DE FILOSOFIE VAN DE PRET

Waarin verschilt de mens van het dier? De mens kan slim met drank en drugs omgaan, zegt Dylan Evans, filosoof, dj en robotbouwer. Ellen de Bruin sprak met de Brit over geluk, liefde en verdovende middelen.

Snelle manieren om gelukkig te worden. De mens is er voortdurend naar op zoek. En we vinden ze ook. Dieren kunnen, om zich prettig te voelen, alleen maar de dingen doen die nuttig zijn om hun genen door te geven: eten, seks hebben, slapen om uitgerust de wereld te lijf te gaan. Mensen kunnen meer, volgens de jonge Britse filosoof Dylan Evans – tevens dj in zijn vrije tijd.

Wij kunnen gebruik maken van ons vermogen blij te worden wanneer we daar zin in hebben. Houseparties, met hun combinatie van licht en dans en kleur en drugs en muziek, zijn een goed voorbeeld van zo'n zelfbedachte shortcut to happiness. Feesten in het algemeen trouwens.

,,Toen mensen van jagen en verzamelen overgingen op akkerbouw, deden ze dat waarschijnlijk niet omdat ze graan nodig hadden om brood te kunnen bakken. Waarschijnlijk waren die graansoorten daar nog helemaal niet geschikt voor en gingen mensen ze verbouwen om bier te kunnen brouwen'', vertelt Evans, die in Amsterdam was om zijn ideeën in de praktijk te brengen op de Nacht van Filosofie, afgelopen zaterdag, waar hij een houseparty in Felix Meritis organiseerde.

Het klinkt ontzettend stoer, jong en wild, een filosoof die nadenkt over drugs en houseparties. Evans probeert natuurlijk óók expres te provoceren, lacht hij. ,,Veel hoog opgeleide mensen haten houseparties.'' Maar Evans – linguïst, psycholoog, psychoanalyticus en wetenschapsfilosoof, auteur van verschillende boeken over emoties en evolutietheorie en thans werkzaam als onderzoeker op het gebied van de kunstmatige intelligentie en robotica aan de universiteit van Bath – heeft er wel serieuze gedachten over. ,,Raves hebben met bijvoorbeeld opera gemeen dat ze een multisensory experience zijn. De opera is ontstaan uit het idee verschillende kunstvormen te combineren, je kijkt naar beeldhouwwerken en schilderijen terwijl je luistert naar muziek. Bij houseparties heb je ook nog allerlei drankjes, drugs, massages soms. En trouwens, iedereen die ik ken die van houseparties houdt, had er in het begin een hekel aan. Net als met alcohol en roken het geval is, trouwens. Weet je nog, je eerste slok bier? En inderdaad, opera vonden de meeste mensen als kind óók vreselijk.''

Kennelijk moeten we wel wennen aan de `kunstmatige' manieren die we bedacht hebben om ons goed te voelen – `stemmingstechnologieën' noemt Evans ze in zijn onlangs in het Nederlands vertaalde boek Emotie (uitgegeven door Lemniscaat). Het is in elk geval even zoeken naar een optimum, het beste evenwicht tussen genot en leven. Wie te veel drugs gebruikt, raakt lethargisch of agressief en verslaafd. Maar wie ze niet gebruikt, zal nooit weten hoe leuk het kan zijn om dat wel te doen.

DRUGSANGST

Het punt waarop je het maximale plezier beleeft met het minimale risico is moeilijk te vinden, zegt Evans. Maar de meeste mensen zien om te beginnen al niet in dat er voor alle drugs zo'n optimum bestaat.

,,Niemand twijfelt eraan dat je verstandig met alcohol kunt omgaan, maar als het over cocaïne of heroïne gaat, denken mensen heel zwart-wit, ze zijn of voor, of tegen. Dat is allebei ongelooflijk ouderwets, we hebben een andere ethiek nodig. In Groot-Brittannië hebben we een wetenschapper die onderzoek doet naar de effecten van xtc-gebruik en die min of meer de maatschappelijke rol heeft gekregen ouders daarover voor te lichten. Ik vroeg haar of ze zelf wel eens gebruikt had en ze zei nee. Ik vind dat onbegrijpelijk, je kunt die ervaring niet begrijpen als je het als wetenschapper zelf nooit geprobeerd hebt.''

Evans is tegenstander van de criminalisering van drugs: `De hysterie rond het gebruik van dergelijke drugs,' schrijft hij in zijn boek, `met name in de Engelstalige landen, is het gevolg van de huidige strenge wetgeving.'

Volgens Evans is het bestaan van een optimumniveau van bijvoorbeeld geluk, of woede, of angst, typerend voor alle niet-beredeneerde menselijke gevoelens en gedrag. Iemand die te snel kwaad wordt, heeft het net zo moeilijk in het leven als iemand die nooit kwaad wordt. Jaloezie kan heel vervelend zijn, maar als iemand nooit jaloers wordt, kan zijn partner het idee krijgen dat diegene niet echt van hem houdt.

Ook positieve gevoelens hebben een optimum. Wie te verliefd is, loopt een grote kans verdrietig te worden. Wie te gelukkig is, ziet nergens meer gevaar en gaat te veel eten en te veel geld uitgeven. ,,Manische mensen zijn onverdraaglijk, ze dwingen je om ook alleen maar blij te zijn, ze hebben ontzettend weinig empathie voor mensen die een beetje in de put zitten.''

