Alles van de PTT ademde het Nieuwe

Een chapelle ardente, noemde Rudi Fuchs het zaaltje in het Stedelijk Museum dat is gevuld met memorabilia uit de geschiedenis van de afdeling Kunst en Vormgeving van de KPN. De plechtigheid waarmee de rouwkapel vorige week werd geopend, had alle trekken van een begrafenis in besloten kring. Op tweede paasdag was er na 89 jaar een eind gekomen aan de afdeling, voorheen Dienst Esthetische Vormgeving PTT.

Dat de inderhaast samengestelde hommage slechts een enkel zaaltje beslaat, lijkt mager, maar is goed. Een spontaan ingerichte, kleine expositie is het enige dat hier voldoet, met niet meer dan de ,,spullen'' (Fuchs) die in huis zijn: affiches, drukwerk, postzegels, drie meubels van Willem Penaat (1920 en 1935), een telefoontoestel en een paar brievenbussen. Voor een overzichtstentoonstelling die recht doet aan de betekenis van de dienst voor de Nederlandse vormgeving, beeldende kunst en architectuur, zou het hele Stedelijk nog te weinig ruimte bieden.

De esthetische zorg-afdeling van de PTT werd in 1913 geboren met een postzegel. Architect en ambachtelijk beoefenaar van de toegepaste kunsten K.P.C. de Bazel ontwierp het gedenktekentje voor dertig jaar Nederlandse onafhankelijkheid met de beeltenis van koning Willem III. De opdracht had De Bazel te danken aan mr. J. F. van Royen, een door kunstzin gedreven jurist met diplomatieke gaven, in 1904 aangesteld als adjunct-commies bij het hoofdbestuur van de PTT in Den Haag. Het was een gedurfde ontwerperskeuze, die commotie veroorzaakte.

Esthetisch-idealist Van Royen had een passie voor typografie en drukkunst. In het door dichter Jan Greshoff bestierde tijdschriftje De witte Mier gaf Van Royen in 1912 zijn visie op het drukwerk van de Staat der Nederlanden: ,,Want laten wij het in drie woorden zeggen: het Rijksdrukwerk is leelijk, leelijk, leelijk, d.i. driewerf leelijk in lettervorm, in zetwerk en in papier.'' Hij besloot zijn boutade met opbouwende woorden, waarin de aspiraties van de latere PTT-bestuurder besloten lagen: ,,Alles is gereed tot verbetering, onze tijd heeft weder goed letterschrift, wij hebben de scheikundigen en fabrikanten, die ons [...] behaagvol papier kunnen verschaffen, wij hebben de zetters en drukkers, die niet meer als machines, maar als menschen hun werk in schoonheid willen volbrengen.''

Nadat Van Royen in 1920 bij de PTT tot secretaris-generaal benoemd werd, kon hij zijn overtuiging dat kunst de mens geestelijk verheft in praktijk brengen zonder al te veel hinder van ambtelijke barrières. Een indrukwekkend legioen vooruitstrevende architecten en beeldend kunstenaars wist hij voor de PTT aan het werk te zetten, voor elk onderdeel van het bedrijf. Brievenbussen, postauto's, uithangborden, directiekamers, stempels, lampen, complete gebouwen: alles waarmee de PTT naar buiten trad moest de geest van de nieuwe tijd weerspiegelen. Eerst was de stijl van de Amsterdamse School favoriet, met de postzegelontwerpen van onder meer M. de Klerk, C.A. Lion Cachet en Jan Toorop en met het onlangs gerenoveerde postkantoor aan het Amsterdamse Spaarndammerplantsoen van architect M. de Klerk (1918).

De stap naar het functionalisme maakte Van Royen met de ontwerpen van Piet Zwart. Deze allrounder, die aan helderheid voorrang gaf boven esthetiek, gebruikte in zijn zegels voor het eerst het principe van de fotomontage, waarvan in het Stedelijk een paar mooie voorbeelden te zien zijn.

