Apostel bij gebrek aan beter

Met tweehonderd volgelingen reisde gelegenheidsapostel en voormalig topambtenaar Frans Rutten deze week naar Noord-Spanje. Daar zou een Groot Wonder de terugkeer van Jezus aankondigen, zo had hij verzekerd.

Veel pelgrims hebben het er dinsdag bij 't vertrek al over. Er is al een wonder gebeurd! Gisteren. De avond voor het afreizen van de bedevaartgangers las het echtpaar Renée Jansens (73) en René Lambrechts (83) uit Antwerpen in de gazet voor het eerst over het nakende mirakel in Garabandal. En kijk, nu zitten ze na een rondje matineus getelefoneer toch maar mooi op de achterste rij van een van de vier bussen die tweehonderd gelovigen naar Spanje zal brengen. ,,En ik heb nog niet eens betaald'', zegt Renée.

,,Mijn man heeft een fameuze moed opgebracht'', vertelt ze. Haar echtgenoot heeft al drie jaar kanker. Hij zit asgrauw, zuchtend, maar zeer verwachtingsvol in de bus klaar voor een reis van 24 uur. ,,We zoeken genezing, maar aanvaarden wat er komt. We hebben niets te verliezen'', zegt ze. Haar man is katholiek, zij is joods, maar dat maakt niets uit. ,,De poorten van de hemel zullen langs alle kanten opengaan.''

In de door initiatiefnemer Frans Rutten opgestelde schriftelijke instructies die de pelgrims in de bus krijgen uitgereikt staat dat we ons ,,door bezinning en inkeer'' moeten voorbereiden op het Grote Wonder van donderdagavond. Dat kan het beste in alle stilte. ,,Het is daarom niet de bedoeling dat in de bus wordt gezongen en hardop gebeden'', aldus Rutten.

Het lijkt een overbodige mededeling. Want de bedevaartgangers zijn wel toegewijde gelovigen, het zijn op een paar fanaten en malloten na vooral ook praktische pelgrims. Veel van de gemiddeld zestigjarige reizigers hebben een lichamelijke of geestelijke kwaal waarvoor ze genezing zoeken. En misschien helpt deze tocht uiteindelijk niets, kwaad kan het ook niet.

,,Dat Garabandal kan natuurlijk best fake zijn'', zegt de 61-jarige voormalige agrariër Jan Schouten uit Heemstede tijdens een rustpauze op een parkeerplaats bij Kortrijk. Hij leeft sinds 1995 in een rolstoel wegens multiple sclerose. Hopelijk loopt hij over drie dagen weer. ,,Maar dit is in ieder geval een leuk uitstapje. Leuker dan het verpleeghuis.'' En zo denkt Renée Jansens er ook over. ,,Als het moet, geloof ik ook in Alice in Wonderland.''

Aan het eind van de eerste reisdag verzorgt pater Hoflack twee Heilige missen in een van de bussen. In het pikkedonker wordt er later toch nog een half uurtje collectief gebeden. We bidden om te beginnen een rozenkrans ,,voor een goede nachtrust'', terwijl we een tolpoortje nemen.

Voor gek is hij versleten. Mesjogge, totaal mataglap of toch in ieder geval onbetamelijk in de war. Professor Frans Willem Rutten (67 jaar) was zeventien jaar lang secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken en oud-voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid geweest, toen hij een jaar geleden publiekelijk een wonderlijke klaroenstoot aankondigde die de wederkomst van Jezus zou inluiden. Daarna is hij op alle mogelijke manieren met hoon overladen. Hij kreeg brieven, werd gebeld en bezocht door mensen die hem duidelijk wilden maken dat Rutten zich vergist met zijn voorspelling dat op donderdag 11 april in het Spaanse gehucht San Sebastian de Garabandal exact om half negen 's avonds een vijftien minuten durend Groot Wonder te zien zal zijn.

,,Er zijn mensen door familie onder druk gezet om op het laatste moment hun deelname nog af te zeggen aan mijn pelgrimstocht'', zegt Rutten. Priesters hebben volgens hem anderen ervan proberen te overtuigen dat Rutten een dwaallicht is. ,,Tegenwerking om religieuze redenen'', noemt hij dat.

Zwemmen

Een week voor het wonder zit Rutten in het kantoortje in zijn Barendrechtse woning temidden van grote stapels van het door hem uitgegeven en volgeschreven Informatieblad van de Stichting instituut voor katholieke informatie voor Nederland en Vlaanderen. En Rutten maakt een allerminst gekke indruk. Hij is net terug van zwemmen en oogt vitaal. ,,Bent U ook katholiek?'', informeert hij belangstellend. Om het ontwijkende antwoord: `Ik ben Limburger', moet hij smakelijk lachen.

