Monniken die vechten met een gouden hart

De Tempel van het Gouden Paard in het noorden van Thailand geniet vooral bekendheid door de paarden die de jonge monniken er berijden. Goud is nergens te bekennen in het eenvoudige tempelcomplex. Althans op het oog. Want volgens de boeddhistisch abt is dat weldegelijk te vinden; in de harten van zijn grotendeels minderjarige tempelgemeenschap.

De Tempel van het Gouden Paard van Abt Kru Ba Nua Chai, ex-soldaat van het Thaise leger, ex-kickbokser, gescheiden en vader van twee kinderen, lijkt in weinig opzichten op de ruim 30.000 tempels die Thailand telt. De jonge monniken leren er mediteren, maar een belangrijk deel van hun dagelijkse routine besteden ze aan paardrijden, kickboksen en het opvolgen van hen toegeschreeuwde orders. Abt Kru Ba moedigt dat alles aan met een duidelijke reden: wanneer zijn monniken zijn volleerd, worden ze er op uitgestuurd om het boeddhistische woord te verspreiden, maar omdat hun werkterrein, dicht tegen de Birmese grens, in een regio ligt waar een groot deel van de bevolking betrokken is bij de handel in verdovende middelen, worden de monniken getraind op een leven vol gevaren. Met het kickboksen kunnen ze zichzelf beschermen tegen drugsgeweld en met de paarden kunnen ze zich snel uit de voeten maken.

De Tempel van het Gouden Paard met haar vechtende monniken heeft de zegen van Thailands hoogste boeddhistische leiders. Dat is niet opmerkelijk, vindt Kru Ba, want belangrijker dan vechten is dat de tempel boerenzonen redt van een bestaan in materiële en spirituele armoede. En daar streven vrijwel alle boeddhistische tempels in Thailand naar. Van de 260.000 monniken die Thailand telt, komen de meesten van het arme platteland. De tempelgemeenschap biedt hen het perspectief op een behoorlijke scholing en een betere maatschappelijke positie.

De zeventien jongens die de kloostergemeenschap telt, ondergaan hun dagelijkse training gelaten. Ze mediteren, krijgen boeddhistisch onderricht, verzorgen de bijna honderd paarden, galopperen erop en krijgen les in vechten.

Een monnik vertelt dat hij twee jaar geleden nog was verslaafd aan drugs. Zijn ouders brachten hem naar het klooster van Kru Ba. Sinds die tijd heeft hij de drugs niet meer aangeraakt. ,,Het is zo vredig hier'', zegt hij, ,,Ik wil nooit meer terug naar waar ik vandaan kom.''