NIOD-rapport 4

Wim Kok moet als trouwe bezoeker van de jaarlijkse Matthäus Passion iets gemist hebben. De houding van Pontius Pilatus: niet onwillig om Jezus vrij te pleiten, povere pogingen doende om recht te spreken. Om na de moordpartij de handen in onschuld te wassen. De minister-president sprak lotsverbondenheid uit tussen Dutchbat en de Srebrenica-vluchtelingen. Het bleek een gratuite frase op een cruciaal moment. Waarna duizenden doden vielen.

Kok wast z'n handen in duizenden pagina's papier. En wordt boos op boodschapper Mient-Jan Faber, die het ware leiderschap in dat cruciale moment openbaarde. Als posthume lotsverbondenheid zou het Kok sieren nu af te treden tegen alle Nederlandse tradities in. Om niet met een Pontius Pilatusgevoel bij de volgende Matthäus Passion aan te schuiven.