Een leven lang ontwikkelingswerk

Wat levert het op, een leven lang als `ontwikkelingswerker' bij de armsten van de wereld? Gys Zevenbergen zocht zijn vader Wim en moeder Bertie op in Ethiopië, en maakt in een documentaire de balans op, schrijft Koert Lindijer.

Als kind raakte filmmaker Gys Zevenbergen gefascineerd door een foto op de schoorsteenmantel van zijn vader die in Nieuw Guinea beschavingswerk deed. Bij die foto hoorde een heldenverhaal: zijn vader had een buffel gered door een leeuw aan zijn staart te trekken. ,,Wat heeft de tijd met mijn held gedaan?'', wil Gys weten. Hij maakte een documentaire van zijn vader op zijn allerlaatste ontwikkelingsproject in Ethiopië waar hij, net als in de jaren vijftig in Nieuw Guinea, de armen emanciperen wil.

Over het volk de Kaffa in Zuid-Ethiopië hangt een vloek. De koning van de Kaffa's was een berucht krijgsheer. Acht keer had hij een aanval van de Amharen afgeslagen, tot de negende keer zijn officieren hem verraadden. De woedende koning gooide zijn ring in de rivier en sprak daarmee een vloek over zijn volk uit. Pas wanneer de ring boven water komt, zullen de Kaffa's voorspoed kennen.

Zevenbergs documentaire Lions tail is een sprookjesachtige film in Ethiopië waar een hardnekkige Nederlandse ontwikkelingswerker de doem van apathie die op de Kaffa's rust wil opheffen. Het is ook een testament voor het werk van zijn vader, met oude filmbeelden van hem en zijn vrouw Bertie in Nieuw Guinea. Gys volgt hem op zijn laatste moeizame trektocht, over glibberige paadjes in de hooglanden, door jungle en door dalen, op zoek naar de ring van de koning in de rivier. Ethiopiërs zijn trotse, gesloten mensen, geen makkelijke onderdanen voor ontwikkelingswerkers. ,,Die donkere koppen die wantrouwig naar je kijken. Die je vragen: wat doe je hier, donder op'', vertelt vader Zevenbergen.

Een Nederlandse minister noemde Wim Zevenbergen eens het geweten van Ontwikkelingssamenwerking. Hij heeft één arm en een ijzersterke wilskracht, hij verafschuwde administratieve baantjes op het ministerie en wilde bij `de gewone, de kleine mensen' zijn.

Veertig jaar was hij onderweg op deze missie voor de maakbare samenleving, altijd zoals hij zegt `dicht bij het front', in de tropen en de wildernis, dicht bij de verworpenen der aarde. Hij begon een halve eeuw geleden in Nederlands Nieuw Guinea, waar hij Groot Alleensprekend Rechter was en beschavingsschooltjes hielp oprichten. ,,Het ging er om het goede van de westerse beschaving over te dragen op de mensen van het stenen tijdperk. Nu is het geen missie meer. Waarom ik hier dan ben? Je moet er zijn en zij moeten weten dat we er zijn.''

Het is verbluffend hoe simpel de les is van deze superontwikkelingswerker na vele jaren arbeid bij het armste deel van de mensheid. Het klinkt allemaal zo bekend en vanzelfsprekend: ,,In plaats van ze te vertellen wat er veranderd moet worden, moeten de mensen zelf hun prioriteiten stellen. Het is niet geheel onverstandig om in overleg met mensen te gaan om ze te vragen wat ze zelf willen. Mensen aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid.''

HONINGBIER

Maar het is niet zo logisch. De sippe Ethiopische gezichten vol onbegrip als vader Zevenbergen zijn filosofie uitlegt, spreken boekdelen. Zoon Gys krijgt enkele dagen na zijn aankomst het beklemmende gevoel te ver van de mensen af te staan. Hij ontvlucht het paradijs dat zijn vader en moeder in het modderige dorpje Bonga in Zuid-Ethiopië voor zichzelf hebben gebouwd. Zodra hij dit beschermde wereldje verlaat, arriveert hij in het ware Ethiopië. Hij filmt benevelde oude mannen die honingbier drinken en praten, heel veel praten. Hij volgt een stokoude nazaat van de Kaffa-koning die zijn zoon voorbereidt op zijn sterven. Dat levert prachtige momenten op, de filmer verstoort het Ethiopische ritme niet, iets waar maar heel weinig blanke fotografen en filmers in Afrika in slagen. Te vaak voeren Afrikanen in filmproducties toneelstukjes opvoeren voor de camera, onecht.

,,Dit is een wrede rivier, hadden we maar een brug'', mijmert een oudje tijdens een bijeenkomst waar de bevolking spreken mag. Die brug komt er tegen het eind van de film. ,,Dit is de vreemdste brug die ik ooit heb gezien'', preekt vader Zevenbergen bij de opening met veel gezang en dans en redes van hoogwaardigheidsbekleders. Of het nu de volksbrug is die Wim Zevenbergen voor ogen had? De autoriteiten vergaten degenen uit te nodigen die gratis hun arbeid leverden. Zevenbergens filosofie van zelfwerkzaamheid was niet aangeslagen op zijn pendanten.

