Het Bos van Wallers is eindeloos vervloekt

Morgen wordt voor de honderdste keer de wielerklassieker Parijs-Roubaix gereden. Meest spectaculaire onderdeel van `de koningin onder de klassiekers' is het Bos van Wallers.

President Chirac waakt over het Bos van Wallers. Bij de spoorwegovergang, tegenover de plek waar morgen de renners het bos induiken, hangt een verkiezingsaffiche met zijn lachende hoofd. Getuige de flarden die er van afgescheurd zijn, is de president niet bij iedereen geliefd in het dorp dat één keer per jaar uit een diepe slaap wordt gehaald door een koningin, la reine des classiques: Parijs-Roubaix.

Woensdag, vier dagen voordat de karavaan van Parijs-Roubaix voorbij dendert, is in Wallers-Arenberg weinig te beleven. De aan elkaar gegroeide dorpen waar ooit veel inwoners hun geld verdienden in de mijnen, wordt vlak voor het jaarlijkse wielerfeest nog even opgepoetst. Gemeentewerklieden dichten de grootste gaten in de geasfalteerde straat die naar het Bos van Wallers leidt. De vrouw van de fietsenmaker, een van de weinig overgebleven middenstanders in Arenberg, lapt de ramen waarachter frames van racefietsen hangen.

Zoals gebruikelijk verkenden de meeste deelnemers aan Parijs-Roubaix op donderdag of vrijdag delen van het parcours. Met als steevast onderdeel de 2.400 meter lange kasseistrook in het Bos van Wallers. Voorzien van de tekst `100 jaren legende' prijkt het bospad op de affiche van een expositie in het mijncomplex van Arenberg, gefotografeerd vanaf de brug die er overheen loopt.

Wie denkt dat deze legendarische hindernis al vanaf de eerste editie van Parijs-Roubaix in het parcours is opgenomen, vergist zich. Nadat ze een mis hadden bijgewoond, gingen op 19 april 1896, paaszondag, bij Porte Maillot in Parijs 48 renners van start. De eerste winnaar was de Duitser Josef Fischer, die vlak voor de finish bijna werd aangereden door een paard.

Het zou nog tot 72 jaar duren voordat de kasseistrook in het Bos van Wallers, in de zeventiende eeuw aangelegd door Lodewijk XIV, onderdeel van de wedstrijd werd. Sindsdien is dit kleine stukje weg in Noord-Frankrijk ontelbare keren vervloekt. Met de renners die hier sinds 1968 onderuit gingen, kun je moeiteloos een middelgroot ziekenhuis vullen. Recente slachtoffers: vier jaar geleden ging de Belgische oud-winnaar Johan Museeuw hier onderuit, waarbij hij zijn knie brak. Vorig jaar smakte de Franse oud-winnaar Philippe Gaumont tegen de kasseien. Hij moest de strijd staken met een gebroken heup.

In de laatste editie kreeg Nederland in de naam van Servais Knaven eindelijk weer een winnaar. De nog met modder besmeurde fiets waarop hij het hoogtepunt in zijn carrière beleefde, is het pronkstuk van de bescheiden tentoonstelling in het mijncomplex van Arenberg. Het blauwe exemplaar met de fabrieksnaam Eddy Merckx staat in een vitrine, tussen kasseien.

Voorgangers van Knaven waren zijn landgenoten Peter Post (1964), Jan Janssen (1967), Jan Raas (1982) en Hennie Kuiper (1983). De latere ploegleider Post heeft nog altijd het snelheidsrecord in bezit. Hij reed de `Hel van het Noorden' met een gemiddelde van 45.129 kilometer per uur. Daarbij moet worden aangetekend dat de Amsterdamse slagerszoon met een fikse rugwind reed en niet werd gehinderd door al te veel kasseistroken.

De benaming `Hel van het Noorden' dateert van 1919, toen de organisatoren vanuit Parijs voor `t eerst een kijkje kwamen nemen bij het overgebleven slagveld van de Eerste Wereldoorlog. Ze schrokken zich rot. De klassieker werd tussen 1915 en 1918 niet verreden. Een half peloton aan Franse en Belgische renners overleefde de oorlog niet.

De kasseistrook in het Bos van Wallers ligt er enkele dagen voor de wedstrijd mooi bij. Na twee weken droog weer geeft de doortocht morgen een ander beeld te zien dan vorig jaar, tenzij er nog buien vallen. Door een overvloed aan modder was het een jaar geleden alsof de renners op een piste van zeep overeind moesten zien te blijven. Met gezichten van mijnwerkers fietsten de renners het donkere bos uit. Met opgedroogde modder die hen in betonnen figuren had veranderd, reden de volhouders het Vélodrome in Roubaix op.

De finish op de piste dateert van 1943. In de jaren tachtig werd de eindstreep verplaatst naar de straat in het centrum van Roubaix, voor het hoofdkantoor van hoofdsponsor La Redoute. Tot vreugde van de nostalgische wielerfans kwam de organisatie tot inkeer en werd de spectaculaire slotfase op de piste in ere hersteld. Bij aankomst op de wielerbaan moeten de renners nog twee ronden rijden.

De winnaar krijgt morgen na 261 kilometer een kei. In het Vélodrome van Roubaix zal die prijs weer als een klomp goud omhoog worden gehouden. De liefhebber die de 2.400 meter in het Bos van Wallers zonder val of lekke band heeft afgelegd, kan zichzelf belonen met een aandenken uit de expositiehal in het mijncomplex van Arenberg: een plank met daarop een wielrennertje van speelgoed en een glimmende kei. Met het loodzware aandenken uit de Hel, meegesjouwd door sufgetrilde armen, kan hij zich even een winnaar wanen.

Met medewerking van Jaap Bloembergen