Een slavenfort als toeristentrekker

Prins Willem-Alexander en prinses Máxima reizen morgen naar Ghana voor hun eerste gezamenlijke staatsbezoek. Ze worden onder meer rondgeleid in een voormalig slavenfort.

Twintig jonge Ghanezen komen aangemarcheerd, wapperend met Nederlandse vlaggen. Aarzelend klinkt het Wilhelmus. Het blaasorkestje heeft er moeite mee, het moet eindeloos opnieuw. Even zet het orkestje in met `Glory Glory Halleluja'. De regisseur draait zich om naar de bezoeker: ,,Do you play Glory Glory in your country?''

In het bloedhete National Theatre in Accra wordt gerepeteerd voor de `Two Hearts of Kwasi Boachi', een dansspektakel naar de roman `De zwarte met het witte hart' van de Nederlandse schrijver Arthur Japin. De Wilhelmus-scène hoort bij de ontvangst van een Nederlandse delegatie door de koning van de Ashanti in 1837, door Japin gedetailleerd beschreven.

Zo ongeveer moet het ook zijn gegaan in 1701, toen David van Nyendael als eerste Europeaan een bezoek bracht aan een Ashanti-koning. En zo gaat het aanstaande dinsdag waarschijnlijk weer, als de Prins van Oranje en Prinses Máxima in Kumasi worden ontvangen door de Asantehene, Otumfuo Osei Tutu II. Zeker is in ieder geval dat er langs de route kinderen met Nederlandse vlaggetjes het paar zullen verwelkomen, want dat staat al vermeld in het programma van de Rijksvoorlichtingsdienst.

De ene reis naar Kumasi, hoofdstad van de Ashanti en tweede stad van Ghana, leidt tot de andere. Aanleiding voor het bezoek van Willem-Alexander en Maxima is het 300-jarig bestaan van de betrekkingen tussen Ghana en Nederland, en die betrekkingen begonnen met het bezoek van Van Nyendael in 1701. Eigenlijk is het bezoek dus een jaar te laat, en de omvangrijke afvaardiging van het Nederlandse bedrijfsleven maakte de reis vorig jaar, maar nu krijgt Ghana wel een prinses die zich wellicht ooit koningin mag noemen.

Niet dat Ghana zich daar heel druk over maakt. ,,We weten niet eens wie Beatrix is, laat staan Máxima'', zegt journalist Raymond Archer. Net als andere kranten heeft zijn dagblad The Chronicle nog geen aandacht besteed aan het Nederlandse bezoek. Archer (26) werd onlangs bekroond als `beste onderzoeksjournalist van West-Afrika'. Gisteren ontving hij een uitnodiging van de Nederlandse ambassadeur om, samen met andere jonge Ghanezen, met Willem-Alexander informeel te praten over Ghana. Dus nu wil hij meer weten over de kroonprins. ,,Er waren toch geruchten dat hij homo is?''

Het koningshuis kan hier wel wat publiciteit gebruiken, maar als land heeft Nederland een goede naam. De banden met Nederland zijn sterker dan die met Engeland, het moederland dat de kolonie in 1957 liet gaan. Elke taxichauffeur heeft wel een familielid dat in Nederland woont, meestal in Amsterdam-Zuidoost. Daar woont het grootste deel van de Ghanese gemeenschap in Nederland, die officieel 14.000 mensen telt. Inclusief illegalen wordt het aantal geschat op 25.000 à 30.000 mensen. Ze kwamen begin jaren '70 en '80 naar Nederland, eerst omdat het economisch slecht ging in Ghana, later omdat Nigeria één miljoen Ghanezen het land uitzette en de migranten geen vertrouwen hadden in het nieuwe regime van couppleger Jerry Rawlings.

Ondanks de omvang gaat het om een vrij anonieme gemeenschap. Veel Nederlanders werden zich pas bewust van de Ghanezen door de Bijlmerramp. We zijn te succesvol om op te vallen, zeggen Ghanezen in Nederland. En we kunnen goed voor onszelf zorgen met eigen netwerken. Elke Ghanees in Nederland stuurt maandelijks geld naar huis. Andersom is het vooral de cacao van Ghana naar de Rotterdamse haven die de handelsrelatie sterk maakt. Enige minpunt aan de warme band tussen beide landen is het wantrouwen van de Nederlandse overheid jegens Ghanese documenten: met verificatie van paspoorten wordt gezinshereniging ontmoedigd.

Handel is altijd het kenmerk geweest van de relatie tussen Ghana en Nederland, en die handel bestond voor een groot deel uit slaven. Maandag bezoeken Willem-Alexander en Máxima Elmina, waar ze worden rondgeleid door het voormalige slavenfort en de bijbehorende vissersplaats. Vanuit Elmina, het belangrijkste van de vele Nederlandse forten aan de toenmalige Goudkust, werden honderdduizenden slaven door schepen van de West-Indische Compagnie vervoerd naar Brazilië, Suriname en de Antillen. De Nederlanders kochten de slaven van de Ashanti, die overwonnen stammen vanuit het binnenland aanleverden.

Tussen 1637 en 1872 was Elmina in Nederlandse handen, en en er is veel dat daaraan herinnert: huizen, een begraafplaats, maar ook Ghanezen met Nederlandse achternamen. Met een bescheiden Nederlands startbedrag probeert het Nederlandse Institute for Housing and Urban Development Studies (IHS) zowel dorp als fort op te knappen. Amerikaanse toeristen die in Elmina hun Afrikaanse wortels komen zoeken, moeten de mogelijkheid hebben om in het stadje hun geld uit te geven, meent de IHS. Tijdens het bezoek begint een vierdaagse conferentie waar men alle betrokkenen de prioriteiten wil laten opstellen.

De toekomst van Elmina: het slavernijverleden als toeristentrekker. Ook al zal het bezoek aan Elmina in het teken staan van toekomstplannen, en ook al lijkt men in Ghana niet te wachten op Nederlandse excuses, de rondleiding door het macabere fort wordt voor Willem-Alexander een onvermijdelijke confrontatie met het Nederlandse slavernijverleden.

Betrekkingen die worden gekenmerkt door slavenhandel, kun je die wel vieren? Korkor Amarteifio is lid van de Taskforce Ghana 300 Nederland en adjunct-directeur van het National Theatre. Ze geldt als de drijvende kracht achter de culturele activiteiten tijdens de Holland Week in Accra, die komende week plaatsvindt. Amarteifio: ,,In Ghana speelt het slavernijverleden geen rol. In de geschiedenisboekjes komt het niet voor. Het is geen taboe, en het is geen desinteresse, maar het staat gewoon niet op de agenda. Met onze activiteiten wil ik de Ghanezen wijzen op het gemeenschappelijk verleden met Nederland. Willem-Alexander en Máxima krijgen van alles stukjes te zien. Wat ons gemeenschappelijke verleden betreft valt er weinig te vieren, maar we kunnen er wel op een spirituele, hoopvolle manier naar kijken.''