`HANDSTAND-GEUR' VAN REUZENPANDA SCHRIKT SOORTGENOTEN AF

Reuzenpanda's die indruk willen maken op hun soortgenoten zetten hun geursporen zo hoog mogelijk af, via een handstand. Deze vorm van acrobatische communicatie, die informatie geeft over de grootte van de boodschapper, voorkomt waarschijnlijk veel bloedvergieten onder deze dieren. Dat melden Amerikaanse en Chinese onderzoekers in het tijdschrift Behavioral Ecology and Sociobiology (in druk, online publicatie 21 maart).

De Amerikaanse onderzoekers Ronald Swaisgood en Angela White van de Zoological Society of San Diego, werkten samen met Hemin Zhang van het China Research and Conservation Center for the Giant Panda in het Chinese natuurreservaat Wolong. In dat bolwerk van wilde reuzenpanda's (Ailuropoda melanoleuca) is een fokcentrum voor deze soort gevestigd. De onderzoekers testten de respons van 28 panda's (mannelijk, vrouwelijk, oud, jong) in gevangenschap op geuren van soortgenoten. Soms brachten de onderzoekers die sporen zelf aan, op uiteenlopende hoogten. De panda's kregen drie soorten geurstimuli, op verschillende hoogten, voorgezet: mannelijke urine en zowel mannelijke als vrouwelijke anogenitale afscheidingen. Bovendien mochten de apart gehuisveste reuzenpanda's elkaars hok inspecteren.

Behalve via de handstand zetten reuzenpanda's hun geursporen (anogenitale klierafscheidingen en urine) af via de hurkzit, het achterwaarts richten of wrijven, en het als een reu een poot heffen voor zijwaartse en iets opwaartse geuraanbrenging. Maar ongeacht geslacht of leeftijd besteedden de 28 panda's meer tijd aan het bestuderen van hoog aangebrachte geursporen dan aan lage. In eerste instantie vonden de panda's de `handstand-markering' – al dan niet door de onderzoekers nagebootst – het meest fascinerend. Maar uiteindelijk leidde de op die manier aangebrachte mannelijke urine ertoe, dat soortgenoten die plekken voortaan zorgvuldig gingen mijden. Dat gold vooral voor onvolwassen mannetjes. Swaisgood, White en Zhang concluderen dat hoog aangebrachte geursporen vooral gebruikt worden om een sterke, bedreigende concurrentiepositie aan te geven. Daarmee vormen ze een indirect, maar uitgesproken communicatie-onderdeel van de competitie om leefgebied en seksuele partners.

Volgens Swaisgood, White en Zang is de handstand-markering een manier om een gevecht met een soortgenoot te ontwijken. Een panda kan de grootte van een eventuele tegenstander namelijk aflezen aan het geurspoor, en op basis daarvan beslissen of hij wel of niet een gevecht aangaat.

De onderzoekers stellen bovendien dat het handstandsignaal slechts onder één voorwaarde evolutionair kon ontstaan, en ook blijven bestaan: dat de uitvoerder ervan, als het erop aankomt, wel degelijk bereid is een lijfelijke ontmoeting gewelddadig te laten verlopen. Die komen dan ook regelmatig voor. Er zijn onder wilde reuzenpanda's gevechten bekend met fatale afloop.