Intussen zit vrouw Bertie thuis, uitgedost met oorbellen en lippenstift als voor een galadiner, moederziel alleen naar een video van kleinkinderen in Nederland te kijken. Haar dagtaak blijkt het verzorgen van de prachtige bloemen in de tuin, net als destijds in Nieuw Guinea. Op de zoektocht naar zijn vader stuit filmer Gys op zijn ongelukkige moeder. Onder de beelden van een uitvoerige Ethiopische koffieceremonie zegt ze: ,,Je papa heeft nooit geleerd van anderen gebruik te maken. Hij zag me niet staan. Het is een vreselijke tijd in Bonga.'' Terwijl papa Zevenbergen nog één keer met hart en ziel zijn leven aan de armen `aan het front' wijdt, lijdt zijn vrouw onder een tekort aan aandacht en liefde.

Gys gaat in zijn vader een goedgelovige wereldverbeteraar zien. In de loop van de film begint hij een beetje op een onnozele man te lijken. De bombastische muziek die hij uit zijn elektronische orgel perst, verstoort de eeuwige rust in Bongo. De ratten nemen wraak, knauwen de draden door en het orgel gaat in de kist terug naar Nederland.

Aan het eind van de trektocht komen voor Wim Zevenbergen de emoties. ,,We kunnen een paar bruggen slaan, maar er blijft een ontzettende kloof tussen hen en ons'', verzucht hij. Altijd weer die afstand. Hij snikt als hij zich realiseert dat dit zijn laatste wandeling `aan het front' zal zijn. Het beeld bevriest. Uitgeput ploft hij neer, zet zijn bril af en veegt het zweet van zijn voorhoofd. Zijn Ethiopische begeleiders staren, niet in staat tot emotionele steun. Weer dat onbegrip. ,,Zo, dat is het. Het einde van de reis.'' Wim Zevenbergen huilt.

Ontwikkelingswerkers, de goeddoeners van de twintigste eeuw, komen niet zelden depressief in Nederland terug na hun barmhartige werk bij de verworpenen der aarde, teleurgesteld over het resultaat van hun inspanningen in den vreemde. Te vaak storten projecten in na het vertrek van de buitenlander, te vaak bleek het project niet de wens van de plaatselijke bewoners maar van de overheid of een westerse ambassade in de verre hoofdstad. Het besef dat de beter wetende blanke de gekleurde arme moet ontwikkelen raakt achterhaald. De Nederlandse organisatie SNV heeft in Afrika nauwelijks meer blanken in dienst en werkt merendeels met plaatselijke expertise, betaald door Nederland. Minister van Ontwikkelingssamenwerking Herfkens wil ook al nauwelijks meer Nederlanders uitsturen. En menig Afrikaan vraagt zich af of het continent uiteindelijk toch niet beter was afgeweest zonder ontwikkelingssamenwerking, wanneer Afrika op louter eigen initiatief was ontwikkeld.

Zevenbergen is ouderwets geworden, geschiedenis. Hij is zich daarvan bewust. Waarom hij er het bijltje al niet veel eerder bij neergooide? ,,Doorgaan, altijd doorgaan, maar de twijfel knaagt aan me.''

Gys geeft hem met de eindtekst een steuntje in de rug. `Als de twijfel mijn vader uiteindelijk toch inhaalt, begin ik te beseffen dat het verhaal van de kstaart van de leeuw niet waar kan zijn, maar hij blijft mijn held.'

Gys gebruikt geen overbodige of plichtmatige beelden, alleen de allermooiste. De filmmaker volgt veel meer dan het verhaal van zijn vader en moeder. Hij weeft door de film de recente geschiedenis van Ethiopië en het relaas van de oude heren van Bonga. Hij houdt vele balletjes tegelijk in de lucht en verweeft de beelden en geluid door een sublieme montage, die de kijker tot maximale aandacht dwingt.

Op één moment zijn er onheilspellende beelden van de film de Titanic te zien waarnaar de Ethiopische koppen die papa Zevenbergen niet begrijpen kijken, met het geluid eronder van het water van de rivier waarin de ring is gevallen. Dergelijke montage leidt tot veel symboliek en humor.

Zo werd de Lions Tail niet slechts een documentaire over ontwikkelingswerk, maar tevens een ontroerende film van een zoon op zoek naar de gedrevenheid van zijn kwetsbare en naïeve vader. Met poëtische beelden plakt hij de verschillende verhalen aan elkaar, van het kolkende bruine water in de gevaarlijke rivier tot de serene landschappen van de hooglanden, van de rimpelachtige gelaten van de wijze oudsten tot het koffieritueel waarin zijn moeder haar hart uitstort. Gys leerde in Bonga niet alleen zijn vader en moeder begrijpen, hij doet een oprechte poging de Ethiopiërs te doorgronden.

De film `The Lion's Tail' draait t/m 17 april op verschillende plekken in Nederland. Vandaag, zaterdag 13 april is er 's middags een voorstelling in Rialto in Amsterdam in de `Docuzone' waarna filmrecensent Hans Beerekamp (NRC) een gesprek heeft met de regisseur. Deelnemende bioscopen aan Docuzone zijn: Rialto en Kriterion in Amsterdam; 't Hoogt in Utrecht; Lantaren, Het Venster in Rotterdam; LUX in Nijmegen; Groningen; Breda; Maastricht