Rutten is gewoon heel erg overtuigd, dat wel. Bijzonder gelovig. ,,Ik voel me geen profeet maar een uitlegger.'' Rutten interpreteert, zoals een goed econoom betaamt, nauwgezet hetgeen Maria destijds aan vier ,,volkomen onderontwikkelde, boerenmeisjes'' heeft verteld. En dat leidt nu eenmaal onomstotelijk tot de conclusie dat het nu gaat gebeuren. Dat anderen zijn prognose onwaarschijnlijk vinden, deert hem niet. Daar heeft hij alle begrip voor. ,,Mensen zijn nu eenmaal ontwend om wonderen te geloven.''

Van de week werd hij nog gebeld door de Duitse uitgever en auteur van een boek over Garabandal, Albrecht Weber. Rutten heeft het mis, was de boodschap van de Duitser. Weber had het zelf gehoord van Conchita, een van de vier kinderen die begin jaren zestig zelf van Maria hebben vernomen wanneer het Grote Wonder zich zal afspelen. Weber staat naar eigen zeggen in telefonisch contact met de inmiddels in de staat New York wonende Conchita Keena, moeder van drie dochters. Maar de professor laat zich niet van de wijs brengen. Weber is volgens de hoogleraar een bedrieger en een oplichter.

,,Het is afschuwelijk wat dit mannetje allemaal flikt'', zegt W. Langeveld op zijn beurt over de man die hij steevast aanduidt als de professor. Langeveld, net als Rutten 67 jaar oud, is een voormalige bollenkweker uit Sassenheim en voorzitter van de Stichting Garabandal Centrum Nederland. Een organisatie die volgens de in 1999 opgemaakte notariële stichtingsakte tot doel heeft de ,,Nederlandse samenleving te informeren aangaande de verschijningen van Maria in Garabandal''. Maar dat is voorlopig niet aan de orde, zegt Langeveld. ,,Er 'beurt donderdag helemaal niets'', zegt de voorzitter beslist.

Langeveld weet al enige tijd dat Rutten ernaast zit. Aan de belangrijkste voorwaarde is immers al niet voldaan. Conchita, ,,een hele humoristische en nuchtere vrouw'', aldus Langeveld, zal acht dagen voor het wonder een startsignaal geven en dat is uitgebleven. Het telefoonnummer van Conchita wil hij niet geven, want ze wil niet gestoord worden.

,,Rutten heeft waanideeën'', zegt Langeveld. Hij spreekt de wens uit dat ,,de Heilige Geest het grote verstand van professor Rutten in de juiste banen gaat leiden''.

Dat al die zogenaamde officiële Garabandal-clubjes wereldwijd zijn voorspelling tegenspreken, maakt op Rutten geen enkele indruk. ,,Het zijn allemaal anti-christelijke organisaties die juist willen dat Garabandal geen succes wordt'', zegt de hoogleraar en kijkt veelbetekenend. De duivel heeft immers vele vermommingen.

Maar dat is het ergerlijke. Dat niemand zich meer druk maakt om die dingen. Al die voortdurende nieuwlichterij binnen de rooms-katholieke kerk is Rutten een gruwel. Bisschop Muskens van Breda heeft het volgens hem in de recente paasbrief zelfs gepresteerd twijfel te zaaien over de verrijzenis van Christus! En niemand die het iets kan schelen. ,,Niemand die bougeert'', moppert Rutten.

Dus zit er voor hem niets anders op dan de ,,kerngroep'', of wat hij ook wel noemt de kleine kern van ware gelovigen, zelf aan te voeren. Je mag hem best een Apostel noemen, zegt hij desgevraagd. ,,Bij gebrek aan beter''. Rutten is Apostel-bij-gebrek-aan-beter.

De apostel zit overigens zelf niet in de vier bussen met pelgrims. Hij gaat met zijn vrouw per auto eerst zijn zoon ophalen in Parijs en rijdt dan naar Spanje. Hij slaapt ook niet bij de pelgrims die in hotels in Santillana del Mar verblijven. De familie Rutten logeert naast de plek van het wonder in Posada Amalia in Garabandal. Zijn vrouw en zoon geloven overigens niets van de voorspelling van Rutten. ,,Ze gaan mee voor de lievigheid'', zegt de professor.

Gejoel

In het ,,zeer onwaarschijnlijke geval'' dat Rutten zich toch vergist blijkt te hebben, zal hij in zijn pensionnetje ,,uithuilen''. Met zijn activiteiten binnen de RK kerk zal hij dan stoppen, zo heeft hij zijn vrouw beloofd. Maar dat is nu niet aan de orde. Integendeel. Een Vlaamse priester belde hem dat het een week voor het wonder heeft gesneeuwd in Garabandal. Precies zoals Rutten in zijn laatste nieuwsbrief heeft voorspeld: voor het Grote Wonder komt er ,,bijzondere sneeuwval''. Er kan niets misgaan.