Overigens heeft Evans geen receptenboek geschreven om zulke punten van maximaal plezier en dergelijke te bereiken. Maar hij pleit in zijn boek wel voor een herwaardering van emotioneel gedrag. Dat mag in deze tijd van emotie-tv en huilen in het openbaar misschien overbodig lijken, veel mensen hebben impliciet nog steeds het idee dat helder denken altijd beter is dan emotioneel handelen.

Dat rationeel handelen het beste voor de mens is, was ook in de menswetenschappen tot voor kort een algemeen aanvaarde opvatting. Maar de laatste tijd onderkennen psychologen dat het grootste gedeelte van ons gedrag niet wordt bepaald door rationele beslissingen over wat we gaan doen, maar min of meer automatisch wordt gestuurd.

Nadenken kost tijd en energie, is nu de heersende opvatting, dus is het gunstig om zoveel mogelijk gedrag te `automatiseren'. Ook heel complex gedrag. Het is vergelijkbaar met de manier waarop iets ingewikkelds als autorijden, als het eenmaal is geleerd, grotendeels automatisch verloopt. We kunnen meer dingen tegelijk doen als onze hersens niet overal tegelijk op moeten letten.

Emoties dienen in dit systeem om aan te geven wanneer we goed zitten, en wanneer fout. Ze zijn daarbij zó nuttig dat emotieloze wezens als Star Treks Mr. Spock in de evolutie geen schijn van kans zouden hebben gehad, denkt Evans. Angst voelt zo vervelend omdat je moet maken dat je wegkomt, woede maakt je zo agressief omdat je ergens tegen moet vechten, en de enige reden dat liefde zo goed kan voelen, is omdat het helpt de eigen genen door te geven. ,,Dat is weinig romantisch, ja, maar ik ben ervan overtuigd dat het zo zit.''

ROBOTLIEFDE

Evans sluit niet uit dat er ook robots kunnen worden gebouwd die een bepaalde vorm van bewustzijn hebben of emoties ervaren. Dat dit klinkt als onbereikbare science-fiction komt vooral doordat mensen bij het woord robots denken aan een puur rationeel, regels opvolgend computerbouwsel. Maar de moderne robots zijn lerende systemen, vertelt Evans, net als mensen, die hun eigen `regels' kunnen veranderen als dat helpt om een probleem op te lossen. Emotioneel gedrag vertonen kunnen zulke robots al lang; het is bijvoorbeeld vrij eenvoudig een robot te maken die gaat piepen als zijn batterijtje bijna leeg is en dan zelf naar een stopcontact loopt.

Maar vooralsnog ziet Evans de robots die hij zelf bouwt, vooral als `belichaamde', driedimensionale gedachte-experimenten. ,,Je kunt gaan zitten nadenken, maar soms helpt het als je iets bouwt, zodat je sneller ziet hoe het werkt. Spelen met lego heeft me ook altijd geholpen bij het denken.''

Een filosoof die over houseparties en films praat, robots bouwt in plaats van gedachte-experimenten, en meer wetenschappers aanhaalt dan andere filosofen – is het eigenlijk wel filosofie wat Evans bedrijft? Dat hangt, zegt Evans natuurlijk, af van je definitie. ,,De filosofie is de laatste honderd jaar heel erg veranderd. Er zijn maar heel weinig mensen die ik op dit moment als echte filosofen beschouw, en de meesten van hen zijn niet verbonden aan een filosofiefaculteit.'' Hij noemt Rodney Brooks, de directeur van de afdeling kunstmatige intelligentie van het Massachusetts Institute of Technology, en Gunther von Hagens, een anatoom die een techniek heeft ontwikkeld, plastination, om menselijke lichamen te conserveren en te exposeren door het water en de vetten door plastic te vervangen (zie www.koerperwelten.de en www.plastination.com).

Wat filosofiestudenten op de universiteit leren is vooral het herkauwen van wat oude filosofen hebben gezegd, vindt Evans. ,,Van de filosofen die tegenwoordig afstuderen aan de universiteit bestaat 99 procent uit experts in filosofie-jargon.'' Het komt met name door de vooruitgang die de natuurwetenschappen hebben geboekt, denkt hij. ,,Die hebben het terrein waarop de filosofie zich vroeger bewoog gekoloniseerd. Aristoteles schreef veel over de natuur, over hemellichamen, over waarom dingen naar beneden vallen. Het bekende boek van Newton heet zelfs nog Principles of natural philosophy, filosofie dus, terwijl we dat nu als natuurkunde beschouwen. Filosofen moeten nu beslissen of ze zich beperken tot geschiedenis en ethiek, of verder denken over hoe de wereld in elkaar zit. Maar in het laatste geval moeten ze ook kunnen nadenken over de resultaten van natuurwetenschappelijk onderzoek.''

En dat is natuurlijk het probleem: dat onderzoek wordt steeds specialistischer en moeilijker te begrijpen voor mensen die niet in het desbetreffende vak zitten. ,,Ethische vragen over bijvoorbeeld klonen vragen heel specialistische kennis – je moet wel weten waarover je praat. Maar er zijn maar weinig afgestudeerde filosofen met kennis van de betawetenschappen.''

Een echte filosoof is nog steeds een homo universalis, vindt Evans: iemand die zelf nadenkt over hoe de wereld in elkaar zit en hoe mensen geluk kunnen nastreven, en daar alle beschikbare kennis van het moment bij betrekt. Zo deden de oude Grieken het al, al hadden die het nog niet over Star Trek, Prozac of xtc. In feite is Evans' manier van filosofie bedrijven dus eerder ouderwets dan modern.