Nadat Van Royen in 1942 was overleden, richtte de PTT in 1945 de Dienst voor Esthetische Vormgeving op om ,,de vormgeving van alle uitingen van het bedrijf op deskundige wijze te bezien''. Van Royens geloof in de heilzame werking van kunst en esthetiek werd daarbij zoveel mogelijk in ere gehouden.

Vrijwel alle voorwerpen in het hommage-zaaltje verraden het streven naar verantwoorde, functionele vormgeving. Volmaakt is het zwarte, bakelieten telefoontoestel Heemaf van Gerrit Kiljan uit 1954: een stille, aristocratische verschijning, waaraan je met een gerust hart je geheimen toevertrouwt. Ondanks de idiote naam is Heemaf het eerste klassiek-moderne monument uit de geschiedenis van de telecommunicatie. Een andere nostalgische betekenis kleeft aan het roemruchte, hoofdletterloze telefoonboek van Total Design, zeg maar van ontwerp-nestor Wim Crouwel, dat eind jaren zeventig de toorn van vooral columniste Renate Rubinstein opwekte. Zij bestempelde de revolutionaire gids als toppunt van de Nieuwe Lelijkheid.

Aandoenlijk was de Dienst als opvoeder van het publiek door middel van biljetten en affiches met vermaningen en raad. Zorg dat je op tijd je brieven post. Plak de zegels op de juiste plaats. Adresseer juist en volledig dit laatste met een tekening van een monsieur-Hulot-achtige postbode op zijn fiets (1955).

Een belangrijke impuls voor de kunstcollectie was de één procentsregeling, die de PTT eind jaren zestig invoerde. Landelijk bestond de regeling voor kunst aan of in openbare gebouwen al sinds 1951: één procent van de kale bouwsom mocht of moest voor kunst worden bestemd. De PTT bestemde vanaf 1968 zelfs één procent van het totale bouwbudget voor kunst. Beeldende kunst moest alle nieuwe postkantoren en gebouwen die de onstuimig groeiende poststromen moesten verwerken, het noodzakelijke culturele klimaat te verschaffen. Zo werd de Koninklijke Post niet alleen voor postzegelontwerpers Jan Bons, Anthon Beeke, Jaap Drupsteen en vele anderen een belangrijke opdrachtgever, maar ook voor monumentaal werkende kunstenaars als Peter Struycken, Marte Röling, Auke de Vries, Borek Sipek en Wim T. Schippers.

In 1988 verscheen een prachtig boek bij de voltooiing van de vernieuwde infrastructuur van PTT Post. Een netwerk van twaalf nieuwe landelijke expeditieknooppunten – af te korten tot EKP – zou voortaan het ,,slagvaardig en commercieel opereren'' van het postbedrijf veilig stellen. A.J.Scheepbouwer, de toenmalige directeur PTT Post, schreef in het voorwoord: ,,Ook via de kunst toont PTT Post haar verantwoordelijkheid ten opzichte van vorm en inhoud van haar organisatie. Anderzijds geeft kunst aan dat er meer is, buiten het zakelijke en bedrijfsmatige van PTT.''

Dezelfde Scheepbouwer, inmiddels opgeklommen tot de hoogste baas van KPN, kondigde vorige maand aan dat KPN een verlies lijdt van 7,5 miljard euro. Een paar maanden eerder had hij intern al kenbaar gemaakt dat met het op handen zijnde ontslag van duizenden werknemers een ,,luxe'' als de afdeling Kunst en Vormgeving niet gehandhaafd kon blijven. Het culturele paradepaardje van KPN moest sneuvelen, aldus de man die in 1988 nog de mond vol had van ,,het bijzondere, het poëtische, het onbekende en verassende''. Als Scheepbouwer beter geluisterd naar de verlichte ghostwriter die deze woorden indertijd voor hem opschreef, was KPN was er beslist minder beroerd aan toegeweest.

Tentoonstelling: Dát was vormgeving. KPN Kunst en Vormgeving, 1913-2002. T/m 19-5 in: Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Open dag. 11-17 u. Toegang €5,-. Inl. op tel. 020-57323737 of www.stedelijk.nl.