Kimmo Pohjonen

Of Kimmo Pohjonen het einde van zijn concerten haalt, is altijd maar weer de vraag. Meer dan eens ging de accordeonist zo gepassioneerd te keer dat de knoppen in het rond vlogen en doorspelen technisch onmogelijk was. Laat het duidelijk zijn: Pohjonen pompt geen zeemansliederen of smartlappen uit zijn trekzak, hij is een dwarse accordeon-punk.

Hij werd opgeleid aan de Sibelius Academie en liep stage in Tanzania en Buenos Aires maar put uit een diepere bron: de donkere winters en sprookjesachtige wouden van thuisland Finland. Na meer dan zeventig albumopnamen lijkt hij in het samenwerkingsverband met top-percussionist Samuli Kosminen de ultieme verklankingsvorm te hebben gevonden. Terwijl Pohjonen ritmisch gejaagde melodielijnen uit zijn accordeon tovert, geeft Kosminen antwoord door dat geluid te samplen, te vervormen en via elektronische drumpads terug te kaatsen. Ook Pohjonens bronstige keelklanken, half-hysterische gebrul en mysterieuze gelispel, die op de cd-hoes staan aangeduid als `zang', worden zo door de elektronische mangel gehaald.

De term 'high-tech oer-folk' klinkt onlogisch, maar Pohjonens muziek is onlogisch. Het album bestaat uit tien losse nummers maar eigenlijk is het één lang stuk waar je als luisteraar in wordt ondergedompeld. Wie Pohjonen in november zag op de Music Meeting in Nijmegen en vreest dat de cd onderdoet voor de live-versie, kan gerust zijn: ook hier weet Pohjonen te overdonderen.

Kimmo Pohjonen: Kluster (RockAdillo Records, zencd 2074)