`In blikveld van Dutchbat geen genocide'

Dutchbat draagt geen directe schuld aan de genocide na de val van Srebrenica. Maar de Nederlandse legerleiding toonde zich wel onbenullig en nalatig.

Dapper of doortastend kun je het optreden van Dutchbat in Srebrenica niet noemen. Maar wie faalde of blunderde er op welk moment, en was dat verwijtbaar? Draagt Nederland medeschuld voor de moord op duizenden moslims uit het `veilige gebied' Srebrenica?

In de media waren de hossende, Heinekendrinkende Dutchbatters – ter viering van hun behouden terugkeer in Zagreb – al lang en breed veroordeeld. De dronkemansvreugde van het `ontladingsfeest', compleet met brassband en kozakkendans, stak schril af bij de angst onder de aanwezige moslimtolken over het lot van hun dierbaren. Maar waarom zou je je inhouden als premier Kok en kroonprins Willem-Alexander speciaal voor jou hun vakanties onderbreken om je een schouderklop te geven? ,,Onze mannen verdienen een heldenwelkom, een heldenwelkom zullen ze krijgen'', riep minister van Defensie Voorhoeve destijds, iets waar landmachtbevelhebber Couzy aan toevoegde dat hij `beretrots' was op zijn soldaten.

Ook in de beelden van overste Karremans (baret in de broekzak, opgetrokken schouders) die het glas heft met geweldenaar Mladic ligt een veroordeling besloten. Een tactische blunder om je in zo'n compromitterende pose te laten manoeuvreren. Maar verwijtbaar? Misschien niet onder de gegeven omstandigheden van overmacht en intimidatie. Karremans ging pas voor de camera in Zagreb echt in de fout toen hij generaal Mladic een `groot strateeg' en een `collega' noemde. Zijn gewraakte uitspraak dat er geen onderscheid tussen good guys en bad guys te maken viel, was echter ingefluisterd door de landmachtvoorlichting.

De NIOD-onderzoekers concluderen dat Dutchbat het slachtoffer is geworden van een verwrongen beeldvorming. Dat neemt niet weg dat Karremans er eind 1998 nog steeds niets van had begrepen, toen hij uit de grond van zijn hart opmerkte: ,,Als Oranje de halve finale van het WK verliest, baalt Nederland een dag. Maar wij, de mannen en vrouwen van Dutchbat, worden drieënhalf jaar na de val van Srebrenica nog steeds met de nek aangekeken.''

Dat Nederlandse blauwhelmen met hun pantserwagens moslims hebben geplet die zij geacht werden te beschermen is een cynisch feit. Maar van dood door schuld kun je die soldaten bezwaarlijk betichten (ook het NIOD pleit hen op dit punt vrij). De vluchtelingen klampten zich aan de rijdende voertuigen vast en duwden elkaar voor de wielen. Kwalijker is dat een voorlichter van Defensie zulke voorvallen officieel ontkende (met de officieuze mededeling achteraf: ,,Ik kon toch moeilijk toegeven dat die jongens nog tijden bezig zijn geweest om de menselijke resten met de brandspuit uit de rupswielen te halen.'')

Zelfs de val van Srebrenica is Dutchbat niet aan te rekenen. Hoewel de Nederlandse blauwhelmen blamerend weinig weerstand hebben geboden, konden ze de opmars van Mladic' troepen niet stuiten zonder de gevraagde, maar keer op keer geweigerde NAVO-luchtbombardementen. Het NIOD houdt daarbij een hypothetische slag om de arm, door aan deze analyse toe te voegen dat je natuurlijk nooit kunt weten wat het `politiek-psychologisch effect' op de Bosnische Serviërs zou zijn geweest als de Nederlanders hun mitrailleurs en antitankwapens wel hadden ingezet.

De schande voor de Nederlandse verantwoordelijken nam pas na de val van de enclave schrikbarende proporties aan, toen vijfentwintigduizend ontheemden hun toevlucht zochten tot het VN-kampement van overste Karremans. Het ontbrak de bataljonsleiding aan instructies, maar ook aan inzicht. ,,De Serviërs lossen het vluchtelingenprobleem op'', rapporteerde Dutchbat opgelucht. Nadat overste Karremans lichamelijk en geestelijk knock-out was gegaan, werkte majoor Franken actief mee aan het uitleveren van de doodsbange vluchtelingen: met het leeghalen van de VN-compound, met het voltanken van de bussen voor de deportatie, met het vervoer van zeven gewonde moslimmannen naar de verhoorkamers van de gevreesde, van genocide verdachte majoor Momir Nikolic. Dat gedrag was `te billijken', aldus het aanvechtbare oordeel van NIOD-directeur Hans Blom. Hij steunt het verweer van Karremans dat `niemand in het bataljon ooit het vermoeden heeft gehad wat er met de mannen uit Srebrenica zou gebeuren'. Nee, de schaal en de systematiek van het moorden was niet tot in detail te voorspellen, maar toch getuigt die uitspraak van een onvergeeflijk onbenul, aangezien andere betrokkenen (Artsen zonder Grenzen, UNHCR-medewerkers, de moslims ter plekke en ook minister Voorhoeve) wel waarschuwden voor een mogelijke massaslachting.

Pure nalatigheid is het zwijgen van Dutchbat over de oorlogsmisdaden die zich onder hun ogen voltrokken (lijken in de berm, gravende bulldozers op plekken waar eerst nog gevangenen zaten). De meldingen die bij Karremans binnenkwamen, hebben geen alarmbellen doen rinkelen. Op dit punt faalde de communicatie volgens het NIOD volkomen. Het was er niet van gekomen omdat het bataljon doodmoe was, zo had Karremans al in 1998 uitgelegd. Maar ook de getuigenissen van een tweetal Dutchbatters dat een etmaal na de val van de enclave in midden-Bosnië aankwam, zijn genegeerd. En dat terwijl de massale executies op die dag nog maar juist waren begonnen. Een tweede groep Nederlanders, die op 15 juli vrijkwam, (vier dagen na de val) is gehoord door landmachtgeneraal Couzy. Hun gruwelverhalen vatte hij aldus samen: ,,Binnen het blikveld van Dutchbat heeft zich geen genocide voltrokken.'' Als er na een week nog geen alarmberichten van Dutchbat zijn binnengekomen bij de VN, schrijft Kofi Annan aan zijn gezant in Zagreb dat hij ,,van alle kanten consistente en wijdverbreide verhalen over wreedheden hoort maar niet van Dutchbat (). Het is hun plicht aan u te rapporteren wat zij hebben waargenomen''.

Maar de regie ligt dan allang niet meer in handen van de VN, maar van de Nederlandse regering en de landmacht. De aanvankelijke zorg over het lot van de moslimmannen wordt niet in daden omgezet. In de `richtlijnen voor de onderhandelingen met generaal Mladic' die Karremans op 13 juli via een doorzichtige omweg uit Den Haag ontvangt, komen de afgevoerde mannen niet voor. Het gaat alleen nog om de aftocht van Dutchbat met medeneming van het wapentuig, de blauwe helmen, de kogelwerende vesten en het lokale VN-personeel.

Zodra die aftocht op 21 juli een feit is, richt het Defensieapparaat zijn aandacht op het bagatelliseren en onderschoffelen van onwelgevallige feiten. Zowel het `debriefingsrapport' uit 1995 als het rapport-Van Kemenade uit 1998 (met als conclusie: ,,Er is geen doofpot'') blijkt – ook volgens het NIOD – een schakel te zijn geweest in een averechts uitgepakte operatie damage control.