Dubbele sleutel

Dat er in Srebrenica in de bevelsstructuur fouten zijn gemaakt, staat ook in het rapport van de VN en de Franse onderzoekscommissie als een paal boven water. Niemand wil echter zo ver gaan die fouten aan individuen toe te rekenen.

NIOD-rapport, 10 april 2002:

(...) Deze Nederlandse bataljons werden aan de VN-strijdkrachten in Bosnië, UNPROFOR, ter beschikking gesteld. Zij opereerden vanaf hun aankomst in het hiërarchisch verband van UNPROFOR. De VN droeg dan ook de formele en materiële verantwoordelijkheid voor het optreden van Dutchbat. Nederlands verantwoordelijkheid beperkte zich tot personele en een aandeel in logistieke aangelegenheden. (...) Als vanzelfsprekend gevolg van de forse troepenleveranties door Nederland aan de VN-missie in voormalig Joegoslavië vervulden Nederlandse officieren bovendien hoge functies op alle relevante hiërarchische niveaus van UNPROFOR. (...) Zo wisten de autoriteiten in Den Haag zich, net als de autoriteiten in andere substantieel troepen leverende landen, verzekerd van informatie uit de eerste hand.

Omdat eigenmachtig ingaan van Dutchbat tegen de geldende bevelslijn niet in de rede lag, had het initiatief daartoe van een van de hogere VN-echelons moeten zijn uitgaan. Maar die hogere niveaus keken al met veel aarzeling aan tegen close air support (= gerichte luchtsteun), laat staan dat zij serieus optreden in de vorm van actief terugvechten door Dutchbat overwogen.

Een van de problemen was de ingewikkelde procedure voor inzet van het luchtwapen. Nog afgezien van het bureaucratische karakter van de aanvraagprocedure in UNPROFOR met vele schijven waarlangs zo'n aanvraag moest lopen, compliceerde de zogeheten dubbele sleutel de zaak. VN en NAVO moesten beide instemmen. Dat zou geen probleem zijn geweest als er eenheid van visie was geweest. Maar dat was niet het geval.

(...) Ook de commandant van Dutchbat, die een aantal malen om luchtsteun vroeg, kende in het begin twijfel over de opportuniteit ervan. Uit vrees voor represailles zag hij liever massale air strikes om alle VRS-geschut rond de enclave in één klap uit te schakelen. Maar de bevoegdheid die aan te vragen had hij niet.

De beslissing inzake het luchtwapen werd in de UNPROFOR-lijn genomen, met Akashi en Janvier aan de top. De Haagse autoriteiten hadden geen formele rol in die chain of command.

Uit vrees voor het lot van een tot 55 man uitgroeiende groep van elders gegijzelde Dutchbatters en voor dat van de vluchtelingen en Dutchbatters in de enclave, (...) deed defensieminister Voorhoeve een klemmend beroep op de hoogste VN-leider in de regio, Akashi, om op 11 juli de gevraagde luchtsteun af te blazen. Dit beroep was van geen enkele betekenis omdat het betreffende besluit al was genomen.

In het militaire bedrijf wordt de zichtbaarheid van de commandant als zeer belangrijk beschouwd. (...) Daarbij is de tweede man zijn vanzelfsprekende secondant, die veel uitvoerende taken uit handen neemt, juist ook om de commandant de gelegenheid te geven veelvuldig aanwezig te zijn waar het werk wordt gedaan. (...) Karremans en Franken hadden een heel andere taakverdeling, waarbij juist Franken degene was die veelvuldig ter plaatse was terwijl Karremans in het hoofdkwartier de zaken overzag en leiding gaf. (...) Zo kwam het voor dat Dutchbatters meenden dat Franken de feitelijke commandant was. In ieder geval was hij de man die in de praktijk meestal de orders gaf. Ook buitenstanders konden die indruk krijgen.