan programma's moet en wil bieden waarin óók programma's horen die in de ogen van Huygen mogelijk best op RTL of SBS een plek zouden kunnen vinden.

De programmamix bij de Publieke Omroep is eerder te zwaar dan te licht. En met `zwaar' bedoelen wij bijna 55 procent aan (licht) informatieve programma's en ruim 30 procent fictie. Bij de commerciële zenders van HMG en SBS liggen deze verhoudingen zo'n beetje andersom. Trouwens, met onze wensen op het terrein van `lifestyle' doen wij niet meer dan aansluiten bij ontwikkelingen en belangstellingen in de huiskamers.

Dan Huygens bemerkingen over het sportaanbod van de Publieke Omroep. Dat aanbod ligt al sinds jaar en dag op hetzelfde niveau, namelijk rond de 10 procent van de zendtijd. Deze hoeveelheid weerspiegelt het belang dat wij hechten aan sport als maatschappelijk fenomeen: niet meer, maar ook niet minder. De effecten op het marktaandeel zijn zeker een punt van overweging, maar niet het énige punt. Van (relatieve) toename is in ieder geval geen sprake: de ambitie van de NOS is erop gericht om zoveel mogelijk het huidige sportrechtenpakket in stand te houden. Dit laatste is steeds moeilijker, omdat ook de commerciële omroepen steeds meer aan sport gaan doen – en daar, in weerwil van hetgeen de heer Huygen beweert, navenant voor willen betalen.

Tot slot: ons marktaandeel. Anders dan een commerciële omroep streven wij niet naar een zo hoog mogelijk marktaandeel waaraan de programma-inhoud ondergeschikt is. Maar evenmin willen we louter programma's brengen die slechts een elite kunnen boeien. Wat we wél willen is: met onze programma's een substantieel deel van het publiek bereiken. Iedere Nederlander betaalt immers mee aan de Publieke Omroep. Dus behouden wij graag ons huidige marktaandeel van 40 procent, met een gezond bereik onder alle bevolkingsgroepen in Nederland

Dat willen we bereiken met programma's die passen bij een Publieke Omroep die zich richt op álle Nederlanders. Dus als het gaat om klassieke muziek: én `Matinee op de vrije zaterdag' én `Una voce particulare'. Of als het gaat om spelprogramma's: én `Lingo' én `Met het mes op tafel'. Of als het gaat om sport: én de Champions League én `Studio Spaan'. Of populaire muziek: én `Hoeba hoeba hop' én `Lola da Musica'. Als het gaat kunst: én `Tussen kunst en kitsch' én `Bonanza'. Kortom: een verscheiden en onderscheidende programmamix. Verschil moet er zijn, ook binnen ons eigen aanbod.