DOCUMENTAIRES EN FILMS

De eerste fictiefilms over de oorlog in voormalig Joegoslavië zijn al in de bioscoop verschenen. Vooral Oscarwinnaar No Man's Land (2001) van de Bosniër Danis Tanovic illustreert de absurditeit van de broederkrijg en het onvermogen van buitenlandse militairen en media er veel van te begrijpen.

In Heddy Honigmanns documentaire Crazy (1999) worden Nederlandse blauwhelmen van verschillende missies aan de hand van muzikale associaties bevraagd over hun herinneringen aan de oorlog: vier van hen namen deel aan vredesmissies in ex-Joegoslavië. Het gaat Honigmann eerder om het verwerken van emoties dan een exacte reconstructie van de gebeurtenissen.

Dezelfde editie van het documentairefestival IDFA die Crazy vertoonde (1999), presenteerde ook een ordelijke, bijna zakelijke inventarisatie van de gebeurtenissen in juli 1995, in de BBC-documentaire A Cry from the Grave (Leslie Woodhead, 1999). De film bevat de inmiddels beruchte beelden van de confrontatie tussen kolonel Mladic en overste Karremans, maar ook een schat aan beelden van de vermiste bewoners van Srebrenica. In de beste BBC-traditie stelt een objectieve `stem van God' als commentaar op de geluidsband vast dat er `minimaal 7.414 moslims moeten zijn vermoord'. A Cry from the Grave bevat ook een beeld dat een icoon zou kunnen worden voor `Srebrenica': de door de Serviërs gevangen genomen moslim Ramo Osmanovic roept met zijn handen aan de mond zijn zoon niet bang te zijn en hem te volgen. Vader en zoon worden sindsdien vermist.

In de eerste fictieproductie over Srebrenica, het driedelige televisiedrama De enclave van Willem van de Sande Bakhuyzen naar een scenario van Alma Popeyus en Hein Schütz, dat vanaf 14 april door de VARA wordt uitgezonden, zegt de Bosnische tolk van Dutchbat, gespeeld door Ramsey Nasr, dat hij al tevreden zou zijn met zeven paar schoenen, de schoenen van zijn zeven verdwenen familieleden. Het door Nasr gespeelde personage is duidelijk gemodelleerd naar de echte Dutchbat-tolk Hasan Nuhanovic, die al in vele tv-reportages de `actieve medeplichtigheid' van de Nederlandse blauwhelmen aan de moorden aankaartte.

In De enclave, gebaseerd op feiten die nogal ver zijn opgerekt, is de met een vrouwelijke Dutchbatter getrouwde tolk de hoofdpersoon van het eerste deel. In het tweede deel gijzelt hij in het Haagse Joegoslaviëtribunaal een wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken Servische sergeant (Frank Lammers). In de eerste twee delen zijn de gebeurtenissen dramatisch verdicht, maar denkbaar. Wanneer echter in het laatste deel de burgemeester van Den Haag en voormalig minister van Defensie George Terhoef (Johan Leijsen) ter verantwoording wordt geroepen door de Dwaze Moeders van Srebrenica, verliest het scenario zijn geloofwaardigheid. Terhoef (wiens naam een samentrekking lijkt van Voorhoeve en een beetje Ter Beek) bezoekt in het jaar 2007 met een delegatie van de Europese Unie de Republika Srpska, om het toerisme te bevorderen. De bewindsman, onder wiens verantwoordelijkheid de enclave ontruimd werd, bezit daar zelf vakantiehuisjes, gebouwd bovenop massagraven.

Toen de scenarioschrijvers deze maand in de Filmkrant geconfronteerd werden met de kritiek dat niemand zoiets zou willen geloven, noemden ze die kritiek `naïef'. Regisseur Van de Sande Bakhuyzen zei in een interview in de Volkskrant te hebben geworsteld met het schematische karakter van het scenario voor De enclave: ,,Een personage moet geen kartonnen figuurtje worden dat een verzameling is van een aantal uitspraken.''