Barsbeek - Blokzijl

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week over het Zuiderzeepad.

De nachtvorst zit nog in de lucht, alle kleuren zijn bros van helderheid. Is het nu koud of is het nu warm? Op de ruggen en koppen van de drie reeën die uit het bestruikte natuurgebied De Wieden over een hek sprongen om wat te grazen achterin een weiland waar de koeien niet thuis zijn, daalt zonlicht af. Ook hangt er een kille nevel om hun twaalf breekbare knieën. Op de dijk naar Vollenhove dansen de mugjes met me mee en koffie schenken doen we met steeds warmer gestoofde ruggen, terwijl we de scherpe geur van mest opsnuiven. Het is hier nog maar pas uitgegooid, in dunne evenwijdige sporen: net of het gras werd doorgekamd met stront.

We lopen een stukje van het Zuiderzeepad, dat zich slingert langs de oevers van de voormalige Zuiderzee. In Overijssel voert het over asfalt- en over betonpaden. Gaan we daarover zeuren? Nee, daar is geen aanleiding voor, zo rijk is dit gebied aan forse boerenland-schoonheid en zo vol is het met spectaculaire uitzichten over water en veld; langs de route vliegen al kleine oranje vlinders. De meidoorns staan in bloei en de eikenbomen flaneren in onderjurken van klimop. Grasdijkhellingen zijn bespikkeld met heel veel kleine blauwe bloemetjes, ganzen wassen hun koppen voor de zondag en poetsen hun borstveren op. De saaiigheid van een waterzuiveringsbedrijf wordt direct afgeblust met een ernaast gelegen boerenbedrijf dat zich verschuilt achter een enorme bloeiende magnolia. Het `trafostation' heeft zoiets niet eens nodig, dat mag er wezen, met zijn isolatoren, kabels en ander ijzerwerk in lindegroen, oker en brutaal bordeauxroze. We pruttelen hier trouwens ook niet over `horizonvervuiling' (wat een malle, misbruikte term is dat toch) door de elektriciteitsmasten die zich hebben ontfermd over de weilanden. Groot en stevig op hun vier benen houden ze de wacht. Met hun stalen armen wijd gespreid waarborgen ze gedurig een juichstemming voor het aan hun zorgen toevertrouwde land.

Na het peuterige Vollenhove, waar de enorme St. Nicolaaskerk aangemeerd ligt, die van verre al laat gelden waarom een kerk een schip wordt genoemd, steken we het Vollenhoverkanaal over. Nu lopen we niet meer langs, maar ín de Zuiderzee. Doordat de Noordoostpolder werd drooggelegd hoeven we niet te zwemmen. De akkers en de onwaarschijnlijk rechte wegen tussen ijle bomen aan onze linkerhand nodigen uit tot veel en ver kijken, maar het kanaal aan de andere kant trekt meer. Boven het ijsblauwe water met de lage rimpelgolven vliegen aalscholvers, ze raken het nat net wel of net niet met de tippen van hun zware vleugels. Kuddes scholeksters sneppen hun rode puntsnavels moe, terwijl ze druk doen op de keien die de oevers markeren. Futen duiken visjes op, en de zon begint een drift naar omlaag te vertonen. Uren zou dit dijkpad mogen duren, uren kun je zo voortbenen, zonder op het idee te komen moe te worden.

Maar daar is Blokzijl. Een kleine haven, omarmd door uitgeknipte huisjes en een kerk met een bolle toren.

Kaarten 61, 62 en 63 (17 km) uit: J. en D. Mönch: Zuiderzeepad, uitg. Wandelplatform LAW. Begin- en eindpunt van de route zijn verbonden via openbaar vervoer, maar dat neemt zo'n tweeënhalf uur in beslag

(zie www.9292ov.nl).

Regiotaxi tel. 0900 2255384.