Elvis Costello

Na zijn rock & roll-arme uitstapjes op cd's met het Brodsky Quartet, Anne Sofie von Otter en Burt Bacharach wilde Elvis Costello weer eens een ouderwets ruwe en ritmische plaat maken; zijn eerste na Brutal Youth uit 1994.

When I Was Cruel bevat meer vervormde tremologitaar dan al zijn zestien andere albums, aldus Costello, die voor de gelegenheid weer eens lawaai maakt met Attractions-companen Steve Nieve (toetsen) en Pete Thomas (drums). Met ruige rocksongs als 45 en Tear off your own hand wijst Costello zonder kunstgrepen terug naar de directe speelstijl van het bijna 25 jaar oude en nog altijd onovertroffen This Year's Model, inclusief bijtende teksten en Nieve's gierende new wave-orgeltje. In andere songs kan Costello het toch weer niet laten om zijn pientere, gekunstelde kant te tonen. De sample- en ritmeboxpop van het titelnummer is schaamteloos geënt op de melodie van Van Morrisons The way young lovers do, en de Costelloïaanse blanke soul van 15 Petals ontaardt in drukke jazztoetermuziek. Vooropgesteld dat When I Was Cruel een ideeënrijke en ambitieuze indruk achterlaat, is het toch jammer dat Costello niet heeft kunnen kiezen voor een plaat die eenduidiger ruw en ritmisch is geworden. Daar ligt zijn grootste kracht, en daarin kunnen zijn venijnige teksten en zijn beperkte maar effectieve stemgeluid het best gedijen. In het ingetogen Tart speelt hij een van zijn virtuoze woordspelletjes en in Daddy can I turn this slaat hij door naar de andere kant met een bijna hysterische explosie van gitaargeweld, waarna hij met de countryshuffle My little blue window weer een heel andere sfeer oproept. Het is duidelijk dat Elvis Costello geen vrijblijvende verstrooiing wil bieden, met als gevolg dat de 63 minuten van When I Was Cruel de uiterste concentratie vergen om ze in één luistersessie uit te zitten. Ergens tussen die overdaad schuilt een fantastisch ruig en rockend album, dat op elpeelengte een van zijn beste had kunnen zijn.

Elvis Costello: When I Was Cruel (Island/Universal)