De bange uren van de familie Al-Dalou

Sinds 2 april bezet het Israëlische leger de Palestijnse stad Bethlehem. De familie Al-Dalou leeft er nu een heel behoedzaam leven.

Het vredige geluid van kerkklokken galmt over Bethlehem. Maar het contrasteert vreemd tegen van de scherpe salvo's die door de nacht scheuren, afgewisseld met machinegeweervuur, kanonschoten en explosies met op de achtergrond het gerommel van de rondrijdende tanks. Alleen de klokken van de Geboortekerk zijn verstomd, waar tien dagen geleden zo'n 200 Palestijnen hun toevlucht zochten voor het Israëlische leger. De pater die sinds jaar en dag de klokken luidde, is toen hij over de binnenplaats liep door een scherpschutter geraakt.

In heel Bethlehem en in het nabijgelegen Beit Jala is een uitgaansverbod van kracht. De burgerbevolking beleeft bange en moeilijke uren. ,,Wij zijn vergeten Pasen te vieren'', zegt de 17-jarige Effat al-Dalou. Vader Hassan Al-Dalou woont met zijn vrouw Fatima en hun vier kinderen, van wie Effat de oudste is, op zo'n 300 meter van de Geboortekerk, vlak in het centrum van de oude stadskern. Er leven hier veel christelijke Palestijnen, maar de Al-Dalous zijn moslims. Toch gaat Effat naar een christelijke school. ,,Ik wil voor mijn kinderen het beste onderwijs, daarom stuur ik ze naar de Franse school'', verklaart Hassan.

Naarmate de tijd vordert en de nacht valt worden de kinderen onrustig. Moussa, de 8-jarige jongste van het gezin, is de laatste dagen heel luidruchtig geworden in huis. ,,Hij is anders zo'n rustige jongen'', zucht Fatima. Zelf krijgt ze al dagen lang geen hap meer naar binnen. ,,Ik slik pillen en ik verdraag alleen nog maar thee'', zegt ze.

,,De eerste dag was verschrikkelijk. Ik zag de strijders hierheen vluchten. Wat wil je met een geweer tegen al die tanks beginnen? Drie Palestijnse jonge mannen werden hier voor de deur neergeschoten. Een jongen was in de nek geschoten, en ik ben naar buiten gerend om het bloeden te stelpen. Een was op slag dood. Ik riep dat ze hem moesten helpen, maar ze antwoorden dat het daarvoor veel te laat was, en de derde was in de buik geschoten. Toen ik terugkwam om hem te helpen, was hij verdwenen'', zegt ze huilend. ,,Ik ben niet dapper'', zegt ze vol zelfverwijt, ,,niet zoals die jongens'', en ze wijst naar de tv-beelden over de val van Jenin. Voor haar zijn de Palestijnse militanten helden.

Arafat is uitgeteld, zegt ze bitter. Maar Hassan vindt dat zijn vrouw ongelijk heeft: ,,Het is de allereerste keer dat heel het volk als één man achter Yasser Arafat staat'', verzekert hij. Hij is er ook van overtuigd dat er morgen opnieuw onderhandeld kan worden. ,,Maar het zal nu veel moeilijker zijn om concessies te doen. Over Oost-Jerusalem of over de nederzettingen zijn we het allemaal eens. Het Palestijnse volk weet nu hoe de toekomst eruit ziet, en ook Hamas en de Islamitische Jihad zijn bereid om daarvoor met Arafat samen te werken. Wij denken nu alleen nog maar aan één ding: onze vrijheid in een onafhankelijke staat.''

De Dalous hebben veel geluk gehad. Hun huis is als door een wonder gespaard gebleven. ,,De soldaten hebben zich tot alle huizen met geweld toegang verschaft, maar aan ons huis zijn ze voorbijgelopen'', vertelt Hassan. Buurvrouw Nawal had veel pech. Hassan staat op. Hij wijst voorzichtig door een spleet in het gordijn naar een binnenplaats achterin. Er staat een vier verdiepingen hoge nieuwbouw, waar Nawal op de eerste verdieping woont. ,,De soldaten wilden de winkel binnen op de begane grond, en riepen naar Nawal dat ze moest openmaken. Maar zij heeft daar geen sleutels van. Ze hebben haar geslagen en ze zeggen dat er een beneden een bom lag. Haar twee zonen hebben ze meegenomen.''