Tijdens de laatste warme maaltijd voor het mirakel de donderdagse lunch in het hotel in Santillana breekt er een enorm gejoel los in de eetzaal. Reisleider Wil Joosten rapporteert het laatste nieuws van het religieuze front. ,,Professor Rutten heeft zojuist gebeld uit Garabandal. En het sneeuwt er.'' De pelgrims juichen en klappen. De tot nu toe enigszins bedrukte sfeer in het dorpje, waar de regen sinds onze komst met bakken uit de hemel valt, slaat in een keer om. Iedereen is opgewonden jolig.

Om half drie vertrekken de bussen al om te voorkomen dat we door een toevloed van bedevaartgangers de wonderplek te laat bereiken. René Lambrechts en zijn vrouw zijn er niet bij. De kankerpatiënt had zulke helse pijnen dat hij op advies van de meereizende verplegers in zijn hotelbed blijft. We zullen een door Lambrechts opgestelde schriftelijke bede achterlaten bij het heiligdom.

Bijna de hele ruim een uur durende busreis is voorbidder Jozef bezig Maria te eren: moeder van de zaligmaker, machtige maagd, zetel van wijsheid, mystieke roos, deur van de hemel. Bid voor ons.

In Garabandal is het in het geheel niet druk. Er zijn alleen een honderdtal bezoekers uit de Filippijnen en een groep Canadese en Amerikaanse bedevaartgangers. Wim Langeveld van de Garabandal-stichting staat de aankomst van de volgelingen van Rutten langs de weg hoofdschuddend te bekijken. ,,Wat een walgelijk gedoe'', zegt hij. ,,Wat hier gebeurt, daar word je pas ziek van.'' Als Jan Schouten passeert, wordt hij door Langeveld begroet. Ze kennen elkaar. ,,Er gaat niets gebeuren, Jan. Dat moet ik je helaas zeggen.'' Schouten slikt en rolt weer verder. ,,Die Rutten heeft heel wat op zijn geweten'', zegt Langeveld.

In de propvolle kerk van Garabandal, waar een laatste mis wordt opgedragen, neemt Rutten het woord. Het wonder zal een ,,Nederlandstalige happening'' worden, niet verwonderlijk omdat in Nederland en België het ,,moreel verval'' nu eenmaal het hardst heeft toegeslagen. En, om aan alle onzekerheid meteen maar een einde te maken: ,,Het gaat echt gebeuren vandaag'', zegt Rutten. ,,Het is zo simpel als twee en twee vier is.''

De professor waarschuwt nogmaals voor de ,,misleiders''. Het is ook hun schuld dat er nu niet honderdduizenden gelovigen door de straatjes van Garabandal lopen. De misleiders zullen ons uitmaken voor ,,scheurmakers en dissidenten''. Maar dat is allemaal kinnesinne. Wij vormen het begin van de kleine nieuwe kerk.

Rutten roept de zieken die met hun rolstoelen in het gangpad van de kerk staan op ,,nog even een paar uur geduld op te brengen''. Maar dan zullen ze genezen door ,,het vuurwerk dat God gaat afsteken''.

Tegen acht uur 's avonds, het regent nog steeds, wordt het druk bij de wonderplek. Het natuurverschijnsel zal zich afspelen bij een groepje dennenbomen aan de rand van het dorp bovenop een heuvel die alleen via een wild verzakte kasseienweg te bereiken is. Hoogbejaarde pelgrims klimmen desondanks naar boven, een jongetje wordt in rolstoel naar boven gedragen en zelfs de 63-jarige mevrouw uit Zeist, die haar doofstomme, blinde en geestelijk gehandicapte één jaar jongere broer mee heeft genomen, strompelt dapper de heuvel op. Na vijf minuten keert ze overigens noodgedwongen terug.

De meeste gehandicapte en te oude pelgrims wachten onderaan de heuvel de gebeurtenissen af. Om tien minuten over acht voegt Rutten zich met zijn vrouw en zoon bij hen. Hij gaat een beetje opzij staan, links achter de rolstoelen. Rutten zwijgt goeddeels, geeft alleen antwoord op de vragen van een tv-ploeg die hem geen moment uit het oog verliest.

Rutten kijkt steeds onrustiger om zich heen. De pelgrims bidden een rozenkrans. ,,Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons zondaars. Nu en in het uur van onze dood, amen.'' Iedereen bidt hardop mee, ook mevrouw Rutten, alleen pa en zoon zwijgen.

De deadline verstrijkt achteloos. Het enige licht dat flitst komt van de fotocamera's die het niet verschenen wonder en de wonderzoekers het ongeluk ongenadig inpeperen. De professor kijkt steeds vaker op het polshorloge aan zijn linkerarm. De eerste pelgrims komen al gedesillusioneerd de kasseienstrook afgedaald. Rutten heeft zijn blik van de pijnbomen afgewend. Hij tuurt nu vooral naar rechts. Naar de heuvels met sneeuw.