Het huis van de Dalous ligt een paar meter dieper dan dat van de buren, het vormt zo een hoekje waar Hassans oude BMW geparkeerd stond toen de Israëlische tanks naar het centrum oprukten. De ruiten liggen eruit en er zitten een paar grote deuken in, maar toch is hij blij: ,,Ik mag van geluk spreken'', zegt hij, en hij wijst naar de tientallen platgedrukte wrakstukken die overal in de straat tegen de gevels geperst liggen.

,,De straat is hier veel te nauw voor hun tanks. Maar eentje is toch tot hier doorgereden, tot vlak voor ons huis. Verder kon hij niet. Hij heeft van hieruit de huizen daar bestookt. Wij zijn de kelder ingevlucht. Heel ons huis daverde van de schoten. En uiteindelijk is de tank voor ons huis gekeerd en heft daarbij alles hier verwoest. Kijk daar maar, zie je die rotsstenen muren?''

In hun huis is niemand bij de gevechten gewond. Ook zijn ouders, die op de eerste verdieping wonen, zijn ongedeerd. Wel zijn alle ruiten kapotgeschoten. Hassan heeft met karton en dekens de ramen afgedekt zodat er geen licht te zien is vanaf straat.

,,De soldaten zitten overal en ze respecteren niks of niemand. In de nacht hebben militairen op patrouille om drie uur bij een alleenwonende vrouw aangeklopt. Ze was in de badkamer en vroeg hen even te wachten. Maar ze hebben de deur ingebeukt en haar, naakt als ze was, geslagen'', vertelt zijn vrouw. Ze trilt van angst als er buiten stappen te horen zijn. Ze knipt het licht uit; de kinderen moeten muisstil zijn. Fatima is bang dat het vannacht tot een bestorming van de kerk komt. Hassan probeert haar te sussen: Ze weten wel beter, zegt hij, en hij hoopt tegen beter weten in dat de Israëliërs morgen misschien zelfs teruggetrokken worden uit Bethlehem.

De zelfmoordoperatie bij Haifa, waarbij eerder deze week acht Israëliërs omkwamen. bewijst volgens Effat de waanzin van de Israëlische strategie. ,,Ze denken dat ze wil van het volk kapot krijgen, en dat het een kwestie is van hard genoeg slaan. maar ze kweken alleen maar meer haat. Ik ben wel tegen aanslagen op burgers, omdat ik weet dat er daarbij ook veel goede, vredelievende Israëliërs omkomen. Maar zij zetten F-16 vliegtuigen en raketten in tegen jonge mannen met geweren. Ze moorden er maar op los.''

Effat vertelt dat ze drie weken in het Israëlisch-Arabische vredesdorp Neve Shalom-Wahad Salam heeft gewoond. ,,We gingen met de klas samen met joodse meisjes uit eten in Jeruzalem. Zij haddden verwacht dat wij ouderwetse kleren zouden dragen en primitieve opvattingen koesterden, maar het contact viel reuze mee. Maar nu zou mij dat heel moeilijk vallen. Ik ben het er helemaal mee eens dat de leiders snel moeten gaan onderhandelen, maar de kloof tussen de gewone mensen is veel dieper geworden dan voor de intifadah. En in die zin geloof ik niet echt meer in de vrede van Oslo. Zí'j hebben de wapens, en wí'j zouden zonder morren moeten aanvaarden dat ze ons land bezetten.''

,,Ik zou moeten studeren voor de komende examens. De lerares heeft gezegd dat we dat vooruit moeten, aan onze toekomst denken, oorlog of niet'', zucht Effat. Maar ze kan zich niet op haar boeken concentreren en ze is bang dat er misschien helemaal geen examens komen dit jaar en dat haar grote plannen in het gedrang komen. Want Effat wil in het buitenland gaan studeren. Voor haar staat nu wel vast dat ze hier voorlopig geen toekomst meer heeft.